Onderwijsinnovatie

2.1 Lectoraten

Het Alfa-college heeft sinds 2009 samen met Stenden Hogeschool het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’, een lerend netwerk in Noord- Nederland. Vanuit dit lectoraat wordt met externe partners gewerkt aan de drie thema’s: onderzoek, onderwijsinnovatie en kennisnetwerken. Daarnaast is vanaf 2015 samen met de Hanzehogeschool Groningen gewerkt aan de voorbereiding van het lectoraat ‘Ondernemen in verandering’. Eind 2016 heeft dit geleid tot de benoeming van een lector voor dit lectoraat. Vanaf 2017 starten de activiteiten in dit lectoraat waarbij gewerkt wordt aan de overkoepelende leeropdracht die in zowel Alfa-college als Hanzehogeschool Groningen toepasbaar is: opleidingen toekomstbestendig maken voor wat betreft veranderend ondernemerschap, in samenwerking met studenten, docenten, onderzoekers en ondernemers. In deze paragraaf wordt verder aandacht besteed aan het gezamenlijke lectoraat van Alfa-college en Hogeschool Stenden.

Doel en opdracht lectoraat

Het doel van het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’ is de versterking van de verankering in de regio en het werkveld van het mbo (Alfa-college) en hbo (Stenden Hogeschool) door het ontwikkelen van nieuwe (duurzame) publiek-private samenwerkingsvormen met het bedrijfsleven en kennisinnovaties die in de regio aan de orde zijn. Hiermee willen beide partijen een sterkere positie binnen hun eigen en elkaars werkveld ontwikkelen, optimale omstandigheden creëren voor up-to-date onderwijs en een Leven Lang Leren en goede perspectieven bieden voor zowel studenten als werknemers. De concrete cases om dit in de dagelijkse praktijk van onderwijs en werkveld te doen, komen uit nieuwe crossovers tussen de domeinen Gezondheid, Wonen en Vrije Tijd. Daartoe worden vele opdrachten uitgezet, onderzoeken en projecten gebaseerd op de thema's 'de oudere mens die langer thuis blijft wonen' en 'de toerist die langer in de regio komt en blijft'. Hoe kunnen deze doelgroepen bediend worden en welke competenties hebben huidige en toekomstige werknemers daarvoor nodig?

De opdracht van het lectoraat is gekoppeld aan zowel de strategische doelen en speerpunten van beide onderwijsinstellingen als ook aan het expertisegebied van de lector. Het lectoraat is gestart in 2009. In 2013 is de tweede periode van het lectoraat gestart en eind 2016 hebben beide Colleges van Bestuur besloten om er een derde periode (van 2017 tot en met 2020) aan toe te voegen. De opdracht voor het lectoraat is daarbij nagenoeg hetzelfde gebleven, met per volgende lectoraatsperiode enkele kleine accentverschuivingen en toevoegingen. Deze worden hieronder zichtbaar gemaakt doordat de oorspronkelijke opdracht vet is gedrukt, de aanpassingen voor de periode 2013 tot en met 2016 zijn gecursiveerd en die voor de nieuwe periode tot en met 2020 in HOOFDLETTERS zijn weergegeven:

  1. Ontwikkel, onderzoek en verdiep de reeds ontwikkelde publiek-private samenwerkingsformule voor regionaal co-makership tussen Alfa-college, Stenden Hogeschool en het regionale bedrijfsleven, ONDERZOEK EN ONTWIKKEL DAARBIJ DE CONVENERROL IN LERENDE NETWERKEN.
  2. Verbeter de reeds ontwikkelde multidisciplinaire en multi-level ketens Zorg & Wonen en Toerisme/Vrije Tijd, en versterk daarbij STERKE CROSSOVERS VAN nieuwe combinaties Gezondheid, Wonen en Vrije Tijd MET SPECIALE AANDACHT VOOR DE SOCIALE ASPECTEN DAARBINNEN EN VOEG OOK CROSSOVERS TOE MET EDUCATIE en bijbehorende kennisinnovaties en verdiep deze lerende netwerken.
  3. Onderzoek deze methodiek op transfer naar andere regio’s en andere contexten.
  4. REFLECTEER EN ADVISEER OVER DE COMBI PRAKTIJKONDERZOEK EN ONDERWIJS, OP GROND VAN DE BEVINDINGEN OPGEDAAN IN DE VOORGAANDE TWEE LECTORAATSPERIODES.

Voorbeelden ontwikkelingen 2016

De volgende drie cases uit de lectoraatspraktijk zijn een selectie uit een veel groter aantal interessante ontwikkelingen in 2016 en illustreren enkele opvallende ontwikkelingen in onderzoek, onderwijs en werkveld.

