Financiën

6.1 Toelichting College van Bestuur

Inleiding

De jaarrekening van ons ROC maakt als verantwoordingsdocument onderdeel uit van de beleidscyclus. De beleidscyclus begint met het bepalen, voorafgaand aan het boekjaar, van de financiële kaders. Deze kaders zijn in de begroting doorvertaald naar de organisatieonderdelen met als doel sturing van de organisatie.

In deel B van dit geïntegreerd jaardocument is in hoofdstuk 3 de staat van baten en lasten 2016 opgenomen. Voor 2016 was een € 0 resultaat begroot. Het uiteindelijke resultaat over 2016 is € 1,6 mln. positief. Dit verbeterde resultaat wordt met name veroorzaakt door diverse financiële significante mee- en tegenvallers ten opzichte van de begroting 2016.

Financiële meevallers waren:

  • hogere opbrengsten vanuit de lumpsum omdat de voor 2016 aangekondigde taakstelling is doorgeschoven (€ 0,5 mln.);
  • hogere normatieve rijksbijdrage als gevolg van compensatie voor het loonakkoord ad € 0,5 mln. en hogere opbrengsten van de Kwaliteitsgelden ad € 0,7 mln.;
  • hogere opbrengsten van de overige overheidsbijdragen en subsidies als gevolg van hogere opbrengsten van met name Educatie ad € 0,3 mln.;
  • hogere opbrengsten werk in opdracht van derden ad € 2,3 mln. als gevolg van de extra verrichte inburgeringstrajecten door de toestroom van vluchtelingen, toename van de opbrengsten contractonderwijs en een toename van de overige baten in opdracht van derden;
  • hogere overige baten ad € 0,8 mln.;
  • lagere huisvestingslasten ad € 0,1 mln. voornamelijk veroorzaakt door het doorschuiven van onderhoudswerkzaamheden in verband met ingrijpende verbouwplannen aan het pand aan de Voltastraat in Hoogeveen;
  • lagere lasten voor softwarelicenties ad € 0,4 mln. in verband met afgrenzing.

Financiële tegenvallers waren:

  • hogere personele lasten ad € 1,2 mln. door een hogere fte-inzet als gevolg van de groei in aantal deelnemers;
  • hogere mutatie van de personele voorziening ad € 1,1 mln. mede veroorzaakt door het vormen van nieuwe voorzieningen;
  • meer inzet van personeel niet in loondienst door extra inzet van personeel naar aanleiding van meer inburgeringstrajecten en groei van het aantal deelnemers (€ 0,7 mln.);
  • hogere overige personele lasten ad € 0,6 mln. met name veroorzaakt door toename van de wachtgelduitkeringen;
  • hogere afschrijvingslasten ad 0,1 mln. vanwege een inhaalafschrijving op noodunits Kinderopvang Hoogeveen;
  • hogere overige lasten ad € 0,3 mln.

De additionele middelen ad € 0,5mln. die vanuit de overheid beschikbaar zijn gesteld, zijn ter compensatie van hogere personeelskosten als gevolg van de loonstijgingen veroorzaakt door het cao-akkoord.

De opbrengsten van Educatie zijn hoger dan begroot. Mede als gevolg van een substantiële stijging van de deelnemersaantallen op inburgeringscontracten. Als gevolg van de instroom van vluchtelingen hebben we vanaf eind 2015 een groter aantal inburgeringstrajecten uit kunnen voeren wat zich sterk heeft doorgezet in 2016, met hogere baten tot gevolg. Uiteraard staat hier ook een hogere inzet van personeel tegenover.
De personeelslasten zijn op totaalniveau € 3,5 mln. hoger uitgevallen dan begroot. Dit komt met name omdat we in 2016 dotaties aan de personele voorziening hebben gedaan ad € 2,9 mln. Daarnaast zijn er een aantal vrijvallen en onttrekkingen geweest ad € € 1.6 mln. Tevens hebben we in 2016 een hogere inzet van personeel niet in loondienst als gevolg van meer inburgeringstrajecten en door groei van het aantal deelnemers.
Het gemiddelde aantal fte’s is ten opzichte van de begroting gestegen met 22,4 fte’s door genoemde redenen. Het p-aandeel is ultimo 2016 uitgekomen op 72,6%; dat is 0,5% lager dan het begrote percentage van 73,1%. De verklaring voor deze mutatie is dat de totale omzet meer is gestegen ten opzichte van de begroting, dan de personele lasten waardoor het p-aandeel daalt terwijl het aantal fte’s toeneemt.

