Onderwijs en examinering

3.1 Studiesucces

Studiesucces staat voor de opbrengsten van de opleiding. Deze opbrengsten worden weergegeven in de door de Inspectie voor het Onderwijs gedefinieerde indicatoren jaar- en diplomaresultaat. Per niveau zijn er normen vastgesteld, waaraan de opleidingen moeten voldoen. In het schooljaar 2015-2016 was het streven van het Alfa-college dat 90% van alle opleidingen zou voldoen aan de inspectienorm voor opbrengsten. Door middel van ons in 2012 in gebruik genomen managementinformatiesysteem zijn de gegevens ontsloten op de verschillende aggregatieniveaus van onze organisatie.

De streefwaarde voor het percentage opleidingen met voldoende opbrengsten is bijna behaald. De grote inzet van de onderwijsteams om systematisch te werken aan de kwaliteitsverbetering van hun onderwijs leidt tot resultaat.

Daarnaast zijn er nog enkele gerichte activiteiten, die hebben bijgedragen aan deze kwaliteitsverbetering:

  • Interne audits
    Ook in 2016 zijn in samenwerking met vijf andere (christelijke) ROC’s door een team van zes interne auditoren weer interne audits op de kwaliteit van het onderwijs, examinering en kwaliteitsborging uitgevoerd. De resultaten van deze audits geven de teams goed inzicht in hun sterke en zwakke kanten en helpen hen gericht aan verbetering te werken. Meer hierover in paragraaf 3.8.3.
  • Risico-opleidingen
    Jaarlijks stelt het College van Bestuur samen met de regiodirecteuren vast welke opleidingen risico-opleiding zijn. Hiervoor zijn onvoldoende opbrengsten gedurende twee opeenvolgende jaren en een slechte beoordeling van deelnemers voor de opleiding een belangrijke indicator. Regio’s brengen ook zelf opleidingen in op basis van andere redenen dan de eerder genoemde indicatoren. Deze risico-opleidingen worden gedurende een jaar intensief gevolgd door de centrale eenheid Planning & Control. Dit heeft geleid tot een beter resultaat. Voor het schooljaar 2015-2016 zijn 5 opleidingen benoemd tot risico-opleiding vanwege onvoldoende opbrengsten.

Het jaarresultaat was 76% (in 2015 was dit 75,8%) en het diplomaresultaat was 76,1% (is 2015 was dit 75,9%). Voor zowel het jaar- als diplomaresultaat scoort het Alfa-college weer boven het branchegemiddelde en ook weer hoger dan een jaar geleden. Uitwerking van jaar- en diplomaresultaten is te vinden in bijlage 5.

Jaarresultaat

Diplomaresultaat

3.2 Deelnemerstevredenheid

Naast studiesucces is ook de tevredenheid van deelnemers een belangrijke indicator voor de kwaliteit van ons onderwijs. Daarom voeren wij vanaf 2013 ieder jaar een deelnemerstevredenheidsonderzoek uit. Het ene jaar doen we mee aan de JOB-monitor, het andere jaar voeren we zelf een vergelijkbaar onderzoek (DeTeO) uit.

Als streefwaarde geldt hier: de waardering van de studenten is minimaal een 7 op de eigen opleiding en de instelling.

In 2016 heeft het Alfa-college aan de landelijke JOB-monitor meegedaan. Hieronder zijn de resultaten uit de JOB-monitor 2016 in grafiek uitgewerkt, afgezet tegen de resultaten van de JOB-monitor 2014 en ons eigen deelnemertevredenheidsonderzoek van 2015. In bijlage 4 is een uitgebreider overzicht van de resultaten in een tabel opgenomen.

We kunnen constateren dat de waarderingscijfers op de deelnemertevredenheidsonderzoeken een stijgende lijn laten zien. In 2016 hebben we de streefwaarde voor de waardering van de opleiding gehaald. De waardering voor de onderwijsinstelling is bijna gerealiseerd. Zowel de waardering van de studenten voor de opleiding als voor de instelling ligt hoger dan het landelijk gemiddelde.

De onderliggende resultaten van de JOB-monitor 2016 zijn op verschillende niveaus ontsloten: opleiding (cluster van bij elkaar horende crebo’s), team, locatie, opleidingsmanager, regio en instelling. Dit geeft de mogelijkheid om op de verschillende niveaus en doorsnijdingen de resultaten te analyseren en te bespreken. Zo worden de resultaten met de deelnemers besproken, maar ook in teamverband. De dialoog over de resultaten is onderdeel van de verantwoordingsgesprekscyclus in de instelling. In de teamplannen worden op basis van de gesprekken met deelnemers over de resultaten specifieke verbeteracties opgenomen. Ook worden op locatieniveau en op regioniveau gerichte afspraken gemaakt op basis van de resultaten en de analyses, die moeten leiden tot een verbetering van de deelnemerstevredenheid.

Naast de centraal uitgevoerde deelnemertrevredenheidsonderzoeken worden er door de teams jaarlijks meerdere gesprekken gevoerd met deelnemers, waarin gezamenlijk besproken wordt wat goed gaat en wat beter kan. Ook deze gesprekken leiden tot verbeteracties, waarvan de resultaten weer terugkomen in de volgende rondes van gesprekken.

 

Respons bij deelnemertevredenheidonderzoeken

Waardering voor opleiding en instelling

Klachten

Het Alfa-college heeft een eigen, onafhankelijke klachtencommissie waartoe in- en externe klagers zich kunnen wenden als ze een klacht willen indienen over de wijze waarop medewerkers of studenten van het Alfa-college zich in een bepaalde gelegenheid hebben gedragen.

De Klachtencommissie heeft in 2016 twee klachten in behandeling genomen. In 2015 is één klacht behandeld door de Klachtencommissie.

Van de ingediende klachten in 2016 luidde het oordeel van de Klachtencommissie dat ze gedeeltelijk gegrond waren. Deze klachten hadden beide als onderwerp de gebrekkige communicatie vanuit de opleiding.

Van deze klachten hebben we geleerd. De verantwoordelijke opleidingen zijn gevraagd de inhoud en wijze van communiceren met de student en ouders te evalueren en het proces en de inhoud van deze communicatie te verbeteren.

Bij de, door de minister van OCW ingestelde Klachtenlijn MBO zijn in 2016 geen klachten van studenten van het Alfa-college binnengekomen.

3.3 Passend Onderwijs

Het doel van Passend Onderwijs is dat alle studenten het onderwijs volgen dat bij hen past. Dit betekent dat het Alfa-college hen onderwijs aanbiedt dat van goede kwaliteit is en dat er een ondersteuningsaanbod is voor de studenten die dat nodig hebben. Dit ondersteuningsaanbod heeft tot doel dat alle studenten van het Alfa-college een succesvolle leerloopbaan hebben en diplomaperspectief hebben en houden.

De waarden van het Alfa-college zijn vertrouwen, verbinden en ondernemen. Vanuit die waarden geven we op onderstaande wijze vorm aan begeleiding op het Alfa-college.

Vertrouwen

We bieden de student ruimte en verantwoordelijkheid in een verantwoorde omgeving gecoacht door de mentor of coach. We willen duidelijk zijn en gestructureerd onderwijs en ondersteuning aanbieden.  We gaan in gesprek met de ander om de ander te begrijpen en passend te begeleiden. De student mag leren van zijn fouten en mag rekenen op een goede ondersteuning en begeleiding tijdens zijn opleiding door medewerkers die zich met hem verbinden.

Verbinden

We begeleiden zo dicht mogelijk in het onderwijsproces en bij de student. De mentor of coach gaat voor een duurzame relatie via persoonlijke aandacht en een vriendelijke benadering.  De mentor is de spil in de begeleiding. In de groepsbegeleiding staan beroep, loopbaan en burgerschap centraal. De student groeit als vakman en als persoon. Waar nodig zullen we samen met externen een gezamenlijke aanpak van ondersteuning bespreken.

Ondernemen

We maken de onderwijsteams van de locaties medeverantwoordelijk in de inrichting van de ondersteuning. Het aanbieden van begeleiding is ingericht naar vraag en behoefte, weergegeven in een locatie-ondersteuningsprofiel. We coachen op mogelijkheden en kansen. We begeleiden de student in het ontwikkelen van zelfreflectie. De begeleiding richt zich op toenemende zelfredzaamheid en toenemend probleemoplossend vermogen. We zetten in op professionaliteit van het onderwijsteam. Interne experts ondersteunen en ontwikkelen de coaches in handelingsbekwaamheid op het vakgebied van het mentoraat.

Het Alfa-college is vooral te kenmerken als type BREED in het aanbieden van ondersteuning. Gericht op de traditionele doelgroep (de student met een beperking) én de wijde kring er omheen, de overige problematieken. Dus ook passend onderwijs voor studenten zonder een beperking met problematiek.

Vanuit de kaders rondom reguliere basisbegeleiding van het Alfa-college werken we naar een ondersteuningsprofiel waarin de begeleidingsstructuur uiteengezet wordt in de fasen instroom, doorstroom en uitstroom. Van centraal naar decentraal. Vanuit beleidskaders naar voldoende ruimte voor eigen invulling door decentrale professionals. Zo heeft elke locatie een ondersteuningsprofiel opgebouwd dat de begeleiding omschrijft die op de locatie mogelijk is. Vanaf het schooljaar 2014-2015 voldoen we aan het transparantiebeginsel van het Passend Onderwijs.

In de begeleidingsstructuur is sprake van drie intensiteitsniveaus:

a. reguliere basisbegeleiding;

b. ondersteunende basisbegeleiding;  

c. intensieve extra begeleiding.

De basisbegeleiding is breed op de het Alfa-college en zo dicht mogelijk bij de student in het onderwijsproces. De begeleiding bestaat onder andere uit de reguliere basisbegeleiding die door het onderwijsteam en de coaches wordt georganiseerd en uitgevoerd, al dan niet ondersteund door het Loopbaancentrum, waaronder loopbaanadviseurs en orthopedagogen (en verzuimcoördinatie) op de locaties. De basisbegeleiding is vooral preventief van aard. Een goede signalering is daarbij van belang, onder andere door middel van gesprekken met studenten, zowel individueel als in groepsverband. Een studentvolgsysteem dient daarbij te ondersteunen en te faciliteren.

Voor studenten die niet genoeg hebben aan de reguliere basisbegeleiding, is er de ondersteunende basisbegeleiding. De coach werkt intensief samen met het Loopbaancentrum en indien nodig met de aan de locatie gekoppelde externe hulpverleners, bijvoorbeeld de medewerker RMC.

De intensieve extra begeleiding staat apart van de basisbegeleiding en is bedoeld voor overbelasten en jongeren met multiproblematiek. Het Loopbaancentrum vormt de schakel tussen het onderwijs en de externe hulpverlening en instanties om te komen tot een gezamenlijke aanpak.

Basisafspraken reguliere basisbegeleiding

Een basisafspraak is dat iedere student een individueel intakegesprek heeft. Een student kan aangeven dat hij een ondersteuningsbehoefte heeft. Het Alfa-college zorgt dat de intakers van het Loopbaancentrum samen met het onderwijsteam en de student de ondersteuningsbehoefte bepalen en het diplomaperspectief vaststellen.

Het begrip diplomaperspectief wordt ingevuld met behulp van risicoprofielen die werken met een vierpuntpuntsschaal (A, B, C en D). Volgens afspraak gebruiken we binnen het Alfa-college de kenmerken schoolloopbaan, motivatie, thuissituatie, zelfbeeld, beroepsbeeld, opleidingsbeeld, capaciteiten/competenties en individuele beperkingen om te komen tot een ABCD-score waarin de intaker de verwachting neerlegt voor het diplomasucces en de ondersteuningsbehoefte peilt. A en B kunnen vaak door het onderwijs zelf afgehandeld worden, bij C en D is altijd het Loopbaancentrum betrokken, soms een externe partner en soms de commissie Bijzondere Toelating van de locatie. Voor elk van deze vier groepen is beschreven of en hoe die studenten geplaatst en begeleid worden. We gebruiken instrumenten, deels verplicht voor iedereen, deels in een toolbox aanwezig en naar behoefte te gebruiken. Elke locatie heeft een eigen draaiboek  Werving Aanmelding Intake en Inschrijving waarin de uitvoering van het proces beschreven wordt. Als een student voorgedragen wordt voor afwijzing, beoordeelt de commissie toelating van de locatie zich over de juistheid van de procedure en het voorstel tot afwijzing.

Voor een zo passend mogelijk ondersteuningsaanbod werkt het Alfa-college samen met externe partners, zoals de gemeentes, RMC, wijk/sociale teams, jeugdhulpverleningsinstanties, v(s)o/PrO-scholen en mbo-instellingen in de regio.

Een andere basisafspraak is dat iedere student een coach heeft op het Alfa-college. De coach heeft een regisserende rol bij de voortgang van de student in de opleiding en voert individuele coachgesprekken over inzet, motivatie, aanwezigheid, welbevinden en loopbaanoriëntatie.  De eerstejaars BOL-studenten hebben 10-wekelijks een coachgesprek. Elke tienwekelijkse periode is er in het onderwijsteam van de BOL-student een studentenbespreking. Het Loopbaancentrum schuift aan bij deze besprekingen. Bij de BBL-opleidingen is dit afhankelijk van het aantal perioden in een schooljaar. 

Het aanleren en onderhouden van studievaardigheden is ondergebracht bij de studieloopbaanbegeleiding. Elke opleiding heeft een pakket waarin verschillende studievaardigheden worden aangeleerd. Elke opleiding heeft een programma om te werken aan sociale vaardigheden en groepsvorming. De opleiding is verantwoordelijk voor een activiteitenaanbod gericht op loopbaan. Voor de BPV-begeleiding zijn basisafspraken geformuleerd over de begeleiding en de inhoud.