  • Case ‘Explosieve toename interesse in ReCoMa-buitenplaatsen door Zomerschouw 2016’

    In 2016 heeft het lectoraat een zomerschouw georganiseerd. Die schouw bestond eruit dat zo’n 100 stakeholders van het lectoraat tien locaties (buitenplaatsen) hebben bezocht waar projecten op basis van regionaal co-makership (ReCoMa) worden uitgevoerd. Door het succes van deze ReCoMa-buitenplaatsen is de interesse bij bedrijven zeer snel gegroeid en willen ze graag meedoen; ook onderwijsmanagers willen graag meer van deze locaties hebben. De vele mogelijkheden tot ReCoMa-buitenplaatsen (in combinatie met de ReCoMa-labs en de multidisciplinaire kennisketens) geven aan dat de formule van het lectoraat aanslaat, waardoor er een gouden kans is om real life learning nog realistischer vorm te geven. Het is voor de derde lectoraatsperiode een mooi kapitaal, qua kennisontwikkeling en context van leren, dat we sterker moeten benutten. In 2017 wordt dan ook verder sterk ingezet op het vooral in co-makership met bedrijven en regulier onderwijs duurzaam invoeren van ReCoMa-buitenplaatsen.

  • Case ‘Succesvolle lectoraatsprojecten duurzaam verbonden met regulier onderwijs en lectoraat in the lead bij onderzoek’

    De zeer positieve beoordeling van de lectoraatsprojecten ReCoMa-lab en het Community of Practice-project Toerisme waren mede grondslag voor de toekenning aan het Alfa-college in september 2015 van het RIF-project  ‘Model Regionaal co-makership’ (zie paragraaf 2.2), dat mede gebaseerd is op het gedachtengoed en de expertise van het lectoraat. Het lectoraat leidt vanaf 2016 het onderzoek t.b.v. dit RIF-project en zijn diverse deelprojecten. Dit wordt gezien als een grote erkenning en verankering van het lectoraatsgedachtengoed. We doen onder andere onderzoek naar de impact van deze aanpak op de corporate innovatiestrategie van het ROC en de combinatie van praktijkonderzoek en onderwijs. We gaan hier dan ook nieuwe onderzoekslijnen op inzetten in de derde lectoraat periode. Nieuw hierbij is de actieve rol van de diensten Personeel en Organisatie en Onderwijs en Kwaliteitszorg van het Alfa-college.

  • Case ‘Leiderschap/convenerrollen in lerende netwerken: 21 first century skills’

    Door het eigen onderzoek in het lectoraat kwamen we er gaandeweg achter dat het in innovatieve samenwerking niet alleen gaat om het organiseren van de netwerken, maar ook om het organiseren van het leren in die netwerken en vooral om de leiderschapsrol die dat vergt. Allereerst van onze kenniskringleden, maar eigenlijk is het een 21 first century skill voor allen die participeren in multi-disciplinaire en multi-level lerende netwerken en die deze willen activeren, inrichten en duurzaam laten functioneren. In 2016 is het lectoraat door externe partijen frequent verzocht om hulp bij het opzetten, aan de praat houden en duurzaam maken van innovatienetwerken. Ook zijn in 2016 lerende netwerken ingericht, met name binnen het Alfa-college.

Ambities

Voor 2017 en de volgende jaren zijn onze ambities:

  • de combinatie praktijkonderzoek en onderwijs versterken;
  • de combinaties Vrije Tijd met Gezondheid en Wonen meer richten op Healthy Lifestyle Communities en het sociale aspect;
  • Recoma-lab voor docenten ontwikkelen: HRD-docenten en medewerkers oriënteren zich op de toepassing van ReCoMa-filosofie in de eigen onderwijspraktijk;
  • het aantal ReCoMa-buitenwerkplaatsen vergroten waardoor er meer lerende netwerken op innovatieve bedrijvenwerkplekken ontstaan met leerpotentieel voor studenten en bedrijven;
  • lerende netwerken stimuleren en een adequate rol van conveners hierin;
  • consultancydiensten verlenen op het gebied van regionaal co-makership;
  • communiceren in complexe lerende netwerken;
  • opschalen van het lectoraat naar de regio Friesland/Noord-Nederland en de Euregio.            