Aantal fte's ultimo (excl. mobiliteit)

P-aandeel ultimo

Balans ultimo 2016

In de balans 2016 (zie hoofdstuk 2 in deel B van dit geïntegreerd jaardocument) is zichtbaar dat het balanstotaal is toegenomen van € 104,6 mln. naar € 106,0 mln. Dit wordt veroorzaakt door de toename van de liquide middelen met € 5,2 mln. alsmede de afname van de vaste activa van € 80,3 mln. in 2015 naar € 76,9 mln. in 2016. Dit heeft te maken met een afschrijvingslast die € 3,4 mln. hoger is dan het bedrag dat in 2016 is geïnvesteerd.
Door het positieve resultaat neemt het eigen vermogen met € 1,6 mln. toe. De in 2014 in gang gezette acties om de verlieslatende exploitatie van contractactiviteiten om te buigen naar minimaal neutrale resultaten heeft in 2016 een winst opgeleverd van € 0,2 mln. Hierdoor wordt de negatieve reserve van contractactiviteiten voor het vierde opeenvolgende jaar verder teruggedrongen.
Hieronder volgt een grafische weergave van de ontwikkeling van de belangrijkste kengetallen in de afgelopen drie jaar:
 

Rentabiliteit ultimo

Solvabiliteit ultimo
Solvabiliteit ultimo
Liquiditeit ultimo
Liquiditeit ultimo

Ontwikkelingen 2017

Onze begrote omzet voor 2017 bedraagt € 102,2 mln. Dit is € 3,1 mln. hoger dan de realisatie in 2016. Voor 2017 begroten we € 2,7 mln. meer aan normatieve rijksbijdragen ten opzichte van de prognose 2016. Alhoewel het macrobudget licht daalt, neemt als gevolg van een groeiend aandeel van het Alfa-college in het totale macrobudget de lumpsum voor het Alfa-college toe.
Het jaar 2017 zal voor een belangrijk deel in het teken staan van het opvangen van de groei van het aantal deelnemers. Per 1 oktober 2016 hebben we te maken met een sterke groei van het aantal deelnemers. In ons meerjarenperspectief zoals dit is opgenomen in ons Geïntegreerd Jaardocument 2015 gingen wij uit van een lichte daling in het aantal deelnemers met een positief exploitatieresultaat van € 1,3 mln. in 2017. Vanwege de door het ministerie gehanteerde bekostigingssystematiek van t-2 moeten we deze groei in deelnemers per 1 januari 2017 voorfinancieren met een bedrag van € 1,6 mln. Ondanks deze voorfinanciering zijn wij in staat om het begrote exploitatieresultaat voor 2017 met € 1,2 mln. op nagenoeg hetzelfde niveau te behouden als vermeld in ons jaardocument 2015. Dit komt door de hogere rijksbijdragen als gevolg van de toename van ons aandeel in het totale macrobudget met 5,0% ten opzichte van vorig jaar en door het ongedaan maken van een aangekondigde bezuiniging van € 133 mln. op het macrobudget.

Het begrote jaarresultaat 2017 kan nog beïnvloed worden door de kosten die we gaan maken ten behoeve van onze activiteiten die moeten leiden tot verbetering van de examinering en examenorganisatie. Bij het opstellen van de begroting 2017 was nog niet bekend welke maatregelen worden ingezet voor deze verbetering en het bedrag dat daarmee eventueel gemoeid is. In de begroting 2017 is daarom geen bedrag hiervoor opgenomen.

De groei in het aantal deelnemers is tijdelijk. Naar verwachting zal vanaf 2019 het aantal deelnemers dalen met name door demografische krimp. We zullen er alert op moeten zijn dat deze tijdelijke groei van het aantal medewerkers er niet toe leidt dat onze flexibele schil door de ondergrens van 10% van ons personeelsbestand zakt, waardoor we een eventuele daling van het aantal fte’s niet kunnen opvangen in de groep medewerkers met een benoeming voor bepaalde tijd. We zullen hier extra alert op moeten zijn in het licht van de wet Werk en zekerheid.