Basisafspraken ondersteunende basisbegeleiding

Op alle locaties worden de volgende ondersteunende arrangementen uitgevoerd: oriëntatie op loopbaan, ernstige lees-en of spellingproblemen, ernstige rekenproblemen, studiebegeleiding,  enkelvoudige begeleiding loopbaancentrum op sociaal-emotioneel/psychisch gebied, training weerbaarheid en sociale vaardigheden, pastoraat, enkelvoudige begeleiding loopbaancentrum spijbelen en verzuim,  LPA/RMC of ROL (verzuimcoördinator/RMC+), schoolarts, niveauonderzoek en meervoudige begeleiding loopbaancentrum (multiproblematiek). Overige arrangementen zijn locatie-afhankelijk of aan de regio gebonden.

Basisafspraken intensieve extra begeleiding

De intensieve begeleiding is bedoeld voor de overbelaste kwetsbare jongere, de student met multiproblematiek. De intensieve (maatwerk) arrangementen zijn locatie-afhankelijk of regiogebonden en worden in samenwerking met de gemeenten en de externe hulpverlening opgesteld. Hierbij kan het gaan om motivatie-, coaching- of oriëntatietrajecten.  Het Loopbaancentrum is de schakel tussen het onderwijs en de externe partners.

Het Alfa-college heeft veelal gekozen voor een breed ondersteuningsaanbod. Veel van de begeleiding vindt plaats dicht bij de student in het onderwijs. De coach/mentor en het loopbaancentrum registreren de gesprekken in het leerlingvolgsysteem. In 2017 willen we  in het digitale studentvolgsysteem de 6 typen van ondersteuning inbouwen, zodat stuurinformatie op te vragen is over het soort ondersteuning dat de student in de ondersteunende basisbegeleiding heeft ontvangen.

Registratie begeleidingsplannen

Er zijn binnen het Alfa-college verschillen in de ondersteuningsaanpak per locatie. Te onderscheiden zijn twee varianten:

  1. Detailleerde beschrijving van het ondersteuningsprofiel: Het grootste deel van de begeleidingsmogelijkheden zijn beschreven in het ondersteuningsprofiel van de locatie. De meeste ondersteuning is ingezet in de reguliere basisbegeleiding, dicht bij het primaire proces. Dit heeft tot gevolg dat voor zeer weinig studenten een apart begeleidingsplan (als addendum bij de onderwijsovereenkomst) hoeft te worden gemaakt. Het Loopbaancentrum registreert de begeleidingsafspraken in het studentvolgsysteem van Eduarte. Verder gebruiken we dit digitale pakket om studieloopbaangegevens op te slaan, te monitoren en te rapporteren. In 2017 willen we komen tot uniformiteit in de registratie van de begeleidingsplannen. In mei 2017 is hierover een studiedag gepland.
  2. Minder gedetailleerde beschrijving van het ondersteuningsprofiel: Voor studenten wordt een apart arrangement opgesteld. Vaak betreft dit studenten die intensieve extra begeleiding nodig hebben. Een maatwerkplan zal in een begeleidingsplan als addendum bij de onderwijsovereenkomst gevoegd worden. Hierin komt zowel te staan welke ondersteuning de deelnemer van de opleiding kan verwachten, als de inspanning die de student en eventuele derden gaan leveren.

Documenten Passend Onderwijs

Rond begeleiding kent het Alfa-college een aantal documenten die de organisatie van Passend Onderwijs beschrijven. Het beleidsdocument ‘Begeleiden op het Alfa-college’ is een document over begeleiden en coachen en  is bestemd voor bestuurders, managers, teams en voor  de ondersteunende stafdiensten. Het document beschrijft onze visie, kaders en de landelijke wet- en regelgeving hierin. Ingedeeld naar instroom, doorstroom en uitstroom. Het beleidsdocument is te vinden op onze interne site en op de externe website www.alfa-college.nl.

De mogelijkheden tot begeleiding zijn in het ‘Ondersteuningsprofiel Passend Onderwijs Alfa-college’ beschreven dat in december 2016 is vastgesteld voor het schooljaar 2016-2017 en 2017-2018.  We maken hierbij onderscheid tussen een intern ondersteuningsprofiel en een extern ondersteuningsprofiel. Het externe ondersteuningsprofiel heeft een belangrijke functie in de communicatie over begeleiding naar buiten. Hiermee krijgen kandidaat-studenten en hun ouders een idee van de mogelijkheden voor begeleiding op het Alfa-college.  Ouders kunnen de locatieondersteuning inzien op de website van het Alfa-college. Het interne ondersteuningsprofiel is belangrijk voor de interne afstemming rondom begeleiding en is een samenvatting van de ondersteuningsprofielen van de diverse locaties van het Alfa-college.

Het locatie-ondersteuningsprofiel is een document (in verslagvorm en schema) waarin elke locatie per intensiviteitsniveau de basisondersteuning en de intensieve extra ondersteuning  met de diverse arrangementen beschrijft. We onderscheiden daarin 6 typen ondersteuning: oriëntatie, studievaardigheden, sociaal-emotioneel/psychische ondersteuning, spijbelen en verzuim, cognitieve grenzen en multiproblematiek. Een minimaal aanbod is afgesproken rondom de basisbegeleiding en m.b.v. een scan is van alle onderwijsteams in beeld gebracht in hoeverre zij aan het beleid omtrent de reguliere basisbegeleiding voldoen. In 2016 zijn er op locaties evaluatiegesprekken Passend Onderwijs gevoerd en op twee locaties is er een interne audit afgenomen. De audit gaf aanwijzingen op detailniveau ter verbetering. Verder gaf de interne audit een positief beeld rondom de implementatie en uitvoering van Passend Onderwijs. Dit positieve beeld zien we ook terug in de resultaten van de JOB-monitor en het interne tevredenheidsonderzoek onder studenten in 2016 over begeleiding op het Alfa-college. In 2017-2018 willen de evaluatie van de begeleiding rondom Passend Onderwijs integreren in de teamverbeterplannen van het onderwijs.

 

 

 

3.4 Invoering herziene kwalificatiestructuur

Met ingang van 1 augustus 2016 is het mbo gestart met de invoering van de herziene kwalificatiestructuur (IHKS). Zo ook het Alfa-college. Aan de hand van het inmiddels op alle locaties veelvuldig gehanteerde ‘spoorboekje’ (zie ook het geïntegreerd jaardocument 2015). Het spoorboekje is ontwikkeld door de centrale eenheid Onderwijs & Kwaliteitszorg samen met de medewerkers van Campus Solutions en Eduarte waarin een tijdpad staat beschreven waarlangs de ontwikkeling van de curricula dient te lopen met bijbehorende formats. Sinds augustus 2015 werken teams aan de bouw van het curriculum voor hun opleiding(en). Dat is voor alle opleidingen gelukt en de Onderwijs- en examenregelingen zijn voor alle opleidingen gerealiseerd.

Voor sommige opleidingen betekende de herziening van de kwalificatiestructuur, voor wat betreft de inhoud, weinig veranderingen. Voor andere stonden er grote wijzigingen in het aanbod en het programma op stapel. Er werden nieuwe kwalificaties neergezet of bestaande opleidingen werden (deels) gecombineerd tot nieuwe opleidingen aan de hand van het herziene dossier. Ter ondersteuning van het primaire proces is hard gewerkt om de herziene kwalificatiestructuur ook in de daarvoor beschikbare systemen in te regelen.

Tegelijkertijd met de invoering van de herziene kwalificatiestructuur zijn ook de keuzedelen ingevoerd. Om tot een goede invoering te komen is reeds in het voorjaar van 2016 (als onderdeel van het spoorboekje) het aanbod keuzedelen voor het eerste leerjaar per kwalificatie vastgesteld. Er zijn voor deze eerste tranche door de onderwijsteams 50 verschillende keuzedelen aangemeld. Voor iets meer dan de helft zijn dat verdiepende/verbredende keuzedelen gericht op het vakgebied, de overige zijn generieke keuzedelen die door verschillende opleidingen zijn gekozen als eerstejaars aanbod. Op enkele locaties zijn studenten en/of werkveld betrokken geweest bij het bepalen van het aanbod. Keuzedelen met een sterke samenhang met het strategisch beleid van het Alfa-college worden op alle locaties aangeboden (Duits, Duurzaamheid en Ondernemerschap).

De opleidingen gaan op verschillende manieren om met het samenstellen van het aanbod. Grofweg verloopt het op de volgende manieren:

  • het gevulde configuratiemodel: het gehele aanbod per cohort is bekend en de student kan kiezen uit tenminste configuratie A of B; 
  • gedeeltelijk gevulde configuraties:  in het eerste jaar sprake is van een verplicht keuzedeel en de rest van het aanbod later in de opleiding volgt;  
  • het schooljaarkeuzemodel: ieder schooljaar wordt het aanbod bekendgemaakt.

Deze laatste twee varianten bieden de mogelijkheid nieuw landelijk aanbod direct voor reeds lopende cohorten aan te bieden. Het aanbod wordt tijdens het keuzemoment van de student met zijn coach besproken. Er is dus sprake van een begeleid advies, waarbij mogelijkheden en onmogelijkheden aan de orde komen, maar ook varianten die een relatie hebben met kans op werk, opstroom of vervolgopleiding.

Het project IHKS heeft op het Alfa-college een verlenging gekregen tot tenminste augustus 2017, waarmee tegemoet wordt gekomen aan de wens tot verdere digitalisering van het keuzeaanbod en het keuzeproces van studenten rond de keuzedelen.

In november 2016 heeft een evaluatie plaatsgevonden met de keuzedelen-contactpersonen van de locaties rond de beleidskaders die t.a.v. de keuzedelen zijn geformuleerd. Dat heeft geleid tot bijstelling van de kaderuitspraak rond de examinering van keuzedelen. Aanvankelijk gold: gelijke keuzedelen kennen in de verschillende regio’s gelijke examens. Deze uitspraak is herzien in: gelijke keuzedelen kennen bij gelijke opleidingen gelijke examens. Daarmee is de verantwoordelijkheid van de examinering bij de creboregieteams komen te liggen en bestaat de mogelijkheid de inhoud van de examinering van keuzedelen beter te koppelen aan het opleidingsprofiel.

Inmiddels is in samenwerking met de ROC’s en de hbo-instellingen in Noord-Nederland verder invulling gegeven aan branchespecifieke keuzedelen voor doorstroom HBO. De reeds bestaande keuzedelen voor de sectoren Techniek, Groen en Hospitality (zie het geïntegreerd jaardocument 2015) zijn uitgebreid met de keuzedelen voor Kunstopleidingen, Sociale opleidingen en Verpleegkunde.

Zorgelijk is de beschikbaarheid van passend aanbod voor een aantal BBL-opleidingen en in mindere mate ook voor bepaalde BOL-opleidingen. Met name in de techniekopleidingen zijn de keuzemogelijkheden in vakspecifieke keuzedelen nog dun bezaaid. Opleidingen vallen daarom nog wel eens terug op meer generieke keuzedelen. Inpassing van de keuzedelen in de curricula vraagt pas- en meetwerk, zowel op de inhoud als in de tijdspanne waarin kennis en vaardigheid moet worden aangebracht door de opleiding en de praktijkopleiders. Een en ander heeft geleid tot uitstel van een beslissing over aanbod in sommige opleidingen in het eerste leerjaar. Zij zoeken de ruimte met name in het tweede en derde leerjaar al dan niet in combinatie met de BPV.

Het Alfa-college heeft in het kader van de wet Rog geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid voor MBO-instellingen om af te wijken van de keuzedeelverplichting in het kader van persoonlijke, culturele of levensbeschouwelijke vorming (art. 6.1.2a, tweede lid, van de WEB). Ook zijn er geen verzoeken van studenten gekomen om gebruik te maken van de regeling niet gekoppelde keuzedelen te mogen kiezen, die niet aan de kwalificatie zijn gekoppeld behorende bij de opleiding die hij volgt en wel in het aanbod van het Alfa-college zitten (art. 7.2.7., tiende lid, van de WEB). Tenslotte zijn er geen keuzedelen uit het aanvankelijke aanbod geschrapt vanwege doelmatigheidsoverwegingen.

3.5 Aanpassingen mbo-opleidingenaanbod

Binnen het Alfa-college is een procedure voor het starten en stoppen van opleidingen. Inhoudelijk is deze procedure gebaseerd op de kaders die zijn vastgesteld voor ons opleidingenaanbod. In 2016 zijn deze kaders in het desbetreffende beleidsdocument herbeoordeeld op basis van ons nieuwe strategisch beleidsdocument en de wettelijk arbeidsmarktperspectief- en doelmatigheidszorgplicht. 

De procedure voor het starten en stoppen van opleidingen heeft geleid tot de volgende start-besluiten per 1 augustus 2016:

regio

crebonr.

leerweg

niv.

opleiding

Groningen, Kluiverboom

25401

BOL

4

Salonmanager

Hardenberg, RTC

25332

BBL

3

Eerste monteur elektrotechnische installatie woning en utiliteit

 

94312

BBL

3

Allround constructiewerker

 

95000

BBL

2

Machinaal houtbewerker

Hoogeveen, Voltastraat

25401

BOL

4

Salonmanager

 

25335

BBL

2

Mechanisch operator A

 

25336

BBL

3

Mechanisch operator B

 

25115

BBL

2

Sloper

 

25114

BBL

3

Allround sloper

De BOL-opleiding Salonmanager is een opleiding op niveau 4 voor studenten Haarverzorging. Tot nu toe was er geen opleiding op dit niveau. Door het uitvoeren van deze opleiding wordt studenten de mogelijkheid geboden door te stromen naar het HBO en het verbetert hun kans op de arbeidsmarkt (met name als het gaat om een leidinggevende functie). De start-besluiten voor de BBL-opleidingen zijn mede genomen op basis van wensen van het bedrijfsleven. De BBL-opleidingen in Hoogeveen zijn niet gestart per 1 augustus; voor de opleidingen Mechanisch operator meldden zich – ondanks gewekte verwachtingen - geen deelnemers; in overleg met de Stichting Vakopleidingen Sloopbedrijf zijn de eerste groepen voor de opleidingen Sloper en Allround sloper gestart per 1 maart 2017.