Relatie met regulier onderwijs

De betekenis van dit lectoraat voor het onderwijs is onlosmakelijk verbonden met de betekenis voor het werkveld aangezien de opdracht van het lectoraat is om alle activiteiten in co-makership uit te voeren. In 2016 is een groter accent op het onderwijs gelegd vanwege de opschaling van een naar twee regiokenniskringen (een in Drenthe/NO-Overijssel met 11 kenniskringleden en een in Groningen met 21 kenniskringleden), waardoor een flinke toename ontstaan is van aan het lectoraat verbonden docent-onderzoekers, docenten, stafmedewerkers, regiodirecteuren en vooral studenten die participeren in zijn onderzoeken en projecten. Ook zijn meer real life leercontexten voor hen bijgekomen, zoals stageplaatsen, projectplaatsen, onderzoekslocaties en laboratoria binnen en buiten de bestaande onderwijslocaties. Daardoor is de samenwerking met nieuwe onderzoeksconsortia en -netwerken ook toegenomen. De convenerrol in lerende netwerken, als 21 first century skill voor alle professionals die participeren in lerende netwerken, staat nu meer in de belangstelling. Het lectoraat is door externe partijen (waaronder OCW) verzocht om advisering hierbij. Vanuit het lectoraat worden nu vijf lerende netwerken binnen en buiten het onderwijs geleid.

2.2 RIF-projecten

In het kader van ons strategisch beleid zetten we in op het samen met relevante partners ontwikkelen van ons onderwijs. Kernachtig komt dat tot uiting in koersuitspraak 3: Wij werken in duurzame, regionale netwerken aan toonaangevend onderwijs. In dat kader zijn we er trots op dat we zowel in de eerste als in de tweede tranche van de aanvragen in het kader van het Regionaal Investeringsfonds mbo (RIF) projectaanvragen die we als penvoerder samen met een groot aantal partners hebben ingediend, zijn gehonoreerd:

  • in de eerste tranche, in juni 2014: het project RTC 2020
  • in de tweede tranche, mei 2015: het project Model Regionaal co-makership

 

RIF-project RTC 2020

Het Regionaal Techniekcentrum (RTC) in Hardenberg is een initiatief van de Vereniging industriële Koepel Vechtdal. In het RTC werken bedrijfsleven uit de regio Hardenberg en de Duitse grensstreek en onderwijs (Alfa-college) samen aan de uitvoering van opleidingen voor bouw, mechanische, proces- en installatietechniek en transport en logistiek. Het RTC fungeert als opleidingsbedrijf en neemt de studenten in dienst. Om regiovisie en ambities te realiseren willen de partners, RTC, Alfa-college, Vechtdal College, Hogeschool Stenden en de gemeente Hardenberg, de publiek-private samenwerking  versterken. Het  streven is het RTC  in te richten voor een duurzame toekomst: vandaar RTC 2020. Daartoe zijn voor de projectperiode tot en met 2018 de volgende doelen en ambities bepaald:

 

doel

resultaat

bevorderen instroom in de techniek

In de periode 2014-2018 is de instroom van jongeren in de techniek in de regio Noordoost- Overijssel gemiddeld verhoogd met minimaal 20% ten opzichte van de huidige instroom zodat voldaan kan worden aan de vraag in 2018

innovatief vermogen versterken

In 2018 heeft elke student van het RTC en hebben ten minste 200 werknemers in de technische sectoren deelgenomen aan activiteiten die een bijdrage leveren aan het innovatieve vermogen van bedrijven in de regio (bijv. plusprogramma’s, werken aan innovatievraagstukken in multidisciplinaire teams, kennisdeling m.b.t . innovaties)

vernieuwen onderwijsprogramma

In 2018 zijn vijf branche overstijgende aanvullende onderwijsprogramma’s ontwikkeld en uitgevoerd op basis van de vragen uit de bedrijven en de regio.

 

In 2016 is per doel het volgende gerealiseerd:

doel

gerealiseerd o.a.

bevorderen instroom in de techniek

  • Inventarisatie van lesprogramma’s  ‘techniek’ voor het primair onderwijs (po) is afgerond.
  • Ongeveer 100 mbo- en pabostudenten hebben technieklessen verzorgd aan po-leerlingen om hen te interesseren voor techniek.
  • Er is extra aandacht besteed aan de Week van de Techniek. De week werd op 14 maart 2016 gestart en op het einde van de week in het RTC afgesloten. In deze week hebben 1.100  leerlingen uit de bovenbouw van het basisonderwijs en 320  leerlingen van vmbo-3 en havo, meer dan 60 bedrijven uit de regio bezocht om kennis te maken met techniek.
  • Er zijn aansluitingsprogramma’s vmbo ontwikkeld voor tekening lezen, meten en vakjargon. De  opdrachten voor lintstages vmbo zijn aangepast.
  • Er zijn kennismakingsstages gehouden voor derdejaars vmbo-leerlingen bij RTC-lidbedrijven en lintstages van twee keer vijf weken in het RTC voor vierdejaars vmbo. Dit is uitgebreid naar andere vmbo-scholen.
  • Er is een film ontwikkeld om beroepsbeelden te verduidelijken.