6.2 Treasuryverslag, vermogenspositie en kengetallen

Treasuryverslag

In mei en juni 2016 hebben wij ons treasurystatuut geactualiseerd waarbij wij ons treasurybeleid hebben aangescherpt. Doordat de nieuwe Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 op dat moment nog niet beschikbaar was, konden wij bij de aanpassingen van ons statuut daar nog geen rekening mee houden. Vlak voor de zomer is de nieuwe Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 beschikbaar gekomen en hebben wij ons geactualiseerd statuut aangepast op grond van de nieuwe regeling. Het treasurystatuut met daarin deze aanpassingen is door de Raad van Toezicht vastgesteld in zijn vergadering van 9 december 2016.

Uitgangspunt van ons treasurybeleid is het waarborgen van de continuïteit van de onderwijskundige kerntaken van het Alfa-college door het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s en het optimaliseren van de renteresultaten binnen de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

In dit beleid zijn onder andere de boven- en ondergrens en streefwaarde voor de solvabiliteit en de ondergrens en streefwaarde voor de liquiditeit vastgelegd. Tevens is het financieringsbeleid vastgelegd, waarbij het Alfa-college niet belegt in derivaten en alleen gebruikmaakt van conventionele instrumenten en methodieken. Daarnaast is de administratieve organisatie beschreven en zijn de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie binnen het Alfa-college met de daarbij behorende bevoegdheden vastgelegd.

Het Alfa-college voert een dusdanig financieel beleid en beheer dat zijn voortbestaan in financieel opzicht is gewaarborgd. De balansstructuur (solvabiliteit) vormt hiervoor o.a. een belangrijke ijkwaarde. In het treasurystatuut is hiervoor een ondergrens bepaald van 32% en een bovengrens van 50% (exclusief voorzieningen). Het gerealiseerde percentage bedroeg ultimo 2016 39%.
Wij hebben onze middelen op direct opneembare betaalrekeningen staan bij Nederlandse banken met een kredietwaardigheid > A, alsmede bij het Ministerie van Financiën (AA+). In de jaarrekening is in de toelichting op de langlopende schulden een overzicht opgenomen van de lopende financieringen.

De looptijd, rentevast periode alsmede de rentevoet van de leningen is opgenomen in onderstaand overzicht.

  Rentevoet Looptijd lening Rentevast periode
       
Overige langlopende schulden      
Ministerie van Financiën 3,39% 09/24/2035 09/24/2035
Ministerie van Financiën 3,78% 09/ 3/2035 09/ 3/2035
Ministerie van Financiën 0,62%    
Ministerie van Financiën 0,10% 08/31/2021 08/31/2021
ING 650118294 4,50% 03/ 1/2031 03/ 1/2018
ING 650142330 4,95% 03/ 1/2031 03/ 1/2021
Capgemini 4,50% 07/ 1/2018 07/ 1/2018

De totale omvang van de leningen bedraagt ultimo 2016 € 45.068.384.

Door het positieve exploitatiesaldo 2016 is het eigen vermogen toegenomen met € 1,6 mln. Van dit bedrag is € 1,1 mln. toegevoegd aan de algemene reserve, is het positieve resultaat op contractactiviteiten ad € 0,2 mln. gebruikt om de (negatieve) reserve contractactiviteiten aan te vullen; is € 0,2 mln. gebruikt om toe te voegen aan de reserve cursusgeld en € 0,1 mln. gebruikt om toe te voegen aan de reserve vavo.
Het saldo van de voorzieningen ultimo 2016 is met een bedrag van € 1,4 mln. gestegen ten opzichte van ultimo 2015. De wachtgeldvoorziening is toegenomen met € 0,8 mln., de ambtsjubileumvoorziening is gestegen met € 0,1 mln., de voorziening voor duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) is gestegen met € 0,2 mln. Tevens zijn er in het jaar 2016 twee nieuwe voorzieningen gevormd. Eén ten behoeve van de verplichtingen die zijn ontstaan voor langdurig ziekteverzuim ad   € 0,1 mln. en een voorziening ten behoeve van de verplichtingen die zijn ontstaan voor transitievergoedingen ad € 0,2 mln.
De langlopende schulden zijn per saldo afgenomen met € 2,1 mln. Totaal is er voor € 10,2 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan. Tegenover de nieuw aangegane verplichtingen staat een aflossing van in totaal € 12,3 mln. De aflossing en nieuw aangegane verplichtingen betreffen met name de herfinanciering van de lening deelneming LOC+ (€ 9,6 mln.)
De kortlopende schulden zijn gestegen met een bedrag van € 0,5 mln. ten opzichte van 2015. Door een stijging van het aantal fte’s ten opzichte van 2015 zijn de onder de kortlopende schulden opgenomen kosten die verband houden met personeel, gestegen met een bedrag ad € 0,4 mln.