In 2016 zijn geen crebo-opleidingen gestopt. Wel moest het Alfa-college helaas stoppen met het uitvoeren van de Politie-differentiatie in de opleiding Handhaver Toezicht en Veiligheid in Groningen. De politie heeft besloten voortaan voor deze differentiatie slechts met een beperkt aantal ROC’s in zee te gaan en daarbij is de keuze niet op het Alfa-college gevallen.

In 2016 hebben we ook besluiten genomen over het starten en stoppen van opleidingen per 1 augustus 2017. We gaan met ingang van deze datum op de locatie Admiraal de Ruyterlaan in Groningen starten met de opleiding Ondernemend meubelmaker BOL/BBL niveau 4 (crebonr. 25019). Dit startbesluit is mede genomen naar aanleiding van de wens van CBM, de branchevereniging voor interieurbouw en meubelindustrie, om in Noord-Nederland een volledig opleidingenaanbod tot en met niveau 4 uit te voeren waarbij de niveau 4-opleiding ook voldoende arbeidsmarktperspectief biedt.

In 2016 zijn de volgende stop-besluiten genomen per 1 augustus 2017:

regio

crebonr.

leerweg

niv.

opleidingen

Groningen, Kardingerplein

93280

BOL

2

Medewerker Toezicht en Veiligheid

Groningen, Adm. de Ruyterlaan

91080

BBL

2

Monteur Mechatronica

Hardenberg, Parkweg

25484

BBL

3

Pedagogisch medewerker kinderopvang

 

25486

BBL

4

Gespecialiseerd pedagogisch medewerker

Hoogeveen, Voltastraat

93751

BBL

2

Verkoper Detailhandel

 

90383

BBL

3

Verkoopspecialist Detailhandel

 

93492

BBL

4

Manager Retail

Het besluit om te stoppen met de BOL-opleiding Medewerker Toezicht en Veiligheid is gebaseerd op het onvoldoende aantal gekwalificeerde stageplaatsen voor deze opleiding. De stop-besluiten voor de genoemde BBL-opleidingen zijn gebaseerd op de beperkte deelnemersaantallen voor deze opleidingen en de verwachting dat die in de komende jaren niet zullen toenemen.

3.6 Kwaliteitsplan

Van de totale doorlooptijd van het kwaliteitsplan zijn nu twee jaar verstreken en zijn we dus op de helft. In dit hoofdstuk is op hoofdlijnen de tussenstand na twee jaar opgenomen. Het voorjaar van 2017 zullen we besteden aan een bredere evaluatie van de afgelopen periode en wat dat betekent voor de komende jaren met betrekking tot de gestelde doelen en resultaten, zoals deze in het kwaliteitsplan zijn opgenomen. 

Onderdeel van die evaluatie is dan vooral om na te gaan of de focus die het kwaliteitsplan heeft aangebracht ons op langere termijn helpt om de kwaliteit van het onderwijs structureel te verbeteren.

Op basis van de gespecificeerde behaalde resultaten uit de volgende hoofdstukken kunnen we al wel zeggen dat we op koers liggen voor wat betreft de geformuleerde resultaten uit het kwaliteitsplan. De derde plaats van het Alfa-college in de Keuzegids MBO 2017, extreem lage uitval van studenten (VSV onder de 4%) en de bovengemiddelde scores op jaarresultaat, diplomaresultaat en deelnemerstevredenheid geven aan dat we op koers liggen.

Voor het behalen van de resultaten zijn de kartrekkers, die per thema benoemd zijn, heel belangrijk. Hoewel de verantwoordelijkheid voor het realiseren van de inhoudelijke resultaten in de lijn is belegd, zijn zij de smeerolie in de organisatie die de processen op gang houden op de genoemde thema’s.

Terugkijkend hebben we ons de vraag gesteld waarover we tevreden zijn in relatie tot het kwaliteitsplan.

  • Voor professionalisering geldt dat we trots zijn op ons leiderschapsprogramma en de professionele doorontwikkeling van LONT.
  • De VSV-resultaten geven aan dat de ingezette koers van het Alfa-college eraan bijdraagt om studenten die bij ons een opleiding beginnen, steeds beter te begeleiden naar een diploma. Wat we merken is dat de activiteiten die daarvoor uitgevoerd worden eerder als extra werden ervaren, maar nu steeds meer geïnternaliseerd zijn door de teams.
  • De kwaliteit van de BPV blijkt in de praktijk naar het oordeel van de studenten (JOB-monitor) en de werkleerbedrijven (SBB-monitor) voor de meeste opleidingen goed.
  • De innovatiekracht in de instelling wordt zichtbaar beter benut. Zowel bij excellentieprogramma’s als bij de specifieke innovatieplannen voor de teams zien we een duidelijke groei in kwaliteit.

Natuurlijk zijn er ook nog onderdelen van het kwaliteitsplan die om extra aandacht vragen.

  • De resultaten voor taal en rekenen kunnen beter. Dat vraagt extra aandacht voor dit thema van de verantwoordelijken binnen de organisatie. Het wisselend beleid van de overheid helpt echter niet mee om deze generieke vakken goed op de agenda te houden.
  • Het excellentieprogramma begint zich nu te ontwikkelen. Toch vraagt het voor de komende tijd nog veel aandacht om dit thema meer visierijk en intensiever op de agenda van alle onderwijsregio's te krijgen.

3.6.1 Professionalisering

In 2016 is het thema professionalisering in het Alfa-college langs twee hoofdthema's verder uitgewerkt:

Leiderschapsontwikkeling

Het in 2015 gestarte leiderschapsprogramma is in 2016 verder uitgebouwd. Alle activiteiten zijn gericht op de realisatie van het ambitieuze doel: leidinggevenden nemen verantwoordelijkheid voor de eigen ontwikkeling en stellen die parallel aan het belang van de organisatie, zij zijn rolmodel voor leerlingen en collega’s’. Bij deze activiteiten worden ‘the 7 habits van Covey’ als leidraad gehanteerd.
Vanuit de gestelde (sub)doelen (‘ken jezelf’, ‘ken je vak, en ‘ken je wereld’) heeft in 2016 met name de focus gelegen op ‘ken jezelf’ en ‘ken je vak’.

Professionalisering medewerkers en teamontwikkeling

Naast het open inschrijfaanbod, de individuele scholingsaanvragen, maatwerktrajecten en de begeleiding voor nieuwe docenten, heeft de LONT-academie in 2016 aandacht besteed aan informeel leren en de visie op leren waarmee we een duurzame invulling willen geven aan het Alfa-college als lerende organisatie. Door onderzoek en verbindingen aan te gaan met o.a. BVMBO, stafdiensten, docenten en het lectoraat hebben we geïnvesteerd in kennisdeling, eigenaarschap voor kwaliteitszorg en (team)ontwikkeling. Deze insteek is mede gevoed door participatie in het lectoraat ‘Duurzame Innovatie in de Regionale Kenniseconomie’ waarbij we kennis en ervaring hebben opgedaan in het leren in multidisciplinaire en multilevel netwerken, onderzoek en het opstarten van lerende netwerken. Het gedachtengoed van het lectoraat heeft ook bijgedragen aan een organisatieadvies Teamontwikkeling. Dit organisatieadvies richt zich met name op de ondersteuning van teams door stafdiensten en leidinggevenden, waarbij de teams ‘in the lead’ zijn en daarmee eigenaar van innovatie en kwaliteitszorg. De uitrol van het organisatieadvies heeft o.a. geresulteerd in presentaties en kennisdelingsbijeenkomsten tussen de ondersteunende stafdiensten (dienst Personeel en Organisatie en de centrale eenheden Planning en Control en Onderwijs en Kwaliteitszorg) en inbedding van het thema in het leiderschapsprogramma. Hiermee kunnen we goed samenspel tussen onderwijs, onderzoek en werkveld stimuleren om samen te anticiperen op de snel veranderende maatschappij. Het opstarten van kenniskringen is onderdeel hiervan.

Zie hoofdstuk 4 voor de stand van zaken met betrekking tot de ontwikkelingen op het thema Professionalisering in 2016.

3.6.2 Intensivering van het taal- en rekenonderwijs

Aan de doelstellingen in het kwaliteitsplan voor taal en rekenen wordt op alle locaties van het Alfa-college gewerkt. De stand van zaken verschilt echter per locatie; in de locatieplannen Nederlands, Engels, rekenen, Fit for Life en burgerschap 2016 - 2017 zijn de doelen en acties beschreven. De positionering van het Talentencentrum verschilt per locatie.

De diverse locatieplannen kunnen de teamplannenen van de onderwijsteams op locatie versterken en een verbindende factor zijn tussen de generieke vakken en de beroepsopleiding. De Commissie Generieke Examinering (CGE) heeft de locatieplannen en de effecten daarvan op de teamplannen op de agenda.

Aandachtspunten (verschillend per locatie):

De CGE heeft op basis van het kwaliteitsplan, de zelfevaluaties en de lijst met indicatoren onderstaande aandachtspunten benoemd en opgenomen in het teamplan CGE. Er is daarbij onderscheid gemaakt in punten die vanuit de CGE zijn opgepakt en punten die nog opgepakt moeten worden maar al wel in beeld zijn.

Vanuit de CGE zijn in de plannen voor het schooljaar 2016 - 2017 de volgende punten opgenomen:

  • professionalisering docenten
  • deskundigheid nieuwe docenten
  • ondersteuningsaanbod
  • programma voor excellente studenten
  • doorontwikkeling Nederlands naar Taalbewust beroepsonderwijs (maatwerktrajecten ontwikkelen)
  • meting tevredenheid studenten
  • communicatie naar locatie- en sub-examencommissies/vakgroep/platform
  • verbinding docenten AVO met de teams

De volgende punten worden nog door de CGE opgepakt:

  • training assessor docenten Nederlands niveau 1
  • CLIL-methodiek
  • opbrengstgericht werken (hard en soft skills)
  • docent profielen Nederlands en Engels ontwikkelen
  • schaarste docenten Nederlands en Engels

Rekenagenda

De minister en staatssecretaris van OCW hebben op 8 juli 2016 de rekenagenda naar de Tweede Kamer gestuurd. De rekenagenda is tot stand gekomen met alle betrokken partijen uit voortgezet onderwijs en mbo en ondertekend door de bewindspersonen, MBO Raad, VO-raad, NRTO, JOB en LAKS. In de Rekenagenda staan afspraken over het verder stimuleren van goed rekenonderwijs en verdere ontwikkeling van de rekenvaardigheden van leerlingen en studenten in het vo en mbo.

De CGE en het platform rekenen hebben kennisgenomen van de rekenagenda. Lessen, ondersteuningsaanbod/bijles, deskundigheid docenten, verdere professionalisering van de rekendocenten en monitoring van resultaten staan op de agenda van de CGE en zijn in locatieplannen meegenomen. Studententevredenheid meten is een actiepunt in het teamplan van de CGE.

Daarnaast wordt ingezet op de volgende punten:

  • rekenen goed positioneren voor de interne audits (rekenresultaten en zelfevaluatie, i.s.m. de ce P&C)
  • rekenen wordt onderdeel in de kwaliteitszorgcyclus waaronder de jaarplangesprekken (i.s.m. de ce P&C)
  • jaarlijks wordt de voortgang in het CDO besproken (i.s.m. de ce P&C)
  • communicatie over het belang van rekenen (i.s.m. de dienst MCV)
  • ontwikkelen en invoeren van een bewijsstuk bij goed presteren op het gebied van rekenen (CGE)
  • docenten rekenen volgen jaarlijks de scholings- en kennisdelingsbijeenkomsten en worden hiervoor gefaciliteerd.

3.6.3 Terugdringen van voortijdig schoolverlaten

In het algemeen kunnen we stellen dat het Alfa-college succesvol is in het bestrijden van VSV; de voorlopige cijfers over schooljaar 2015-2016 waren wederom zeer goed. Met een percentage onder de 4% staat het Alfa-college nummer 3 op de landelijke lijst van mbo-instellingen, waarvoor we de felicitaties van de minister van OCW hebben ontvangen.
Intern groeit het draagvlak voor de aanpak: intake coördinatie, uitvoering van de persoonlijke intake, permanente monitoring vervroegde instellingsverlaters, uitstroombegeleiding van gediplomeerde entree-studenten naar werk of naar niveau-2 of samenwerking in de regio kan rekenen op enthousiaste en gemotiveerde uitvoerders en behoeft nauwelijks nog extra uitleg of aansporing. Ook wordt nog steeds enthousiast meegewerkt aan de begeleiding van studenten en het bedenken van aangepaste trajecten. De zomerschool is daar een goed voorbeeld van.
Het Alfa-college heeft de afgelopen jaren op alle locaties de focus kunnen leggen op de uitvoering van verzuimaanpak; er is op alle locaties verzuimcoördinatie aanwezig en we beschikken over een goed registratiesysteem. Daardoor konden we inspelen op de veranderde verzuimmelding bij DUO en de veranderingen die in alle gemeenten rondom het beleidsthema jeugd en de regionale meld- en coördinatiepunten zijn doorgevoerd.
Een sterk punt hierbij is de korte lijnen tussen de centrale beleidsmedewerker, de studieloopbaanbegeleiders en de onderwijsteams.
Het Alfa-college gaat de komende tijd extra aandacht besteden aan scholing van docenten en coaches in het primaire proces, om deze professionals toegang te verstrekken tot diverse instrumenten, waarmee ze hun pedagogisch-didactische aanpak met name in het primaire proces kunnen versterken. Voor specifieke doelgroepen streven we naar maatwerk binnen de gegeven mogelijkheden.
Ook gaan we monitoren wat de invloed van het nieuwe toelatingsbeleid van de Minister voor invloed heeft op mogelijk nieuwe doelgroepen in onze instelling, wat het effect is op het VSV-percentage en bepalen welke aanpak hier het beste bij past.