innovatief vermogen versterken

  • Brancheoverstijgende kennisdeling: BIM, robotisering en 3-D printen.
  • Er zijn modules zonne-energie, luchtdicht bouwen en 3-D printing ontwikkeld.

vernieuwen onderwijsprogramma

  • Voorbereidende activiteiten t.b.v. een eigen RTC-blended learning-platform zijn getroffen: instructie filmpjes mechanische techniek zijn ontwikkeld en een scholing gevolgd Blended Learning is gevolgd.
  • Plusprogramma’s zoals luchtdicht bouwen, zonne-energie en 3D printing zijn ontwikkeld.
  • T.b.v. samenwerking met Duitsland: Duits wordt in alle opleidingen aangeboden, er is een Jobmarkt gehouden over kansen op de Duitse arbeidsmarkt en  curriculumvergelijkingen zijn uitgewerkt.

 

RIF-project Model Regionaal Co-makership

Een  van de beoogde resultaten van het project is, dat in 2019 tenminste de helft van de opleidingen van het Alfa-college volgens de principes van Regionaal Co-makership worden uitgevoerd. De ambitie ligt echter hoger; we willen dat in 2019 alle opleidingen de principes van Regionaal Co-makership toepassen. Om deze ambitie waar te kunnen maken is het belangrijk dat we partner in ontwikkeling zijn, binnen een lerende economie, waar binnen een experimentele omgeving ruimte is voor diverse samenwerkende partijen om te komen tot innovatieve oplossingen. Kernbegrippen van Regionaal Co-makership zijn: multidisciplinair, multilevel en cross-overs.

Het jaar 2016 is gebruikt voor een verdere implementatie van het programma in het onderwijs. Enkele van de acht deelprojecten waren eind 2015 al volledig ingericht en aan enkele andere moesten in 2016 nog docenten en studenten gekoppeld worden. Bij alle deelprojecten zijn in 2016 innovatievraagstukken ingebracht en uitgevoerd. In bijlage 13.1 is een overzicht opgenomen waarin per deelproject de doelen en de in 2016  behaalde resultaten zijn weergegeven.

Tot aan de zomervakantie 2017 staat het behalen van de mijlpalen centraal. In het plan van aanpak van het programma is opgenomen dat we na 2 jaar de volgende mijlpalen hebben bereikt:

  • er is een constructief samenwerkingsverband met aangetoonde naamsbekendheid in de regio;
  • het innovatieve vermogen van alle partners, op de niveaus van individuele deelprojecten en overstijgend in het samenwerkingsverband, is versterkt;
  • operationele kenniskringen voor innovatievraagstukken en pilotprojecten met 160 vraagstukken die door studenten (mbo-hbo) onder begeleiding van praktijkopleiders van bedrijven en docenten in multidisciplinaire groepen zijn uitgevoerd;
  • een open consortium van bedrijven. Bedrijven vallen af en nieuwe treden toe. Insteek is dat het aantal bedrijven dat bij het begin van het project actief was, behouden blijft;
  • er zijn modulaire plusprogramma’s voor het mbo ontworpen;
  • er is een programma van eisen opgesteld voor om-, her- en bijscholing aan het bedrijfsleven en eigen studenten.

Op projectniveau kunnen we stellen dat we met het bereiken van de mijlpalen op koers liggen. Het project Model Regionaal Co-makership is niet alleen bekend bij regionale bedrijven, instellingen en overheden, maar ook landelijk ervaren we een toenemende belangstelling voor ons project. Niet alleen wordt er met belangstelling gekeken naar de opzet en uitvoering van de deelprojecten, maar bijvoorbeeld ook naar het onderzoeksprogramma dat onder leiding van lector Ineke Delies wordt uitgevoerd (zie ook 2.1).

Het onderzoeksprogramma is begin 2016 gestart en heeft als hoofdvraag: “Hoe kan door al doende leren in lerende netwerken het concept ‘Regionaal Co-makership’ (tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven bij sociaal-economische innovatievraagstukken) op een hoger plan gebracht worden en welk leiderschap vereist dit?”. Een groot aantal respondenten zijn geïnterviewd en digitale vragenlijsten zijn afgenomen. De conclusies van deze 0-meting worden begin 2017 met de belanghebbenden gedeeld.