Vermogenspositie en kengetallen

Ontwikkeling eigen vermogen x € 1.000

Ontwikkeling eigen vermogen x € 1.000
Categorieën 2016 2015 2014
       
Algemene reserve 39.537,5 38.394,9 37.801,0
Bestemmingsreserve 1.619,4 1.163,5 911,5
Herwaarderingsreserve - - -
Statutaire reserve 1,1 1,1 1,1
Totaal eigen vermogen 41.158,0 39.559,5 38.709,2

Kengetallen

Kengetallen
Categorieën 2016 2015 2014
Ongewogen bekostigd (1)      
Aantal deelnemers BOL 9.834 9.457 9.045
Aantal deelnemers BBL 2.042 1.892 1.869
Aantal deelnemers totaal 11.876 11.349 10.914
Aantal diploma's 3.830 3.552 3.265
       
Categorieën 2016 2015 2014
Aantal fte's ultimo (2) 945,1 905,5 840,6
P-aandeel (pers.kosten/tot.baten in %) 72,6% 72,4% 70,8%
Solvabiliteit (excl. voorz. in %) 39% 38% 38%
Rentabiliteit (resultaat/tot.baten in %) 1,6% 0,9% 0,7%
Liquiditeit (vlottende activa/kortl. schulden) 1,3 1,1 0,8
Huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijv. gebouwen en terreinen/tot.lasten) 0,09 0,09 0,10
Weerstandsvermogen (eigen vermogen/tot.baten) 0,4 0,4 0,5
Investeringen x €1 miljoen 1,9 1,9 6,7

(1) De aantallen ongewogen bekostigde deelnemers 2016 en het aantal diploma’s 2016 zijn gebaseerd op de laatste rapportage d.d. 9 juni 2017 en wijken af van de getallen uit de begroting 2017 welke gebaseerd zijn op een oudere rapportage.
(2) Het aantal fte’s ultimo 2016 is exclusief 0,2 fte mobiliteit, ultimo 2015 is exclusief 1,4 fte’s mobiliteit, ultimo 2014 exclusief 6,2 fte’s mobiliteit en ultimo 2013 exclusief 7,3 fte’s mobiliteit.

Toelichting bij de kengetallen

Het totaal aantal ongewogen bekostigde deelnemers is met 4,6% gestegen ten opzichte van 2015. Onderliggend zijn er lichte verschillen te noteren: zo is het aantal BOL-deelnemers met 4,0% gestegen, terwijl het aantal BBL-deelnemers met 7,9% gestegen is.
Het aantal verstrekte diploma’s 2016 in bovenstaande tabel stijgt ten opzichte van het voorgaande jaar met 278. Net als voorgaand jaar komen de diploma’s voor de opleidingen op niveau 1 (237) niet meer voor bekostiging in aanmerking. De groei van het aantal deelnemers en de stijging van het aantal diploma’s leidt, door de t-2 systematiek, tot een toename van de Rijksbijdrage in 2018.
Door de groei van het aantal deelnemers en de stijging van het aantal inburgeringstrajecten in het jaar 2016 ligt het aantal fte’s ten opzichte van 2015, ongeveer 44 fte’s hoger. Deze groei bestond grotendeels uit tijdelijke formatie. De flexibele schil geeft het aandeel van de tijdelijke formatie ten opzichte van de totale formatie van het Alfa-college aan. Deze flexibele schil lag ultimo 2012 op 11,7% en is gestegen naar 19,2 % ultimo 2016.


 

Vergelijking realisatie 2016 versus de voor 2016 begrote cijfers (x € 1 mln.)

Vergelijking realisatie 2016 versus de voor 2016 begrote cijfers (x € 1 mln.)
Categoreën Begroting 2016 Werkelijk 2016 Verschil 2016 Begroting 2017
3.1 Rijksbijdragen 85,7 87,7 2,0 92,8
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 0,8 1,2 0,4 1,1
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden - 0,2 0,2 0,1
3.4 Baten werk in opdracht van derden 3,6 5,9 2,3 5,2
3.5 Overige baten 3,3 4,1 0,8 3,1
         
4.1 Personeelslasten 68,4 71,9 3,5 74,6
4.2 Afschrijvingen 5,2 5,4 0,2 5,3
4.3 Huisvestingslasten 5,8 5,7 -0,1 6,5
4.4 Overige lasten 12,9 13,2 0,3 13,5
         
5 Financiële baten en lasten -1,8 -1,8 - -1,6
         
7 Resultaat deelnemingen 0,5 0,5 - 0,5
         
Resultaat (incl. afrondingsverschil) - 1,6 1,6 1,2

6.3 Analyse van de verschillen tussen de realisatie en de begroting 2016

Bij de specificatie per onderwerp wordt een verklaring gegeven van de verschillen tussen de begroting 2016 en de realisatie 2016. Voor een diepere analyse verwijzen wij naar deel B (de jaarrekening) van dit geïntegreerd jaardocument.