3.6.4 Kwaliteitsverbetering Beroepspraktijkvorming

Naar aanleiding van de brief van de minister van 18 maart 2016 heeft het Alfa-college op 18  juli 2016 het BPV-verbeterplan ingediend, als uitwerking en verdieping van het kwaliteitsplan.

In de inleiding van dit plan van aanpak schrijven we:

“Het Alfa-college hecht aan de kwaliteit van zowel het leren in de beroepspraktijk (BPV) als de examinering in de beroepspraktijk. Hoewel de opvatting van het Alfa-college over leren in de beroepspraktijk veel ruimer is dan de kaders van de huidige BPV, is de scope van dit BPV-verbeterplan beperkt tot de kaders van de kwaliteitsafspraken over de verbetering van de BPV zoals deze zijn vastgelegd in de brief van 18 maart 2016 van het Ministerie van OCW aan de instellingen. Dit BPV-verbeterplan gaat dus specifiek over de BPV met als thema’s matching, programma en begeleiding van de BPV”.

Daarmee zijn ook de kaders aangegeven waarlangs de verbeteringen integraal over het Alfa-college worden uitgezet en waarover we dan ook in deze rapportage zullen berichten. Hoewel de studenten van het Alfa-college en de praktijkbegeleiders over het algemeen tevreden zijn over de BPV (zie BPV monitor SBB: 8,0 waardering van studenten en 7,5 waardering van bedrijven) valt er op teamniveau hier en daar nog wel een verbeterslag te maken. Het Alfa-college zet dan ook met name in op die teams die die verbeterslag nog kunnen maken.

Ons BPV-verbeterplan is na telefonische consultatie door en rapportage van MBO in Bedrijf met een positief advies aan de minister verzonden. De minister heeft inmiddels laten weten het verbeterplan voldoet aan de vereiste voorwaarden.

Gelet de korte periode die ons rest tot de eerste tussenrapportage over de voortgang van het verbeterplan BPV in augustus 2017, hebben we daar waar mogelijk al acties ondernomen om de geformuleerde resultaten tijdig te realiseren.

  • Inmiddels is een BPV-enquête uitgezet onder medewerkers van de centrale eenheid Onderwijs en Kwaliteitszorg in de regio’s en van commentaar voorzien. Om van een betrouwbare nulmeting uit te kunnen gaan, is nog voor de zomer van 2016 deze enquête uitgezet op de locatie Hardenberg en zijn de resultaten opgenomen in het BPV-verbeterplan. Van daaruit zijn de resultaten voor augustus 2017 en augustus 2018 geformuleerd in het BPV-verbeterplan.
  • Alle teams die lager scoren in de JOB-monitor op de BPV-clusterscore dan een 3,5, hebben verbeteractiviteiten opgenomen in hun teamontwikkelplan voor 2016-2017.

3.6.5 Stimuleren van excellentie

Nu de invoering van de nieuwe kwalificatiestructuur zijn beslag heeft gekregen, is er meer ruimte bij de onderwijsteams om zich te richten op de excellentieprojecten binnen het Alfa-college. Door dat in het Alfa-college tot nu toe de meeste aandacht en zorg ging naar de studenten met een zorgvraag en nooit expliciet aandacht was voor de excellente student, was aanvankelijk de drempel hoog om excellentiebeleid vorm te geven. Om die drempel te verlagen, is een kader ontworpen waarlangs de excellentie-initiatieven gestalte kunnen krijgen en ingediende projecten kunnen worden beoordeeld. Daarbij geldt het adagium “kwaliteit groeit door ermee aan de slag te gaan”. We willen met dit uitgangspunt zoveel mogelijk initiatieven honoreren om als broedplaats van excellente trajecten voor studenten te fungeren en een ideeënbank voor teams aan te reiken die nog aarzelen en om ze daarmee over de streep te trekken eigen initiatieven te ontwikkelen .

Inmiddels heeft ieder team toegang tot een aantal documenten op AcTIE, die ze kunnen gebruiken om een plan te ontwikkelen en in te dienen. In een selectiecommissie worden de plannen beoordeeld op basis van een criteriumlijst. In de totstandkoming van de projecten voor excellentie zijn zowel de projectleider vakmanschap als de regisseur excellentie inhoudelijk betrokken en wordt de communicatie via AcTIE en andere uitingen via sociale media vormgegeven, daarbij ondersteund vanuit de dienst Marketing, Voorlichting en Communicatie.

Hieronder wordt per deelprogramma van het kwaliteitsplan Excellentie een toelichting gegeven over de ontwikkelingen tot nu toe.

Vakmanschap
Het skills-programma wordt ondertussen door meerdere onderwijsteams omarmd. Waren er in het afgelopen jaar nog 7 teams deelnemer aan de wedstrijden, dit jaar gaven 20 teams zich op om mee te mogen doen aan de kwalificatiewedstrijden. Omdat een aantal wedstrijden niet door zijn gegaan vanwege te weinig deelname vanuit de ROC’s, hebben uiteindelijk 13 teams (19 studenten) meegedaan aan kwalificatiewedstrijden waarvan 11 deelnemen aan de landelijke finales in Amsterdam in maart 2017.

Innovatie
Het deelprogramma innovatie sluit goed aan bij projecten, die over meerdere opleidingen gestalte krijgen. Er zijn op verschillende locaties cross-over programma’s gestart, evenals programma’s die voor meerdere opleidingen geschikt gemaakt zijn. Een mooi voorbeeld hiervan is het programma E-dzign dat voor interieuradviseur, Haarverzorging, Schoonheidsverzorging, Handel, Gaming en ICT toegankelijk wordt gemaakt.

Internationalisering
Het deelprogramma Internationalisering heeft momenteel meerdere programma’s actief of in voorbereiding waarin studenten met een extra inzet werken aan projecten die  meerwaarde genereren voor hun opleiding. Excellentie projecten m.b.t. internationalisering onderscheiden zich ten opzichte van reguliere buitenlandstages door aangepaste opdrachten in zwaarte en tijd, additionele taalprogramma’s en de totale verblijfsduur in het Buitenland. In 2016 zijn de contacten met landen buiten Europa gecontinueerd:

  1. Samenwerkingsprogramma’s met onderwijspartners in Vietnam (University Ho Chi Minh City)
  2. Zuid-Afrika (Stenden Hogeschool) 
  3. Summercamps in de Verenigde Staten
  4. Daarnaast zijn individuele programma’s in ontwikkeling  met Schoolclash in Berlijn en Suriname waaraan in de  2e helft van dit schooljaar een ruim aantal groepen meedoen of studenten op individuele basis participeren. In de programma’s van internationalisering voor wat betreft taalontwikkeling  zijn afspraken gemaakt met Spanje en Duitsland in relatie tot taal- en cultuurontwikkeling in die landen en zijn certificeringsinstituten zoals het Goethe instituut voor de Duitse Taal ingeschakeld om programma te voorzien van certificaten met een groot civiel effect.
  5. Tenslotte is een enquête onder alumni gerealiseerd.
    44,9 % van het aantal uitgenodigden heeft gereageerd. Daarvan was 70,4% vrouw en 29,6% man. Het percentage vrouwen dat op buitenlandstage gaat is aanmerkelijk groter dan mannen. Een aantal opmerkelijke uitkomsten zijn:
    • Het merendeel van alumni die werken, werken in de regio waar zij ook hun opleiding hebben gevolgd. Een enkeling werkt momenteel in een ander land binnen Europa.
    • Mentoren/coaches spelen een belangrijke rol in het ontdekken van de mogelijkheden van buitenlandse stages. Ook de rol van (oud- of mede-)studenten mag niet onderschat worden. Circa 1 op de 3 respondenten had hier baat bij.
    • Er bestaat een hoge mate van tevredenheid over de inhoudelijke overeenstemming met de opleiding. Slechts 6,4% van alle respondenten vond de overeenstemming matig of slecht.
    • Respondenten niveau 3 geven aan dat de buitenlandse stage hen meer geholpen heeft bij de ontwikkeling van talenkennis dan respondenten van opleidingsniveau 4. Daarnaast gaven respondenten van niveau 4 vaker aan dat hun buitenlandse stage het CV versterkt dan respondenten van niveau 3.
    • Alumni zien minder toegevoegde waarde in de buitenlandse m.b.t. kans op een baan dan huidige studenten op het Alfa-college die op buitenlandse stage zijn geweest. Alumni vinden daarentegen dat de buitenlandse stage meer heeft bijgedragen bij de ontwikkeling van kennis van overige culturen dan studenten.

MBO-plusprogramma’s
In Hardenberg is al een aantal mooie programma’s ontwikkeld. Op iedere locatie is een docent gefaciliteerd die naar voorbeeld van Hardenberg, MBO-plusprogramma’s ontwikkelt voor de eigen locatie. In onderling overleg wisselen ze hun ervaringen uit en leren ze van elkaar, waardoor meerwaarde voor het Alfa-college gerealiseerd wordt. Er worden zowel algemene als opleidingspecifieke programma’s ontwikkeld.

Bij de uitvoering van het excellentieplan is bewust afgeweken van de resultaten en activiteiten uit het originele plan omdat in de praktijk is gebleken dat de uitrol niet altijd even strak realiseerbaar is als was beschreven. Het is het afgelopen jaar een zoektocht geweest om het thema excellentie op de kaart te  zetten.  Het uitgeschreven plan bleek niet altijd te werken en de uitrol is minder lineair dan was uitgeschreven in het excellentieplan. Met name bij de innovatieprogramma’s blijken RIF programma’s minder geschikt te zijn voor excellentietrajecten dan werd aangenomen. Daarentegen komen individuele teaminitiatieven nu wel van de grond. Ook het MBO plusprogramma is op locaties niet een vanzelfsprekend initiatief gebleken. Door het aanstellen van een MBO plus coördinator per locatie gaan we de impasse doorbreken. Onderzoek naar behoefte en mogelijke uitrol kan zo beter op gang komen. Daarbij kan van elkaar worden geleerd. Tijdens de evaluatie en de update, waarover in de inleiding al is gesproken, zal hier extra aandacht voor zijn. Op basis van deze bijgestelde resultaten en activiteiten hopen we de gestelde doelen wel te kunnen realiseren.

3.6.6 Onderwijsinnovatie

De strategische koers geeft een extra impuls aan innovatieve ontwikkelingen in het Alfa-college. Aan onderwijsinnovatie wordt dan ook veel aandacht besteed. Dus ook in het Kwaliteitsplan. In hoofdstuk 2 van dit bestuursverslag vindt u een overzicht van de actuele ontwikkelingen op dit onderwerp in het Alfa-college.

3.7 Vavo en Educatie

3.7.1 Vavo

Ook in het jaar 2016-2017 was er een groei te zien bij de trajecten die vallen onder de VAVO. Op 1 oktober stonden er 626 leerlingen ingeschreven bij de VAVO. Het betreft hier zowel deelnemers die door ruim 30 scholen voor VO werden uitbesteed als deelnemers die rechtstreeks werden ingeschreven bij het Alfa-college als VAVO-leerling.

De VAVO participeert in het samenwerkingsverband VO in de stad Groningen. In totaal worden 200 deelnemers in het kader van passend onderwijs (VO en VA) extra begeleid. Dit geeft aan dat de VAVO een belangrijke rol speelt bij de opvang van deelnemers die om uiteenlopende redenen uitvallen in het Voortgezet Onderwijs.

Ook binnen het Voorbereidend Jaar voor hoogopgeleide vluchtelingstudenten, een samenwerkingsverband met de RUG en de Hanzehogeschool, was een groei te zien: 39 deelnemers tegenover 25 deelnemers in 2015-2016. Overigens hadden 80 kandidaten zich aangemeld. Dit geeft wel aan dat er zorgvuldig gekeken en getoetst wordt of een cursist in staat is het Voorbereidend Jaar succesvol af te ronden.

Het Alfa-college werkt intensief samen met de UAF (via projecten studievaardigheden/studiekeuze-maken/succesvol studeren) om het succes van onze deelnemers in het vervolgonderwijs te vergroten.

In het schooljaar 2016-2017 zijn we in overleg met scholen voor ISK in de drie noordelijke provincies gestart met een schakelklas voor allochtone jongeren richting MBO niveau 3 en 4 of de HAVO. Dit is een traject voor jongeren die in hun land van herkomst de onderbouw hebben gevolgd in het Voortgezet Onderwijs. In Nederland vallen zij tussen wal en schip: omdat ze geen diploma hebben gehaald, worden ze automatisch doorgesluisd naar Entree/NT2, terwijl ze daar eigenlijk te veel capaciteiten voor hebben. We zijn gestart met een groep van 19 deelnemers.

Ook in het schooljaar 2016-2017 verzorgt de VAVO het PABO-traject voor MBO-deelnemers ter voorbereiding op de toelatingstoetsen voor de PABO voor de vakken Natuurkunde/Biologie, Aardrijkskunde en Geschiedenis (een landelijk project van de MBO-raad ). 64 deelnemers van het Alfa-college volgen samen met deelnemers van het Noorderpoort en het ROC Menso Alting dit traject een jaar een dag per week op de Admiraal de Ruyterlaan.

3.7.2 Educatie

Formele en non-formele educatie voor laaggeletterde autochtonen en niet-inburgeringplichtige allochtonen


In 2016 hebben de gemeenten waarvoor het Alfa-college gewoonlijk educatieve trajecten uitvoert voor laaggeletterde autochtonen en niet-inburgeringplichtige allochtonen, opnieuw 100% hun educatiemiddelen besteed bij het Alfa-college. De besteding van de middelen is onderverdeeld in formele educatie en non-formele educatie. Door middel van formele educatie kunnen cursisten na het afleggen van een examen een officieel diploma behalen op het gebied van Nederlandse taal en rekenen. Met dit diploma kunnen cursisten gemakkelijker doorstromen naar vervolgonderwijs. Het biedt een betere toegang tot de arbeidsmarkt. Het Alfa-college is het eerste ROC dat in 2016 met diploma-erkenning werkt. De aanpassing van de leerlijnen naar formele educatie is verder in gang gezet.