Ook is een start gemaakt met het uitvoeren van het plan van aanpak omtrent kennisdeling. Fase 1, op het niveau van de deelprojectleiders, heeft bruikbare informatie opgeleverd voor het inrichten van fase 2, die in 2017 wordt uitgevoerd. Een ander belangrijk aspect is het in stand houden van het aantal partners dat zich verbonden heeft aan het project. Dat het project het karakter heeft van een open consortium van bedrijven, is duidelijk geworden door het feit dat we afscheid hebben genomen van partners, maar dat we ook enkele nieuwe mochten verwelkomen.

De werkwijze en de daarbij behorende resultaten op het niveau van de deelprojecten is zeer divers. Door deze diversiteit kun je stellen dat het werken in co-makership diverse vormen heeft aangenomen, volgend op het gedachtengoed van voorgaande projecten als ReCoMa 1.0 en Value Beyond The Valley, maar dat alle vormen gericht zijn op ‘co-creatie’ met partners in de regio. De verschillen in werkwijze en resultaat zien we bijvoorbeeld terug  in de vorm van de opdrachten, inbreng van de partners, inzet van multi- of monodisciplinaire teams en de uiteindelijke opbrengsten.  Een voorbeeld van een specifieke opbrengst van een deelproject is, dat voor enkele bedrijven inmiddels ook modulaire plusprogramma’s ontworpen en uitgevoerd zijn.

De effecten van de activiteiten in het project Model Regionaal co-makership voor het reguliere onderwijs zijn groot. Anders dan in een meer gereguleerde leeromgeving leren studenten en docenten hier binnen telkens wisselende omstandigheden en opdrachten (multidisciplinair, multilevel en cross-overs)  Hierbij komt het aan op het zelfsturend vermogen van studenten, docenten en werknemers van bedrijven die meedoen. Daarom is het programma bij uitstek geschikt om de werknemer van de toekomst op te leiden. De Bedrijvennetwerken in Groningen, Zuid- en Midden-Drenthe en Noordoost-Overijssel willen deze richting inslaan. Het project Model Regionaal Co-makership is daarmee als aanpak een verrijking van en aanvulling op de huidige gebruikte modellen binnen het onderwijs van het Alfa-college.

2.3 EPI-Kenniscentrum

In 2014 is door het Alfa-college, de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen in een samenwerkingsverband het EPI-kenniscentrum opgericht. Het doel van de drie kennisinstellingen is daarmee een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke opgaven binnen het ‘aardbevingsdossier’. De rol van het EPI-kenniscentrum ligt op het terrein van opleiden, kennis ontwikkelen en innoveren om op die manier de bouwsector te stimuleren.  Het wil de vakkennis en daarmee de mogelijkheden voor de werkgelegenheid van de beroepsbevolking vergroten; daarmee kan het EPI-kenniscentrum ook bijdragen aan de instroom van regionale arbeidskrachten in de herstel- en verstevigingsoperatie. Het Alfa-college als penvoerder van het samenwerkingsverband heeft in 2015 zijn activiteiten die verband houden met dat penvoerderschap, belegd in de hiervoor opgerichte Stichting EPI-kenniscentrum. Deze stichting publiceert ook een eigen verantwoordingsdocument over 2016. Gezien de beoogde spin off van de activiteiten in deze stichting voor het reguliere beroepsonderwijs van het Alfa-college, wordt in dit geïntegreerd jaardocument ook ingegaan op de activiteiten van het EPI-kenniscentrum.

De kern van de activiteiten van het EPI-kenniscentrum is gericht op het ontwikkelen en organiseren van post-initiële en functiegerichte scholingen voor de beroepsbevolking, met een concrete spin-off naar het initiële onderwijs, binnen de aardbevingsopgave. Daarnaast investeert het EPI-kenniscentrum voor een deel in de kennisontwikkeling op het gebied van gedrag van de ondergrond en de constructieve veiligheid en schade. Dit onderzoek is niet op zichzelf staand, maar bedoeld om de scholing van de beroepsbevolking te versterken.

In 2016 heeft het EPI-kenniscentrum zijn (naams-)bekendheid in de regio sterk vergroot. In juli van dat jaar is door het Alfa-college en EPI-kenniscentrum gezamenlijk een presentatie verzorgd aan minister Asscher over werk-leerketens en de mogelijkheden om werkzoekenden toe te leiden naar een baan in de herstel- en versterkingswerkzaamheden.