Rijksbijdrage

De hogere opbrengsten vanuit de rijksbijdrage ad € 2,0 mln. betreft met name een stijging van de normatieve rijksbijdrage ad € 1,2 mln. Deze stijging is met name te verklaren door een toename met € 0,5 mln. omdat de voor 2016 aangekondigde taakstelling is doorgeschoven en door een toename ad € 0,5 mln. vanwege een bijstelling van de lumpsum in de voorjaarsnota als gevolg van het cao-akkoord in 2016.
Per saldo zijn er voor de geoormerkte en niet-geoormerkte subsidies € 0,8 mln. hogere baten verantwoord dan in de begroting was opgenomen. Deze mutatie wordt grotendeels veroorzaakt door een toename van de opbrengst Kwaliteitsafspraken ad € 0,7 mln. ten gevolge van een voorzichtige inschatting van deze baten in de begroting 2016 en een toename van het prestatiedeel.

Overige overheidsbijdragen en subsidies

De hogere opbrengsten van de overige overheidsbijdragen en -subsidies zijn met name het gevolg van hogere opbrengsten ad € 0,3 mln. voor het opstarten van Taalhuizen.

Baten werk in opdrachten van derden

De hogere opbrengsten van werk in opdracht van derden ad € 2,3 mln. zijn het gevolg van de extra verrichte inburgeringstrajecten in verband met de toestroom van vluchtelingen, meer trajecten die zijn afgesloten met het bedrijfsleven, extra gerealiseerde projectopbrengsten en extra baten vavo.

Overige baten

De toename van de overige baten met € 0,8 mln. wordt met name veroorzaakt door een toename van de detacheringsopbrengsten personeel ad € 0,3 mln., een stijgende opbrengst op de verkopen in de kantines ad € 0,3 mln. en een toename in de opbrengsten excursies ad € 0,1 mln.

Personeelslasten

De totale personeelslasten nemen ten opzichte van de begroting toe met een bedrag van € 3,5 mln. Deze mutatie wordt met name veroorzaakt door dotaties aan de personele voorzieningen ad € 1,4 mln. Tevens was de gemiddelde inzet in 2016 22,4 fte’s (exclusief mobiliteit) hoger dan aanvankelijk was begroot. Dit zorgt voor € 1,5 mln. aan hogere personele lasten (externe inhuur meegerekend). Daarnaast zijn de wachtgelduitkeringen € 0,6 mln. hoger uitgevallen dan was begroot als gevolg van hogere instroom in de WW van oud-medewerkers.

6.4 Vooruitblik en begroting 2017

In deze paragraaf blikken we vooruit op 2017. We beginnen met een korte samenvatting van de begroting 2017 om vervolgens een aantal specifieke punten toe te lichten. Dit zijn de baten vanuit de Rijksbijdrage, baten werk in opdracht van derden, personeelslasten en huisvestingslasten.

Begroting 2017

Voor 2017 kent de begroting een positief resultaat van € 1,2 mln. Deze doelstelling komt overeen met het geactualiseerde meerjarenmodel, rekening houdende met het voorfinancieren van 26 fte’s als gevolg van deelnemersgroei en de daarmee gestegen huurkosten voor extra onderwijslocaties.

Categorieën werkelijk 2016 begroting 2017 verschil
       
3.1 Rijksbijdragen OCW 87,7 92,8 5,1
3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 1,2 1,1 -0,1
3.3 College-, cursus-, les- en examengelden 0,2 0,2 -0,1
3.4 Baten werk in opdracht van derden 5,9 5,2 -0,7
3.5 Overige baten 4,1 3,1 -1,0
       
4.1 Personeelslasten 71,9 74,6 2,7
4.2 Afschrijvingen 5,4 5,3 -0,1
4.3 Huisvestingslasten 5,7 6,5 0,8
4.4 Overige lasten 13,2 13,5 0,3
       
5 Financiële baten en lasten -1,8 -1,6 0,2
7 Resultaat deelnemingen 0,5 0,5 0,0
       
Resultaat 1,6 1,2 -0,4

Totale rijksbijdrage

De totale rijksbijdragen nemen ten opzichte van 2016 toe met € 4,9 mln. Dit komt door een stijging van de Rijksbijdragen OCW met € 2,7 mln. en door een stijging van de overige subsidies OCW met
€ 2,2 mln.