Door middel van non-formele educatie volgen cursisten programma’s taal en/of rekenen die gericht zijn op sociale redzaamheid. Non-formele educatie is in 2016 steeds meer vormgegeven in samenwerking met partners in het maatschappelijke veld. De bondgenootschappen voor een geletterd Groningen en Drenthe zijn verstevigd door op lokaal niveau taalketenaanpakken vorm te geven met de gemeenten, bibliotheken, welzijnsinstellingen en de stichting Lezen en Schrijven. In 2016 zijn er vijf taalhuizen geopend en voorbereidingen getroffen voor nog drie taalhuizen in de regio. Voorts is de samenwerking met de gemeenten verder verstevigd.

Inburgering en geïntegreerde trajecten

In 2016 hebben veel statushouders met een persoonlijk budget van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) om hun inburgering te in kopen, opnieuw ervoor gekozen om hun inburgeringtraject bij het Alfa-college in te kopen dat wordt uitgevoerd op onze locaties in Groningen, Leek, Hoogeveen en Hardenberg. We hebben reguliere inburgeringtrajecten aangeboden van alfabetisering tot staatsexamen I en II maar daarnaast voor jongere statushouders onder de 30 jaar schakeltrajecten richting een mbo-opleiding of het voorbereidend jaar hbo/wo dat wordt aangeboden door de afdeling VAVO.

Veel inburgeraars willen hun opleiding en werkervaring in land van herkomst graag voortzetten hier. De visie van het Alfa-college op inburgering sluit hierbij aan, namelijk een geïntegreerde aanpak waarbij het inburgeringtraject zoveel mogelijk gelijktijdig wordt aangeboden met een opleiding of een traject richting werk. Zo worden ook diverse duale activiteiten zoals taalstages en werkervaringsplekken aangeboden. Inburgeren is namelijk meer dan alleen de taal leren; volwaardige integratie kan alleen plaatsvinden door het leren van de Nederlandse taal zoveel mogelijk in de context te plaatsen van het perspectief van een opleiding of werk. Met een aantal gemeenten is een gedegen start gemaakt om door middel van een ketenaanpak ervoor te zorgen dat alle elementen en aspecten die een rol spelen bij inburgering zoveel mogelijk op elkaar afgestemd worden. Zo is het Alfa-college betrokken bij inburgering op de azc’s, bij de tussenvoorziening in Tynaarlo en hebben we de eerste contouren verkend van gezamenlijke plannen van aanpak rondom inburgering met de gemeenten Groningen, Hoogeveen/de Wolden en Hardenberg.

In 2016 zijn twee adviesgroepen in Groningen en een adviesgroep in Hoogeveen gestart voor inburgeraars van Arabische afkomst, waaronder veel Syriërs, en voor inburgeraars uit Eritrea. De adviesgroepen hebben tot doel om ons intern van advies, feedback en ideeën te voorzien over de wijze waarop we ons inburgeringonderwijs uitvoeren, maar hebben ook een externe rol, door aanwezig te zijn bij bijeenkomsten met gemeenten en maatschappelijke partners waarbij zij als ervaringsdeskundigen optreden. In 2016 hebben we tevens een aantal medewerkers aangenomen die zelf een achtergrond hebben als inburgeraar en statushouder.

Entree NT2

Met veel succes hebben we onze geïntegreerde opleiding op niveau 1 Entree NT2 verder vormgegeven in zowel Groningen, Hoogeveen als Hardenberg. Entree NT2 is een goed voorbeeld van hoe inburgering en het leren van de taal kan worden gecombineerd met het volgen van een beroepsopleiding. We hebben goede resultaten geboekt met de doorstroom van Entree-NT2-studenten naar de reguliere Entree-opleidingen en veel Entree-NT2-studenten hebben hun Entree-opleiding succesvol afgerond met een diploma en zijn doorgestroomd naar mbo niveau 2. In 2016 hebben we ook de eerste verkenningen gedaan voor het vormgeven van geïntegreerde trajecten op andere mbo-niveaus. Vanuit Entree NT2 vindt doorstroom plaats naar reguliere Entree-opleidingen waarbij nog steeds aanvullende lessen Nederlands als tweede taal worden verzorgd die gericht zijn op verhoging van het taalniveau en gericht op inburgering vanuit de afdeling Entree NT2/Inburgering. Naast de BOL-opleidingen Entree NT2 is er tot de zomervakantie ook een BBL-groep actief geweest waar allochtone vrouwen werk met de opleiding Entree NT2 combineerden..  

Landelijk heeft onze visie op inburgering en onze geïntegreerde aanpak de nodige aandacht gekregen en wordt ons geïntegreerde model als een voorbeeld gezien voor andere ROC’s. Tevens hebben we vanuit onze actieve rol in de kerngroep en netwerkgroep educatie en inburgering onze visie op educatie en inburgering gezamenlijk met andere ROC’s op landelijke en regionale politieke agenda’s geplaatst.

3.8 Kwaliteitsverbetering onderwijs en examinering

3.8.1 Kwaliteitsborging

Evenals voorgaande jaren stond de kwaliteitsverbetering van ons onderwijs weer prominent op de agenda van het Alfa-college. De onderwijsteams evalueren hun eigen werk systematisch met behulp van het instrumentarium dat voor de kwaliteitsborging is ontwikkeld.

In 2015 is het instrumentarium rond kwaliteitsborging voor zowel het onderwijs als de examinering geëvalueerd. Deze evaluatie heeft ertoe geleid dat in het voorjaar van 2016 het instrumentarium is bijgesteld. In 2016 is het instrumentarium voor het eerst ingezet en het zal in het voorjaar van 2017 opnieuw geëvalueerd worden. De teams hebben teamplannen gemaakt, die aansluiten bij zowel hun eigen ontwikkeling als de ambities van het Alfa-college. In deze teamplannen hebben de teams ook beschreven wat hun pedagogisch-didactische visie is.

Kwaliteit onze zorg 2.0

De in 2015 ingezette ontwikkeling naar een verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs door middel van de drie pijlers, ontwikkeling van de pedagogisch-didactische visie van onderwijsteams, teamontwikkeling en werken met soft-controls, is in 2016 verder vormgegeven. De ce P&C heeft een studie gedaan naar soft-controls die is samengevat in het document De dagelijkse zorg voor de kwaliteit van onderwijs, soft-controls in het Alfa-college. Het werken aan teamontwikkeling is in hoofdstuk 4 nader beschreven.

3.8.2 Onderzoeken door de Inspectie van het Onderwijs

Op basis van het vervolgtoezicht naar aanleiding van het onderzoek naar de Staat van de Instelling van de Inspectie van het Onderwijs (IvhO) in 2015 heeft de IvhO in het najaar van 2016 een aantal heronderzoeken uitgevoerd. De kwaliteitsborging is bij alle onderzoeken als voldoende beoordeeld. Bij de opleiding HZW is ook het gebied Examinering en Diplomering nu met een voldoende beoordeeld. Alleen bij de opleiding Allround schoonheidsspecialist waren de aanpassingen met betrekking tot de schoolkosten nog steeds onvoldoende, zodat het Alfa-college daar nog niet voldoet aan het naleven van de wettelijke vereisten. In het voorjaar van 2017 is het beleid op dit punt door het Alfa-college in overleg met de IvhO al aangepast, zodat een vervolgonderzoek met vertrouwen tegemoet gezien wordt.

opleiding gebied beoordeling vervolgtoezicht
Ondernemer horeca/bakkerij BOL (Manager/ondernemer horeca), 90303, Hardenberg kwaliteitsborging voldoende geen
Helpende Zorg & Welzijn BBL, 92640, Hardenberg examinering en diplomering voldoende geen
  kwaliteitsborging voldoende geen
ICT-medewerker BOL (Medewerker ICT), 95060, Groningen kwaliteitsborging voldoende geen
Allround schoonheidsspecialist BOL, 95745, Groningen naleving wet- en regelgeving schoolkosten nog niet voldoende ingeregeld De instelling dient de
tekortkoming te herstellen,
uiterlijk met ingang van het
nieuwe studiejaar.
De inspectie onderzoekt het
herstel in het nieuwe
studiejaar.
Als de tekortkoming blijkens
het heronderzoek niet is
hersteld, kan worden
overgegaan tot opschorting
van de bekostiging.

3.8.3 Interne audits

Uit de rapportages van de interne audits volgen enkele algemene conclusies:

  • in alle audits wordt opgemerkt dat men met bevlogen docenten en tevreden deelnemers heeft gesproken. Het enthousiasme spatte er vaak van af!
  • op het gebied van de rendementen voldoen alle onderzochte opleidingen aan de rendementseisen.
  • op het gebied van ‘Onderwijsproces’ worden 15 van de 17 onderzochte opleidingen met een voldoende beoordeeld, waarbij zelfs op 8 aspecten het oordeel ‘goed’ is gegeven.
  • op het gebied van examinering zijn 3 van de 4 onderzochte opleidingen met een voldoende beoordeeld.
  • op het gebied van ‘Kwaliteitsborging’ zijn 12 van de 21 opleidingen met een voldoende  beoordeeld. Vooral op het kernaspect ‘Verbetering en verankering’ worden veel opleidingen met een onvoldoende beoordeeld. Daarnaast zijn ook de kernaspecten ‘Sturing’ en ‘Beoordeling’ een aantal keer als onvoldoende beoordeeld. Alle kernaspecten binnen dit gebied (3 van de 4)  hebben vaak te maken met het niet gestructureerd doorlopen van de PDCA-cyclus.
  • de rapportages geven de opleiding bruikbare handvatten om tot verbetering te komen.

De opbrengsten (jaar- en diplomaresultaat) maar ook gegevens m.b.t. voortijdig ongediplomeerde instellingsverlaters zijn voor de onderwijsteams steeds meer gaan leven. Daar waar enkele jaren geleden dit voor veel teams nog onbekende kwaliteitsindicatoren waren, worden ondermeer deze indicatoren structureel gebruikt om het onderwijs te analyseren en verbeterresultaten te benoemen. In november 2016 zijn de opbrengsten voor 2015-2016 ontsloten. De indicator ‘voortijdig ongediplomeerde instellingsverlaters’ is een indicator voor het uiteindelijke VSV-cijfer en geeft teams gedurende het jaar de mogelijkheid de redenen voor uitval te analyseren en gericht resultaten te benoemen en activiteiten te ondernemen om deze uitval te voorkomen.

Op basis van het inzicht in de opbrengsten per opleiding en locatie in november 2016 zijn door het College van Bestuur met de regiodirecteuren afspraken gemaakt over het analyseren van de oorzaken van lage opbrengsten van een aantal opleidingen, die onder de maat scoren. Op basis van deze analyse zijn 5 opleidingen geïdentificeerd als interne risico-opleidingen. Met deze opleidingen zijn specifieke afspraken gemaakt over verbeteracties, die door de centrale eenheid Planning en Control gedurende de rest van het schooljaar gemonitord worden.

Het jaarresultaat en diplomaresultaat zijn grafisch weergegeven in paragraaf 3.1. Gespecificeerde informatie over de opbrengsten is te vinden in bijlage 5.

3.8.4 Situatie Boumaboulevard

In het najaar van 2016 bereikten het College van Bestuur signalen dat er klachten waren over de kwaliteit van het onderwijs en de examinering en het sociale klimaat op de locatie Boumaboulevard. Voor het college waren deze signalen dermate ernstig dat het de Inspectie voor het Onderwijs hierover in oktober geïnformeerd heeft en interne onderzoeken heeft gestart om de ernst en de omvang van deze signalen te onderzoeken. Naar aanleiding van een artikel in het Dagblad van het Noorden over de situatie op deze locatie begin november werden Kamervragen gesteld over de situatie op de locatie Boumaboulevard. In die vragen werd o.a. de waarde van de diploma’s bij het Alfa-college in twijfel getrokken.

Op elk van de drie onderwerpen werd door eigen medewerkers een feitenonderzoek uitgevoerd. Het College van Bestuur heeft hiervoor gekozen omdat het zich bij vragen over situaties in het ROC altijd via de lijn wendt tot de betrokken verantwoordelijke leidinggevende(n). Daar wilde het in deze situatie niet van afwijken. De lijnmanagers werden bij hun onderzoekwerkzaamheden ondersteund door de regisseurs Planning en Control.

Na het stellen van de Kamervragen heeft de inspectie actief de onderzoeken gevolgd. De onderzoeksresultaten werden zowel tussentijds als na afronding van de feitenonderzoeken met de inspectie gedeeld. Naar aanleiding van de tussentijdse onderzoeksresultaten stelde de inspectie vragen die in het vervolg van de onderzoeken werden meegenomen.

Gelukkig bleek uit het feitenonderzoek naar de kwaliteit van de examinering dat er door het Alfa-college niet onterecht diploma’s zijn verstrekt. Dat oordeel werd door de inspectie gedeeld en is dan ook door de minister van OCW in haar schriftelijke reactie op de Kamervragen bevestigd. Helaas bleek wel uit het desbetreffende onderzoek dat er problemen waren met het versiebeheer van een beperkt aantal examens en dat studenten niet goed werden geïnformeerd over de exameneisen. Ook functioneerde een van de vijf sub-examencommissies op de locatie Boumaboulevard niet naar behoren.

Uit het onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs bleek – mede op basis van een zelfreflectie van het team – dat het betrokken team een enthousiast team is met relatief veel ervaring in het beroepenveld; het had minder ervaring in het onderwijs en het team opereerde vrij geïsoleerd. Mede hierdoor was er onvoldoende aandacht voor kwaliteitsborging en was de kennis van wet- en regelgeving en van het Alfa-college beleid onvoldoende aanwezig.