Ook de grote bijdrage aan de ontwikkeling en de uitvoering van de zgn. Erkenningsregeling van het Centrum Veilig Wonen (CVW) voor bedrijven werkzaam in het aardbevingsgebied heeft het EPI-kenniscentrum veel bekendheid bezorgd. Het EPI-kenniscentrum beheert voor het CVW het register met alle werkenden die onderdelen van de Erkenningsregeling hebben behaald. De eerste module van de Erkenningsregeling ‘Communicatie en gedrag in aardbevingsgebieden’ is in 2016 met goed gevolg afgesloten door 1.780 medewerkers uit de bouw- en infrabedrijven werkzaam in de regio Groningen. Deze module is in 2016 tevens gevolgd door 36 studenten van de techniekopleidingen van het Alfa-college en 18 van de locatie Stadskanaal van Noorderpoort.

De volgende modules van de erkenningsregeling ‘Bewust leiding geven aan veiligheid’ en ‘Veilig werken met rolsteigers’ zijn door respectievelijk 191 en 72 medewerkers van de bouwbedrijven behaald. Deze modules zijn ontwikkeld en uitgevoerd in nauwe samenwerking met VLINK, platform van aannemers en andere betrokkenen die de aardbevingsproblematiek willen aanpakken met een sterke nadruk op de veiligheidsaspecten. Samen met Betonvereniging, kennisnetwerk voor de (beton-)bouw, is voor 30 cursisten de module ‘Constructie’ uitgevoerd.

De bouwopleidingen van het Alfa-college hebben in afstemming met het EPI-kenniscentrum aan hun studenten een zgn. plusmodule aangeboden. Onderwerpen waren o.a. informatie over het ontstaan van de aardbevingen en excursies naar aardbeving-gerelateerde activiteiten in de regio zoals het vervangen van schoorstenen.

Het Alfa-college heeft het keuzedeel ‘Aardbevingsbestendig Bouwen’ ontwikkeld en aangevraagd. Dit keuzedeel is inmiddels landelijk vastgesteld. In samenwerking tussen medewerkers van het Alfa-college, Noorderpoort en met behulp van de kennis in het EPI-kenniscentrum is een begin gemaakt met het uitwerken van het curriculum en de lesstof voor dit keuzedeel. In het schooljaar 2017-2018 zal dit keuzedeel aan de reguliere MBO 4-studenten worden aangeboden.

Het EPI-kenniscentrum en het onderwijs hebben gezamenlijk een aantal bijeenkomsten georganiseerd met onderwerpen zoals versterken, veiligheid en monumentenherstel waarbij externe partners en de medewerkers van de techniekopleidingen van het Alfa-college aanwezig waren.

De directeur en het bestuur van het EPI-kenniscentrum hebben in 2016 veel energie gestoken in het verkrijgen van basisfinanciering voor het EPI-kenniscentrum. Eind 2016 werd onder regie van de Nationale Coördinator Groningen (NCG) een akkoord bereikt waarbij de NAM, de Economic Board Groningen, de Provincie Groningen en de NCG elk een deel van de basisfinanciering voor het EPI-kenniscentrum voor een periode van 4 jaar toezeggen. Hierdoor kon ook vanaf eind 2016 de personele bezetting versterkt worden.

Eind 2016 vertrok de directeur/kwartiermaker en is het EPI-kenniscentrum tijdelijk aangestuurd door het Stichtingsbestuur; in maart 2017 start de nieuwe directeur.

De focus van het EPI-kenniscentrum voor 2017 ligt op de onderwijskundige samenwerking met BuidInG (Building in Groningen, een kennis- en innovatiecentrum voor toekomstbestendig bouwen), het verder uitwerken van onderdelen voor de Erkenningsregeling, het implementeren van het keuzedeel en het bijdragen aan de scholing van werkzoekenden in de regio. Ook zullen de interne bedrijfsprocessen verder worden uitgewerkt en worden beschreven en wordt de governance opnieuw beoordeeld omdat deze complex is. 

2.4 Rijnland Instituut

Het Rijnland Instituut is een samenwerkingsverband tussen Stenden Hogeschool, Alfa-college en Drenthe college. Het is een netwerk waarin kennis wordt ontwikkeld, gedeeld en toegepast door en voor het regionale beroepsonderwijs (hbo en mbo) en met partners in de beroepenvelden op het gebied van de Duits-Nederlandse internationalisering. Medio maart 2016 hebben de Colleges van Bestuur van Stenden Hogeschool, Alfa-college en Drenthe College besloten om het Rijnland Instituut een meer operationele status te geven. In een projectplan werden duidelijke doelen omschreven die richting geven aan de uitvoering. Naast de in het projectplan beschreven doelstellingen kent het Rijnland Instituut gezien de aard van de (netwerk)werkzaamheden een eigen dynamiek. Doelen en dynamiek hebben geleid tot een groot aantal activiteiten waarvan hieronder een indruk wordt gegeven.