Rijksbijdrage OCW
De rijksbijdragen betreft de lumpsum die het Alfa-college ontvangt voor de deelnemers en diploma’s op basis van de telling van 1 oktober 2015 (t-2). De voor 2017 begrote lumpsum bedraagt € 79,7 mln.

Voor 2017 hebben we € 2,8 mln. meer aan normatieve rijksbijdragen ten opzichte van de realisatie 2016 begroot. Alhoewel het macrobudget licht daalt, neemt als gevolg van een groeiend aandeel van het Alfa-college in het totale macrobudget de lumpsum voor het Alfa-college toe.

Niet-geoormerkte subsidies
In totaliteit stijgen de niet-geoormerkte subsidies met € 2,3 mln. De grootste stijging wordt veroorzaakt door de extra gelden (€ 1,5 mln.) voor de regeling beroepspraktijkvorming (BPV). Daarnaast is het te ontvangen bedrag voor de regeling tegemoetkoming schoolkosten
€ 0,1 mln. hoger, vallen diverse kleinere bijstellingen hoger uit (€ 0,1 mln.), valt de vergoeding voor wachtgelduitkering € 0,2 mln. hoger uit en leidt een groeiend aandeel van het Alfa-college in de prestatiebox tot een verhoging van € 0,4 mln. van de niet-geoormerkte subsidies.

Baten werk in opdracht van derden

Ten opzichte van 2016 dalen de baten in opdracht van derden met € 0,7 mln. Een toename van het contractonderwijs leidt tot een stijging van de baten met € 0,3 mln. Tegenover deze stijging staat een daling van de overige baten werk in opdracht van derden van € 0,9 mln. Dit wordt veroorzaakt door het beëindigen van de projecten CoPT (€ 0,2 mln.), ReCoMa-lab (€ 0,1 mln.), regionale VSV-middelen (€ 0,3 mln.), overige projecten (€ 0,3 mln.) en diverse lagere overige baten in de gehele organisatie van € 0,1 mln. Tegenover de lagere opbrengsten overige baten in opdracht van derden staan een lagere personele inzet en daardoor lagere personele kosten.

Personeelslasten

De brutolonen en salarissen nemen ten opzichte van de begroting toe met € 4,0 mln. Dit wordt veroorzaakt door de volgende toenamen van kosten:

  • stijging van het aantal fte’s (€ 1,6 mln.);
  • de periodieke salarisverhogingen in augustus (€ 0,3 mln.);
  • doorstroming van docenten in het functiebouwwerk (€ 0,1 mln.);
  • toename van de pensioenpremie, die leidt tot 2% stijging van de loonkosten (€ 1,4 mln.);
  • eenmalige uitkering naar aanleiding van het cao-akkoord 2016-2017 in april (€ 0,6 mln.).

Voor 2017 is gemiddeld 948 fte’s (excl. mobiliteit) begroot. Voor 2016 is gemiddeld 908 fte’s (excl. mobiliteit) begroot, terwijl de gemiddelde bezetting over 2016 930,4 fte’s
(excl. mobiliteit) was. De verwachte toename van de formatie in de begroting 2017 t.o.v. de begroting 2016 is een direct gevolg van de groei van het aantal deelnemers. Het begrote aandeel OP voor 2017 is 70,9% (672 fte’s), terwijl het aandeel OBP 29,1% (276 fte’s) is.

In 2016 is voor een bedrag van € 1,3 mln. aan dotaties voor personele voorzieningen gedaan, terwijl hier voor de begroting 2017 geen rekening mee gehouden is. Dit leidt tot lagere personeelskosten van € 1,3 mln. ten opzichte van 2016.

Verwacht wordt dat de huisvestingslasten in 2017 € 0,8 mln. hoger zullen uitvallen als gevolg van huur van extra onderwijsruimten voor zowel regulier onderwijs als Educatie (€ 0,5 mln.), door hogere onderhoudskosten als gevolg van het doorschuiven van onderhoud vanuit 2016 naar 2017 (€ 0,2 mln.) en door hogere schoonmaakkosten (€ 0,1 mln.).