Uit het onderzoek naar het sociaal klimaat bleek dat een conflict in het team niet adequaat was opgepakt. De afhandeling ervan bleef doorsudderen. Mede daardoor kon er in het team een gevoel van onveiligheid ontstaan. Gelukkig is dat nu weer ten goede gekeerd.

Op basis van de conclusies van de feitenonderzoeken heeft het College van Bestuur een aantal verbeteracties in gang gezet. Zo is er voor de verbetering van de examinering voor de desbetreffende sub-examencommissie een verbeterplan opgesteld. Dit plan zal met de juiste maatvoering – mede op basis van de evaluatie van de nieuwe examenorganisatie die los van de onderzoeken Alfa-college breed was gepland en uitgevoerd – ook voor de overige opleidingen op de Boumaboulevard en het gehele Alfa-college worden uitgevoerd. M.b.t. de situatie van het betrokken team heeft het College van Bestuur aan het locatiemanagementteam gevraagd om het betrokken team uit zijn isolement te halen en het goed te begeleiden. Ook heeft het college de lessons learned op basis van de onderzoeken geïnventariseerd en met de directeuren afgesproken hoe het daarmee om wil gaan.

Na het afronden van de interne onderzoeken heeft de inspectie begin 2017 op basis daarvan een eigen, specifiek onderzoek uitgevoerd. In haar terugkoppeling van haar eigen onderzoek gaf de inspectie aan dat de verbetering van de inhoud van de examendossiers en examenprocedures sneller en intensiever opgepakt moet worden. Verder adviseerde de inspectie om bij de verbeteraanpak van de kwaliteitsborging risicogericht te werk te gaan, d.w.z. niet over te gaan tot een generieke aanpak maar per situatie/opleiding/team te beoordelen wat echt op korte termijn verbeterd moet worden. Daarnaast meldde de inspectie dat ze van teams gehoord had dat ze teleurgesteld zijn over de aandacht die ze van het locatiemanagementteam en het College van Bestuur hebben gehad in deze voor hen lastige periode. In juni 2017 komt de inspectie terug om te onderzoeken of de gewenste door haar genoemde verbeteringen gerealiseerd zijn. Voorafgaand aan dat onderzoek zal er eind mei een audit worden uitgevoerd door een intern auditteam onder leiding van een externe voorzitter naar de verbetering van de kwaliteit van de examinering.

3.8.5 Examinering

In 2016 is de examenorganisatie, zoals deze in 2015 is ingevoerd, voor het eerst integraal geëvalueerd met het daarvoor in 2016 ontwikkelde instrumentarium en een uitgebreide vragenset over o.a. mate van tevredenheid met de huidige examenorganisatie, processen en procedures, bekendheid met taken en verantwoordelijkheden, mate van deskundigheid.
De conclusies uit die evaluatie waren:

  • Door de nieuwe structuur op locatie is er meer betrokkenheid bij het examenproces ervaren door de betrokken functionarissen.
  • Er is behoefte aan een verdere professionalisering van de examenfunctionarissen.
  • Het hele ketenproces vraagt om een kritische evaluatie.
  • Er moet gekeken worden naar de facilitering van de examenfunctionarissen.

De bevindingen van de evaluatie en de wens om de examendossiers te digitaliseren hebben voor het Alfa-college geleid tot twee ontwikkellijnen, die nauw met elkaar in verband staan: een programma TOP-examinering, waarin vooral het ketenproces en een mogelijke digitalisering van de examendossiers centraal staan en een Plan van Aanpak Verbetering Examinering, waarin vooral de beleidsmatige onderdelen onder de loep genomen worden. De professionalisering is ook onderdeel van het hier genoemde plan van aanpak.

Commissie van beroep voor de examens

Een deelnemer kan tegen maatregelen en beslissingen met betrekking tot het examen of toelating tot een examenonderdeel schriftelijk bezwaar aantekenen bij de (sub-)examencommissie. Als de (sub)examencommissie een voor de deelnemer onbevredigende beslissing neemt over het bezwaarschrift, dan kan de deelnemer beroep aantekenen bij de Commissie van Beroep voor de examens. Dit is een onafhankelijke commissie die werkt met een eigen reglement.

Er zijn in 2016 drie klachten ingediend bij de Commissie van beroep voor de examens.
Het gaat om de volgende klachten:

Klacht van een student ICT van de locatie Hardenberg
De student maakte bezwaar tegen het uitsluiten van deelname aan het eerstvolgende examen omdat het besluit volgens hem op onjuiste aannames en zonder de minste onderbouwing is genomen. Daarnaast stelde hij dat er nergens vastgelegd is wat de voorwaarden zijn om deel te mogen nemen aan het examen.
De Commissie van beroep voor examens heeft besloten de beslissing van de sub-examencommissie ICT te vernietigen en het ingediende bezwaar gegrond te verklaren, omdat nergens was vastgelegd welke ontwikkelingsgerichte toetsen voorwaardelijk zijn voor deelname aan het examen en de student de deelname aan het examen op formele gronden dus niet geweigerd mocht worden.

Klacht van een student van het VAVO
De student maakte bezwaar tegen de uitspraak van de examencommissie VAVO om hem uit te sluiten van het centraal examen Wiskunde A (WA) en Management & Organisatie (M&O)..
Op grond van onderzochte feiten was de Commissie van beroep voor de examens van oordeel dat het bezwaar tegen het uitsluiten van het centraal examen WA en M&O, wegens het missen zonder geldige reden van de inhaaltentamens WA en M&O, terecht is afgewezen door de examencommissie VAVO. De Commissie van Beroep voor de examens heeft daarmee het bezwaar niet-gegrond geacht.

Klacht van een studente Verpleging & Verzorging van de locatie Kluiverboom
De studente maakte bezwaar tegen de uitspraak van de sub-examencommissie Verpleging & Verzorging dat ze geen recht had op een certificaat verpleegtechnische handelingen. Na onderzoek naar de feitelijke omstandigheden die ten grondslag lagen aan dit besluit, was de Commissie van beroep voor de examens van oordeel dat het bezwaar tegen de uitspraak van de sub-examencommissie Verpleging & Verzorging terecht is afgewezen door de sub-examencommissie. De Commissie van beroep voor de examens heeft daarmee het bezwaar niet-gegrond geacht.

3.9 Intensivering

In het kader van de intensivering van het onderwijs dienen studenten in de BOL gemiddeld minimaal per studiejaar 1.000 klokuren te krijgen (bestaande uit begeleide onderwijstijd, beroepspraktijkvorming en vrij in te vullen uren) en studenten in de BBL minimaal 850 klokuren. De wetgever biedt de mogelijkheid van deze urennorm af te wijken.

Daarvoor moet worden voldaan aan een aantal wettelijke eisen:

  • het kwalificatiedossier is de basis voor de onderwijsprogrammering;
  • de onderwijsactiviteiten zijn vastgelegd voor de gehele opleiding;
  • de onderwijsprogrammering is vastgelegd in de OER;
  • de onderwijstijd is uitsluitend gevuld met begeleide onderwijstijd en beroepspraktijkvorming;
  • in de OER is de wijze van examinering beschreven.

Het Alfa-college heeft daaraan nog een eis toegevoegd: de resultaten (op de JOB- en BPV-monitor en het diploma- en jaarresultaat) moeten positief én stabiel zijn over de afgelopen twee jaar.

Een directeur van een opleiding die van mening is dat een opleiding in minder uren gegeven kan worden, dient een aanvraag daartoe in bij het College van Bestuur. Het college toetst of die opleiding voldoet aan de bovengenoemde eisen en stelt – bij een positief oordeel – de afwijking van de onderwijstijd voor de desbetreffende opleiding vast als voorgenomen besluit dat ter instemming wordt voorgelegd aan de Studentenraad. Na instemming van de Studentenraad kan in de desbetreffende opleiding worden afgeweken van de onderwijstijd.

In het voorjaar van 2016 is voor de opleiding Coördinator sportinstructie training en coaching (crebonr. 25414) binnen het Johan Cruyff College afwijking van de onderwijstijd aangevraagd. De Studentenraad heeft aan deze afwijking zijn instemming gegeven en dus is deze opleiding per 1 augustus 2016 gestart met een afwijkend urenaantal (2.730 uur in drie jaar i.p.v. minimaal 3.000 uur).

3.10 Burgerschap

Het Alfa-college stelt burgerschap centraal in het onderwijs om studenten te laten groeien als vakman en als persoon. In alle regio’s besteden studenten meerdere dagen per jaar aan burgerschap, aan de hand van zogeheten dimensies, waarbinnen allerlei workshops en lessen aangeboden worden. De dimensies zijn ‘Politiek’, ‘Economisch’, ‘Sociaal-maatschappelijk’ en ‘Vitaal’. In de regio Groningen komen op elke burgerschapsdag alle dimensies aan de orde. In de regio’s Hoogeveen en Hardenberg staat elke burgerschapsdag steeds in het teken van een andere dimensie. Tijdens de burgerschapsdagen besteedt het Alfa-college ook aandacht aan zijn christelijke identiteit en aan de waarden vertrouwen, verbinden en ondernemen.

Groningen

Burgerschap stond in de regio Groningen in 2016 ook in het teken van de campagne ‘Jouw Schuld = Jouw Schuld’. In april bezochten 2.500 eerstejaarsstudenten een theatervoorstelling met als thema de problematiek rondom schulden. Vooral tijdens de nabespreking kwam naar voren dat veel van onze studenten hiermee te maken hebben. Naast deze voorstelling bezochten alle eerstejaarsstudenten een workshop die werd gegeven door een ‘Eurocoach’ (verbonden aan de Groninger Krediet Bank). Het was organisatorisch een behoorlijke uitdaging om dit te integreren in de Burgerschapscarrousel, maar al met al is het als erg zinvol ervaren.

Voor de zomer is de nieuwe applicatie www.inschrijvenburgerschap.nl in gebruik genomen. Met deze applicatie kunnen studenten zich op eenvoudige wijze inschrijven, wordt de aanwezigheid geregistreerd en kunnen studenten en coaches de resultaten vinden. De reacties van studenten en coaches zijn positief, vooral over de gebruiksvriendelijkheid. Het bijzondere aan deze applicatie is dat deze gebouwd is door (inmiddels oud-)studenten van de opleiding ICT.

Na de zomer is de carrousel weer van start gegaan met 3.900 eerste- en tweedejaarsstudenten, verdeeld over de vestigingen Kluiverboom, Kardingerweg, Kardingerplein, Boumaboulevard en Salland. Het is voor het eerst dat de carrousel op de locatie Salland wordt uitgevoerd. In voorgaande jaren gingen de studenten van deze locatie naar Kardingerweg. De locatie Admiraal de Ruyterlaan besloot dit schooljaar Burgerschap zelf aan te bieden.

Door intensieve contacten met externe organisaties zijn er in 2016 weer nieuwe workshops ontwikkeld, vaak in co-creatie met het Alfa-college. Voorbeelden zijn de workshops gegeven door Stichting Het Kopland, het COC en de Anne Frank Stichting. We beschikken inmiddels over een bestand van ruim 160 verschillende workshops en kunnen elke periode een volledig nieuwe carrousel aanbieden aan de studenten.

Ook blijven we de verbinding in het land zoeken. We zijn lid van het landelijk platform Burgerschap, hebben de eerste landelijke Burgerschapsdag in Ede bezocht en ontvangen geregeld gasten die graag onze carrousel willen meemaken. Zo zijn in 2016 het Albeda College en het ROC van Twente op bezoek geweest.

Ons bezoek aan Berlijn in oktober 2015, waar we contact hebben gelegd met de organisatie Schoolclash, heeft geresulteerd in het Innovatieproject Burgerschap over de grens waarin we samenwerken met de opleiding Sociaal-cultureel werk aan de Kluiverboom. In februari 2017 gaat een groep studenten van deze opleiding naar Berlijn.

Hardenberg

Ook in de regio Hardenberg is aandacht besteed aan schuldproblematiek onder jongeren, in het kader van de sociaal-maatschappelijke dimensie van burgerschap. De gemeente Coevorden vroeg het Alfa-college om hulp bij het informeren van jongeren over schulden. Veel studenten uit Coevorden zitten bij ons op school. Omdat het Alfa-college in de gemeente Hardenberg staat, hebben we de gemeente Hardenberg er ook bij betrokken. Samen met beide gemeentes is een burgerschapsdag gevuld met allerlei workshops door verschillende bedrijven/instanties die iets met geld te maken hebben, zoals notarissen, schuldhulpverlening, ervaringsdeskundigen en woningstichtingen.
 
De politieke dimensie van burgerschap heeft in Hardenberg de vorm van een bezoek aan het gemeentehuis door alle eerstejaars klassen. Met deze jaarlijks terugkerende politieke week probeert het Alfa-college samen met de gemeenteraad de studenten te laten zien dat politiek niet ver van ze af hoeft te staan. Politiek is niet alleen iets is voor 'nerds' en 'grijze muizen', maar kan heel leuk en leerzaam zijn. Per dag komen er gemiddeld acht groepen, verdeeld over twee sessies. Dit betekent dat er per dag acht voorstellen worden behandeld. Uit deze voorstellen kiezen de studenten elke dag twee winnaars. In totaal blijven zes voorstellen over. De griffie en de aanwezige raadsleden bepalen uiteindelijk welk voorstel het beste is en of dit voorstel ook daadwerkelijk kan worden uitgevoerd.
In 2016 hebben ongeveer zeshonderd studenten stevig gedebatteerd over door henzelf bedachte voorstellen. De aanwezige raadsleden hebben de studenten geholpen en kritische vragen gesteld. Dit jaar hebben verschillende klassen het voorstel gedaan om een zebrapad bij het station aan te leggen. Ondanks dat er plannen liggen om het stationsplein binnen nu en drie jaar aan te passen, gaat de raad kijken naar de mogelijkheid om de verkeersveiligheid hier zo snel mogelijk aan te passen.