Het Rijnland Instituut wil komen tot een krachtenbundeling van alle initiatieven van het mbo en hbo, de regionale en lokale overheid en het bedrijfsleven in Drenthe met Duitse partners. Er is afstemming met de verschillende ‘stakeholders’ binnen de onderwijsinstellingen die initiatieven hebben ontwikkeld in samenwerking met Duitse partners. Met de verschillende stakeholders wordt overleg gevoerd hoe, waar en waarmee het Rijnland Instituut de initiatieven kan ondersteunen en eventueel kan coördineren. In 2017 zal dit verder zijn beslag krijgen. Voor de fysieke realisatie van een kennisinstituut is op verzoek van de gemeente Emmen en de provincie Drenthe een subsidieaanvraag in ontwikkeling, die begin 2017 zal worden ingediend.

De website www.Rijnlandinstituut.com is medio september gerealiseerd en biedt informatie over de aard en werkwijze van het Rijnland Instituut. Hiernaast biedt de website informatie over actuele best practices van de deelnemende onderwijsinstellingen, actuele economische grensoverschrijdende thema’s en aankondigingen van grensoverschrijdende symposia en conferenties.

In november is op een  locatie van het Alfa-college een symposium gehouden met grensoverschrijdende best practices. Het bezoekersaantal bedroeg rond de 100 personen. Er zijn jaarlijkse themabeurzen Techniek en Zorg i.s.m. UWV, Eures, onderwijs, bedrijfsleven en gemeenten. Daarnaast zijn er diverse grensoverschrijdende activiteiten (bv. Internationale Burendag) die door mbo- en hbo- studenten in co-makership met partners van het Rijnland Instituut worden gerealiseerd.

Elk jaar wordt de samenwerking tussen Alfa-college Hoogeveen (Business School) en Berufs Bildende Schule Lingen de module ‘International Trade’ aangeboden. Inmiddels wordt er een gezamenlijke Erasmus Plus aanvraag ingediend. De opleidingen Zorg en Welzijn van het Alfa-college hebben een nauwe samenwerking met de Berufs Bildende Schule Leer.

Het Rijnland Instituut neemt sinds medio juli 2016 deel aan het project Praktitrans. Het project heeft ten doel om 8 job-bussen met werkzoekenden en studenten kennis te laten maken met bedrijven aan beide kanten van de grens, 18 workshops te verzorgen voor werkgevers en werkzoekenden, 8 projectdagen voor onderwijsinstellingen met een grensoverschrijdend thema te verzorgen en 15 stage- en afstudeerplaatsen voor mbo- en hbo-studenten in Duitsland te genereren. Het project duurt drie jaar.

Medio september is een expertgroep Rijnland Instituut geïnstalleerd bestaande uit vertegenwoordigers van middelbaar en hoger onderwijs, lokale en regionale overheden en het bedrijfsleven uit zowel Duitsland als Nederland. Deze komt twee maal per jaar officieel bijeen en maakt deel uit van het netwerk als samenwerkingspartner. Medio september is een adviesgroep Rijnland Instituut geïnstalleerd bestaande uit vertegenwoordigers van opleidingen en ondersteunende diensten van zowel MBO als HBO instellingen die participeren in het Rijnland Instituut. De adviesgroep komt tweemaal per jaar bijeen en maakt deel uit van het netwerk als interne partner.

De inspanningen die in het onderwijs plaatsvinden op het gebied van grensoverschrijdend onderwijs, missen slagkracht wanneer deze niet aansluiten bij de grensoverschrijdende sociaal-economische thema’s en gedragen worden door de lokale en regionale bestuurders, politici en ondernemers. Het is daarom noodzakelijk dat deze groep wederzijds wordt gevoed met kennis van en over elkaar en er een duurzaam netwerk ontstaat. Het Rijnland Instituut ontwikkelt hiervoor een leergang Duits – Nederlandse betrekkingen. Bij voldoende inschrijvingen zal de leergang worden aangeboden in 2017.

De leergang zal bestaan uit zes jaarlijkse bijeenkomsten van groepen van maximaal twaalf personen van beide kanten van de grens. De bijeenkomsten zijn thematisch en op locatie binnen het gebied van de Eems-Dollard Regio (EDR)/Euregio. De (dag)bijeenkomsten zullen bestaan uit een programma dat door een of meerdere thema-experts wordt verzorgd. Er wordt gestreefd naar een evenredige verdeling van de zes bijeenkomsten in Duitsland en Nederland.  

2.5 Innovatieplannen van teams

De opzet om de innovatiekracht in de teams te versterken, waarvoor in 2015 is gekozen, is ook in 2016 voortgezet.