In het kader van de economische dimensie van Burgerschap doen alle eerstejaars studenten bij het Alfa-college in Hardenberg mee aan de Fair Business Campus. In één intensieve dag maken ze kennis met ondernemen. Niet in theorie, maar in de praktijk. Studenten van alle opleidingen en niveaus worden verdeeld in groepjes. Elk groepje vormt die dag een bedrijf. Met het groepje werken ze allerlei opdrachten uit waardoor ze kennismaken met aspecten van fair trade en duurzaamheid. Voor elke opdracht verdienen ze punten; aan het eind van de dag is het bedrijf met de meeste punten winnaar.

De burgerschapsdag over de dimensie Vitaal voor tweedejaarsstudenten stond in het teken van gezond eten. Hiervoor waren er drie workshops. Studenten kregen voorlichting, gingen zelf gezonde recepten bereiden in de leskeuken en kregen 'waar-of-niet-waar'-stellingen voorgeschoteld over gezonde voeding.

Hoogeveen

In Hoogeveen hebben naast het reguliere lesprogramma de volgende activiteiten plaatsgevonden:

In februari was er voor de tweede keer een activiteitenweek voor de hele regio Hoogeveen. Een week waarin eerste- en tweedejaars bol-studenten meededen aan programma’s in binnen en buitenland. In ieder programma zaten onderdelen voor burgerschap en Fit for life. Studenten zijn naar o.a. Barcelona, Lissabon, Moskou en Tsjechië geweest.
Voor de studenten die niet op reis zijn gegaan, is er een activiteitenprogramma georganiseerd rond het thema ‘Respect’. Er was een aanbod van keuzeworkshops rondom cultuur en bewegen. Daarnaast zijn studenten in groepjes met opdrachten aan de slag gegaan binnen en buiten de school. Zo was er een opdracht waarin studenten werden uitgedaagd om iets leuks voor een ander te bedenken en te gaan doen. Op een van de avonden in deze week zijn opbrengsten en uitkomsten van de verschillende opdrachten gepresenteerd aan ouders en belangstellenden.

Eind november is een groep studenten naar Berlijn geweest voor een veertiendaags ‘schoolclash’-programma. Dit programma is een combinatie van beroepsgerichte stage, lessen Duits en activiteiten en opdrachten in het kader van burgerschap. Studenten hebben o.a. een bezoek gebracht aan de Stasi-gevangenis en zijn in contact gebracht met verschillende groepen en culturen in Berlijn.

In december hebben de themadagen sociaal-maatschappelijk voor de eerstejaars en politiek-juridisch voor de 2e jaars, plaatsgevonden. Na een grondige evaluatie van het voorgaande jaar is er een vernieuwd programma aangeboden met keuzeworkshops en excursies.
Daarnaast hebben de eerstejaars de theatervoorstelling “Boys don’t cry” bezocht, een indrukwekkende, op waarheid gebaseerde voorstelling over serieuze zaken (kanker bij kinderen, homoseksualiteit) met een mooie balans tussen humor en ernst, tussen vrolijkheid en machteloze woede.  Excursies gingen naar het AZC, het gemeentehuis, de rechtbank en de Tweede Kamer.

Door het jaar heen zijn er naast deze activiteiten ook verschillende gastdocenten op school geweest, onder wie een politieagent en medewerkers van verslavingszorg, het CNV en Vluchtelingenwerk.

3.11 Christelijke identiteit

Idé-team in ontwikkeling

Sinds 2015 werken de drie pastores en de medewerker Identiteitsbeleid samen in het Idé-team: een team met ideeën en idealen, specialisten in de zingeving van alledag. Dit werd een uitnodiging om na te denken over wat dit in onze maatschappij en tijd betekent en hoe we daar met elkaar invulling aan kunnen geven. Als je onze christelijke identiteit door een 3D-printer zou halen, wat voor blauwdruk krijg je dan? En past die blauwdruk bij onze studenten, medewerkers, en bij wie we willen zijn als school? Een mooie vraag om mee te nemen naar 2017 en als leidraad te gebruiken om richting te bepalen en stappen te zetten. Een eerste stap is overigens al gezet; in 2016 zijn we gestart met het schrijven van teksten en het verzamelen van materiaal voor een ‘Identiteit-site’ die in 2017 op de interne portal de lucht in zal gaan.

Is jouw mening de waarheid?

Dit is het thema dat in samenwerking met de opleiding Multimedia is gekozen voor het schooljaar 2016-2017. De poster bij dit thema is ontworpen door Eline Lameijer, student van deze opleiding; de poster heeft als ondertitel Is jouw blauw ook mijn blauw? Bij dit thema is een mooi vormgegeven boekje gepubliceerd met verhaaltjes, gedichten, teksten en activiteiten.

Collega’s van de opleidingen Sport en Bewegen en Uniformberoepen in Groningen hebben met hun leidinggevende en de pastor een naam en thema ontwikkeld binnen het overkoepelende jaarthema, dat parallel loopt aan het jaarthema Is jouw mening de waarheid? Voor de locaties van deze opleidingen luidt het thema Ieder mens een grens.

Er zijn in totaal vier momenten afgesproken waarin dit thema zichtbaar gemaakt wordt in activiteiten, lesbrieven, filmpjes en een viering.

Federatie Christelijk MBO

Deze federatie, waarin het Alfa-college participeert, is in 2016 met diverse thema’s en activiteiten bezig geweest. De federatie overweegt om een praktoraat te initiëren rond het thema Verschillen waarderen. Mede daarom werd dit als thema gekozen voor de gezamenlijke inspiratiebijeenkomst in oktober. Deze middag is georganiseerd in samenwerking met ‘Diversion’, een bureau voor maatschappelijke innovatie. Ook vanuit het Alfa-college werden een aantal workshops aangeboden op deze bijeenkomst.

ROC-dag

Het Idé-team heeft verschillende bijdragen aan de ROC-dag geleverd in oktober. Zo werd op het grote podium in de Oosterpoort het bezinningsmoment verzorgd, waarbij het Lied van Prediker van Stef Bos in woord en beeld raakte aan waar leven over gaat: verliezen, vertrouwen, verlangen, vergeten en vergeven. Tijdens het middaggedeelte werd een introductieworkshop Lifestream aan een grote groep enthousiaste collega’s gegeven en was er een kraam met identiteitsactiviteiten als ‘Schiet mij maar lek’ en ‘Gooi je eigen glazen in’ en met in de loop der jaren ontwikkeld materiaal om in te kijken of mee te nemen.

Rust, ruimte en reflectie

In 2016 zijn er meer dan 60 medewerkers afgereisd naar Doetinchem voor twee dagen rust, ruimte en reflectie in het stiltecentrum Betlehem. Om rust te vinden in het ritme van de benedictijnse broeders, te genieten van de ruimte in de prachtige natuur en te reflecteren op dat wat zich aandient in een persoonlijk gesprek. Kortom, twee dagen om even uit het dagelijks leven te stappen en op adem te komen.

Reis van de Held

In samenwerking met de coaches van de Entreeopleidingen, Zinngilde en de opleidingen Sport en Bewegen en Uniformberoepen is er een startprogramma ontwikkeld waarin de Reis van de Held studenten stimuleert om zich te verhouden tot hun persoonlijk levensverhaal en in respect om te gaan met de verhalen van klasgenoten. Met oefeningen, opdrachten, beweging, stilte en samenwerking wordt onderzocht hoe de basis voor respect gelegd kan worden. Respect is niet alleen een woord; respect vraagt van iedereen inspanning, moeite en groei. Het pastoraat verzorgt samen met enkele junioren een startprogramma van twee of vier dagdelen, waarna de coaches het begrip respect verdiepen en ontwikkelen in de lessen en op de werkplekken. In december presenteren alle studenten wat ze geleerd hebben. Dit is een moment om samen te vieren.

Samen met de medewerker Loopbaancentrum, de pastor en de coach is ook een groep eerstejaars Gaming drie middagen aan de slag gegaan met de Reis van de Held. Een pilot met alle ruimte voor feedback op de inhoud – van tekstlengte en lay-out tot vraagstelling en zwaarte – en natuurlijk afgestemd op de creativiteit van deze studenten.

Lifestream

Lifestream is de nieuwe naam van een methodiek die ontwikkeld is, samen met studenten die kwetsbaar bleken in het onderwijs en buiten de onderwijsboot dreigden te vallen. Lifestream herontdekt met leerlingen hoe zij hun veerkracht kunnen aanspreken wanneer er verlies is in het leven dat breuklijnen veroorzaakt. Veerkracht en het aanvaarden van verlies, in combinatie met nagaan hoe je van huis uit hebt leren omgaan met stress en spanningen (stresscoping). Daarna ontdekken wat een helpende leerstrategie is en welke manieren van reageren belemmerend zijn. Er hebben 36 studenten van verschillende opleidingen, locaties van het Alfa-college en ook van het Noorderpoort meegedaan. Met hun feedback en daarna met de tips, adviezen en feedback van een groep collega’s is er een spiksplinternieuw werkboek ontstaan waar coaches in het eerste jaar mee aan de slag kunnen gaan.

Naast het boek is er een training voor coaches, managers en andere geïnteresseerden waarin aandacht voor de pedagogisch-didactische relatie centraal staat: hoe handelen wij in het Alfa-college in geval van complexe problemen, verdriet en gevoelens van onmacht?

Deze eerste introductieworkshop hebben we, op verzoek van het team Welzijn in Hoogeveen, verzorgd tijdens een werkveldbijeenkomst. Ook hebben we een introductieworkshop in het netwerk van de Federatie Christelijk MBO gegeven.

Locaties aan de slag

Op alle locaties zijn eigentijdse kerstvieringen voor studenten en medewerkers gehouden, al dan niet gekoppeld aan het inzamelen van geld voor een goed doel. Zo werd op de locatie Admiraal de Ruyterlaan een kerstmarkt voor Stichting Actie Roemenië gehouden met handgemaakte producten en allerlei lekkere hapjes. De kerst in Hardenberg werd voor het eerst anders ingevuld; niet met workshops, maar met een muzikaal ontvangst in de centrale hal (de Aorta), een ontmoeting in de eigen groep en de theatervoorstelling Ontmoet door theatergroep In Feite. Ook in Hoogeveen en op de locatie Boumaboulevard hebben de kerstvieringen dit jaar anders vorm gekregen. De activiteiten vonden voornamelijk plaats in de eigen groep met iets te eten en te drinken en o.a. kerstfilms, een LAN-party en een kerstkaraoke. De creatieve opleidingen van de locatie Boumaboulevard zamelden daarnaast geld in voor Groningen geeft thuis en haalden met de Tien trappen challenge een mooi bedrag op.

Niet alleen de kerstvieringen hebben een 2.0 versie gekregen. Ook de organisatievorm is op twee locaties anders geworden. Op de Kluiverboom worden de vieringen inmiddels door de verschillende teams georganiseerd en draagt de pastor bij met ideeën, idealen en inhoud. Daarnaast is in Hardenberg eind 2015-2016 de identiteitscommissie opgeheven en werd na de zomervakantie gestart met de identiteitscommissie 2.0.

In de week voor Pasen werd door moderne kruiswegstaties en prikkelende vragen daarbij, aandacht besteed aan dit bijzondere en ingewikkelde verhaal. De invulling van de Paasviering was verder aan de locaties zelf, waarbij op de Kluiverboom een Paaschallenge gehouden werd en de klassen in Hardenberg van een voorstelling door theatergroep Switch genoten.

Diverse andere activiteiten zijn in Hoogeveen en Hardenberg inmiddels een mooie traditie geworden. In Hardenberg werd weer een zeer geslaagde actie voor de Voedselbank gehouden en ook de Zipp your Lip actie was opnieuw een succes. Verder werd stilgestaan bij de Vredesweek, Wereldvoedseldag, Allerzielen (Hart van Glas viering), Week van Respect, Advent en de 40-dagentijd. Daarnaast leverde de schrijfactie voor Amnesty International een recordaantal brieven op. De Kluiverboom vierde door de Dappermarkt de verschillen tussen mensen en Alfa-college breed sloegen identiteitscommissies en werkgroepen Sociale Veiligheid de handen ineen door op alle grote locaties aandacht te besteden aan Diversity Day, een dag om te vieren dat we allemaal anders zijn, en mogen zijn!

3.12 Maatschappelijk actief in de regio

Het Alfa-college is maatschappelijk actief in de regio. Dit blijkt onder andere uit de verwevenheid van het Alfa-college met zijn omgeving en de intensieve samenwerking met partners bij de vormgeving van het onderwijs. Elders in dit jaarverslag zijn hiervan diverse voorbeelden genoemd.
Het maatschappelijk ondernemerschap van het Alfa-college komt ook tot uiting in activiteiten die onze deelnemers en medewerkers ontplooien in hun buurt en regio ten behoeve van bijvoorbeeld goede doelen, zowel binnen als buiten het kader van het onderwijs. Hieronder noemen we per regio voorbeelden van maatschappelijke activiteiten:

Groningen

  • Workshops en presentaties door docenten en studenten van de Creatieve opleidingen aan de Boumaboulevard tijdens Creatief Onderweg.
  • Social Lab: een reeks activiteiten door docenten en studenten van de Commerciële opleidingen aan de Boumaboulevard om Groningen mooier en beter te maken.
  • Studenten van de opleiding Uniformberoepen hebben weer meegewerkt aan Alpe d’HuZes.
  • Diverse opleidingen van de locatie Kluiverboom hielden een musical- en speldag voor kinderen van AZC-school De Borg uit Onnen.
  • Medewerkers van de service-unit Bedrijfsvoering hebben bewoners van twee zorglocaties een gezellige dag bezorgd.
  • Ongeveer 100 studenten hebben meegewerkt aan de organisatie van de 4Mijl van Groningen.

Hardenberg

  • Studenten Sociaal-agogisch werk hebben meegewerkt aan creatieve activiteiten voor kinderen, in het Kunst POP-UP Centrum in Hardenberg.
  • Eerstejaarsstudenten Dienstverlening hebben een aantal weken geholpen bij dagbestedingsactiviteiten voor cliënten van zorginstelling Van Dedem Marke.
  • Docenten van de opleidingen Verzorgende-IG en MBO-Verpleegkundige zijn vrijwilliger geweest tijdens een zorgvakantie van De Zonnebloem. Dit diende ook ter inspiratie, want ook de studenten moeten als onderdeel van hun opleiding meewerken aan zorgvakanties.
  • Tweedejaarsstudenten van de opleiding MBO-Verpleegkundige hebben meegedaan aan Zip Your Lip, een vastenactie voor het goede doel. Er is 1.650 euro opgehaald voor kinderen in Zuid-Soedan.
  • Tweedejaarsstudenten van de opleiding Manager/ondernemer horeca organiseerden een viergangendiner en veiling voor ‘Fiets voor een huis in Bangladesh’ van de Wereldfoundation. Met 100 gasten was het evenement in het Grand café van het LOC-gebouw geheel uitverkocht. Er is €2.960 voor de stichting opgehaald.
  • Studenten Recreatie en Toerisme hebben weer dinnershows gehouden, dit keer ten behoeve van Handicamp Overijssel. Ze zamelden bijna 1.400 euro in.

Hoogeveen

  • In totaal 140 studenten van de opleidingen Uniformberoepen en Sport en Bewegen hebben meegewerkt aan de Cascaderun in Hoogeveen. Een groep van 20 medewerkers heeft meegedaan aan de Samenloop voor Hoop, de 24 uur durende wandelestafette ten behoeve van KWF Wandelestafette.
  • Diverse opleidingen werkten mee aan de Ronde van Drenthe. Horecastudenten verzorgden de catering, studenten Uniformberoepen waren actief als verkeersregelaars en studenten Haar- en Schoonheidsverzorging verzorgden de visagie en kapsels van rondemissen en rondemister (en dat waren ook studenten van het Alfa-college).
  • Studenten Dienstverlening verzorgden een kerstdiner voor Talentencentrum ‘De Venne’, een locatie van stichting De Noorderbrug. Deze stichting biedt mensen verzorging aan met een niet-aangeboren hersenletsel.
  • Een groep studenten van de opleiding Verpleegkunde heeft voedsel en andere producten ingezameld voor de Voedselbank in Hoogeveen.
  • Studenten van de opleidingen Business School hebben zich ingezet voor drie goede doelen, namelijk de Voedselbank, Cliniclowns en Healthy4Youth (een project voor bewustwording van een gezonde leefstijl onder basisschoolkinderen).
  • De Welzijnsopleidingen hebben weer meegedaan aan NLDoet, de nationale vrijwilligersactie van het Oranjefonds. Ze kwamen in actie voor onder andere de Kledingbank, Philadelphia Zorg en obs De Zandloper.

3.13 Sociale veiligheid

Extra aandacht is er in 2016 gegaan naar de evaluatie van het beleid en de uitvoering van de Sociale Veiligheid op het Alfa-college. Daarom is er een start gemaakt om de Sociale Veiligheid een jaarlijks terugkerend onderwerp in de planning- en controlcyclus van het Alfa-college te laten zijn. Hierdoor komt de informatie over Sociale Veiligheid automatisch in beeld bij de regiodirecteuren en het College van Bestuur. Het onderwerp ‘Veilige school’ is iets wat ons allen ter harte gaat en zal ook een dusdanige positie in de school moeten innemen.

De regiegroep en de coördinatoren Sociale veiligheid hebben in hun vergaderingen aandacht besteed aan het aannamebeleid op het gebied van (ex-)gedetineerden, cyberpesten (signaleren, aanpak en preventie), procedures rond verwijdering en schorsing, leren van elkaar via casuïstiek, uitbreiding van de toolkit Sociale Veiligheid en het registreren van de incidenten in het studentvolgsysteem.

Elke locatie op het Alfa-college heeft een coördinator Sociale Veiligheid. In 2016 heeft er op 4 locaties wisseling van de wacht plaatsgevonden. Hierdoor is er weer extra aandacht geweest voor de bekendheid en de gewenste laagdrempeligheid bij het melden van incidenten. In het aantal gemelde incidenten zaten geen verschuivingen, wel merkten we een lichte toename van incidenten op het gebied van cyberpesten.

2016 heeft ook, mede onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen, in het teken gestaan van acceptatie en waardering van de grote diversiteit binnen onze studentenpopulatie. In oktober is in dit kader op alle locaties van het Alfa-college een Diversity Day gevierd op een fleurige en kleurige wijze. Voor het organiseren van deze dag is het Alfa-college landelijk genomineerd door het Paleis van de Verdraagzaamheid. Wij willen graag op deze gekozen route van ontmoeting  doorgaan.

Zorgwekkende situaties op het gebied van mogelijk beginnende polarisering en radicalisering proberen we te voorkomen. Indien nodig vragen we advies bij het Informatiepunt Polarisatie en Radicalisering van de gemeente Groningen. Het is waardevol om onze zorgen te kunnen delen met externen en gebruik te kunnen maken van de expertise van de gemeente. Vijfenvijftig medewerkers maakten dit jaar gebruik van deze gemeentelijke scholing.

Vanuit de monitor Sociale Veiligheid 2014-2015 bleek de behoefte aan scholing op het gebied van omgaan met agressief gedrag. Dit jaar is deze scholing nogmaals aangeboden en hebben 85 medewerkers gebruik gemaakt van dit aanbod.

Ten behoeve van de behandeling van klachten op het gebied van discriminatie, seksuele intimidatie en van andere klachten op het gebied van Sociale veiligheid is het Alfa-college aangesloten bij de ‘Landelijke klachtencommissie Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie’, ingesteld door de MBO-raad. In 2016 zijn er, net als in 2014 en 2015, geen klachten op het gebied van Sociale veiligheid tegen medewerkers of studenten van het Alfa-college ingediend.

Klachten Sociale Veiligheid

Ten behoeve van de behandeling van klachten op het gebied van discriminatie, seksuele intimidatie en andere klachten op het gebied van sociale veiligheid is het Alfa-college aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs te Utrecht.

In 2016 zijn er net als in 2014 en 2015 geen klachten op het gebied van sociale veiligheid tegen medewerkers of deelnemers van het Alfa-college ingediend.

3.14 Internationalisering

Internationalisering heeft in 2016 veel nieuwe initiatieven gebracht en het aantal mobiliteiten van studenten en medewerkers zowel met als zonder subsidie, zowel binnen als buiten Europa is enorm gestegen. Ook zijn we sinds juni 2016 vertegenwoordigd in het bestuur van EFVET-NL.

Nadat in 2015 het strategisch beleidsplan Internationalisering ‘Doelbewust naar ’t buitenland 2015 – 2019’ werd vastgesteld is in 2016 gestart met een PDCA-cyclus rondom internationalisering. Tijdens overleggen met de strategisch en operationeel platformleden per locatie/regio worden activiteiten gemonitord. Het Europese project ‘The key to succesfull entrepreneurship’ in Hoogeveen met bedrijven en gemeente vordert. Studenten en docenten uit Tsjechië, Slowakije en Hoogeveen werken gezamenlijk aan businessplannen, ondernemerschap en export van producten.

Er is een alumni-enquête uitgezet en geanalyseerd onder studenten van het ICNN-consortium om de meerwaarde van internationale studentmobiliteiten in kaart te brengen. Belangrijke constateringen waren de belangrijke rol van de coach en de contactpersoon internationalisering. Tevens was een belangrijke constatering dat de ontwikkeling van zelfstandigheid van studenten tijdens de stage enorm was gestegen.

In mei is bij de leden van het ICNN-consortium een audit uitgevoerd door het Agentschap, de organisatie die o.a. verantwoordelijk is voor de Erasmus plus subsidie. Het resultaat was voldoende, wat wil zeggen dat er geen extra nacontrole zal plaatsvinden. Men was onder de indruk van alle activiteiten en de samenwerking tussen de leden. Wel werd aangegeven dat een aantal Erasmus-plus documenten inhoudelijker en smart ingevuld moesten worden. Hieraan is sinds de audit aandacht besteed.

Educatie, Uniformberoepen en de locatie Hoogeveen zijn partners geworden in projecten rondom Erasmus-plus. Educatie houdt zich in 2 projecten bezig met opleidingen en werkkansen voor vluchtelingen en inburgeraars. Uniformberoepen heeft als Erasmus-thema de multiculturele samenleving en Hoogeveen houdt zich bezig met formeel/informeel leren en culturele diversiteit in klassen. Naast Erasmus-plus projecten zijn er ook verschillende Interreg-projecten toegekend waarbij Duitsland en Nederland samenwerken om stageplekken te vinden of om opleidingen met elkaar te vergelijken. In 2016 zijn verschillende initiatieven ontstaan om met groepen naar het buitenland te gaan om een beroepsmodule of onderdelen van burgerschap te volgen.

Niet alleen in Europa maar ook daarbuiten hebben onze studenten stage gelopen, zoals in China, Indonesië, Suriname, Curaçao en de Verenigde Staten. Daarnaast zijn er ook nieuwe initiatieven ontwikkeld: er is een bezoek gebracht aan Zuid Afrika om stagemogelijkheden te onderzoeken en de eerste studenten hebben inmiddels in Vietnam stage gelopen.

In november is een week lang in de 3 onderwijsregio’s op alle locaties een succesvolle internationale stagemarkt georganiseerd. Veel stagemogelijkheden, zowel in Europa als daarbuiten werden door verschillende organisaties gepresenteerd.

Strategisch en Operationeel Platform Internationalisering

Ook dit jaar heeft het gezamenlijke jaarlijkse overleg tussen het strategisch en operationeel platform plaatsgevonden. Het doel van dit gezamenlijke overleg is elkaar op verschillende niveaus te informeren over strategie, visie en activiteiten. Initiatieven op locatie- en regioniveau en de resultaten van de alumni-enquête werden gepresenteerd. Tevens werd n.a.v. de presentaties gekeken naar verdere internationaliseringsmogelijkheden.

De reguliere bijeenkomsten van het Strategisch Platform Internationalisering stonden in het teken van veiligheid, voortgang van het strategisch beleid Internationalisering en het organiseren van inkomende bezoeken. Tijdens de  overleggen van het Operationeel Platform Internationalisering was dit jaar veel aandacht voor de accreditering van buitenlandse stagebedrijven, de organisatie van de internationale stagemarkt,  de begeleiding van studenten en medewerkers, nieuwe netwerken, intervisie en uitwisseling van ervaringen. Tevens is er met de operationele platformleden een bezoek gebracht aan Schoolclash in Berlijn, waaruit veel groepsinitiatieven zijn voortgekomen.

Mobiliteit

De mobiliteit van studenten en medewerkers is in 2016 enorm gestegen. Studenten hebben individueel stage gelopen, hebben in groepen onderdelen van hun opleidingen gevolgd of hebben met specifieke opdrachten andere landen bezocht. Medewerkers hebben voornamelijk programma’s in het buitenland in het kader van jobshadowing gevolgd. Het positieve gegeven van enorme groei betekent ook dat er in 2017 een strategie ontwikkeld moet worden om de vele mobiliteiten doorgang te laten vinden al dan niet met subsidie.

I-CNN  en CATCH

Zoals elk jaar is ook in 2016 door het ICNN-consortium (Alfa-college, Friese Poort en Landstede) een gezamenlijke aanvraag voor een Erasmus-plus subsidie ingediend. Deze is gehonoreerd, waardoor we een gezamenlijk bedrag van € 519.944,00 ontvingen voor studenten en € 179.775,00 voor medewerkers. Deze subsidies worden gebruikt voor de stages en uitwisselingen van deelnemers en professionalisering  van medewerkers binnen Europa.

Naast het ICNN-consortium werken we ook samen met  ROC de Leijgraaf, ROC Nijmegen, Da Vinci college, ID-college en ROC West-Brabant in het samenwerkingsverband CATCH. Tijdens overleggen delen we ervaringen, ondersteunen we elkaar bij nieuwe initiatieven en organiseren we de aanmeldingen en begeleiding van studenten die de Summercamps in de VS bezoeken.

Innovatie

Innovatie stond dit jaar in het teken van de vele groepsactiviteiten in Berlijn. Daarnaast ging het Erasmus plus project The key to succesful International Entrepreneurship het 2e jaar in. Tevens werden er nieuwe initiatieven met Vietnam en Zuid Afrika ontwikkeld. Deze nieuwe initiatieven hadden ook een duidelijke relatie met het beleid rondom excellentieprogramma's. Ook werd Alfa-college partner in 4 nieuwe Erasmus plus projecten. Tenslotte werd, ook in samenwerking met LONT, meer aandacht besteed aan jobshadowing en de professionalisering van medewerkers.

Evaluatie

In 2016 is gestart met een jaarplangesprekscyclus om de activiteiten genoemd in het strategisch plan Internationalisering ‘Doelbewust naar ’t buitenland 2015-2019’  te monitoren. Tijdens de gesprekken worden resultaten in kaart gebracht, gemonitord en worden activiteiten indien nodig bijgesteld. 

De verschillende Erasmus-plus projecten worden geëvalueerd d.m.v. progress en interim reports, waardoor de projecten op een adequate manier gevolgd worden. Mobiliteiten worden gemonitord door na een mobiliteit een evaluatierapport in te vullen, het zogenaamde ‘Participant Report’. Op basis van dit rapport kunnen mobiliteiten bijgesteld worden. Ook halverwege en aan het einde van het subsidieprogramma worden interim- en eindrapportages ingevuld en vervolgens gemonitord. Op basis van de resultaten van de afgenomen enquête onder alumni worden vervolgacties uitgezet.

Mobiliteit van studenten en medewerkers