In de onderwijsteams is in relatief kleine projecten gewerkt aan onderwijsinnovatie. Door deze keuze gaan teams laagdrempelig aan de slag met vernieuwende projecten in het onderwijs. De teams die de innovatieplannen uitvoeren, ontdekken op veelal creatieve wijze de verbinding met andere opleidingen en met de bedrijven en instellingen in hun omgeving.  Uit gesprekken met de teams blijkt dat ze energie krijgen van de projecten en dat het hen helpt om inhoud te geven aan de strategische koersuitspraak 'wij werken in duurzame regionale netwerken aan toonaangevend onderwijs'. De presentatie van de resultaten van de innovatieprojecten van 2015-2016 heeft in het najaar van 2016 tijdens de ROC-dag plaats gevonden. Tijdens workshoprondes hebben een aantal teams hun resultaten gepresenteerd aan belangstellende medewerkers van andere onderwijsteams. Zo is er transfer georganiseerd van de uitvoerende teams naar alle andere teams.

Bij de selectie van plannen voor 2016-2017 is er kritischer dan eerder geselecteerd op de kwaliteit van de projectplannen. Daarbij is specifiek gelet op aanwezigheid van cross-overs tussen opleidingen en de ambities met betrekking tot co-makership.

De selectiecriteria voor de plannen voor 2016-2017 waren:

  • dien je plan in volgens bijgevoegd format, maximaal 4 pagina’s;
  • geef duidelijk aan om welke innovatie het gaat en hoe je deze innovatie wilt bereiken;
  • toon aan dat er in je plan sprake is van samenwerking tussen minimaal twee opleidingen uit verschillende clusters van opleidingen. Voorbeeld: cross-over tussen sport- en zorgopleidingen;
  • beschrijf de verbinding met de omgeving, zoals het bedrijfsleven of overheden. Het Alfa-college wil immers doelbewust naar buiten;
  • omschrijf hoe de ondersteunende diensten bij de planvorming zijn betrokken. Hiermee willen we voorkomen dat plannen later niet of niet volledig realiseerbaar zijn;
  • geef aan hoe je over de resultaten gaat communiceren met de rest van de organisatie. Hiermee stimuleren we het leren van elkaar;
  • stel een duidelijke begroting op. De financiering vanuit het innovatiebudget is minimaal € 10.000 en maximaal € 25.000 per project. Eventueel benodigde aanvullende financiering moet aantoonbaar gedekt zijn.

Een tweede aanpassing ten opzichte van 2015 was de wijze van selectie. Nu hebben medewerkers uit het onderwijs een belangrijke rol gehad in het maken van de selectie. Zij hebben vooral gekeken naar het innovatieve karakter van de plannen. Er zijn in 2016 10 innovatieprojecten geselecteerd die in aanmerking kwamen voor een bijdrage uit het centraal innovatiebudget. Negen van deze plannen zijn in 2016 daadwerkelijk gestart. Een aantal niet-geselecteerde projecten is in 2016-2017 alsnog vanuit de eigen budgeten van de regio’s gestart.

Een overzicht van de in 2016 gestarte geselecteerde innovatieplannen staat in bijlage 13.

2.6 Onderwijsontwikkeling in en met de regio

In de regio's en de locaties binnen de regio's wordt intensief met externe partners samengewerkt wanneer het gaat om onderwijsontwikkeling en onderwijsinnovatie. In dit hoofdstuk geven de regio's een uitgebreid maar zeker niet uitputtend beeld van samenwerkingen die zij graag in de etalage willen zetten.

2.6.1 Regio Groningen

Admiraal de Ruyterlaan

Verduurzaming gebouw

Er is in overleg met de service-unit Bedrijfsvoering een begin gemaakt met de ontwikkeling van het verduurzamen van het gebouw aan de Admiraal de Ruyterlaan. Het verduurzamen van het gebouw wordt op drie verschillende wijzen gerealiseerd.

- Meerjarenonderhoud

Er heeft in 2016 onderzoek plaatsgevonden op welke wijze het energieverbruik kan worden gereduceerd. De resultaten van het onderzoek worden verwerkt in de voorstellen voor de meerjarenonderhoudsplannen voor de komende jaren. Quick wins worden waar mogelijk direct gerealiseerd: de conventionele buitenverlichting is omgebouwd naar moderne led-techniek waarmee niet alleen het energieverbruik flink is gereduceerd, maar ook de veiligheidsbeleving op het plein is vergroot.

- Samenwerking tussen onderwijs en service-unit Bedrijfsvoering

Door een samenwerking tussen het onderwijs en de service-unit Bedrijfsvoering worden investeringen in het onderwijs gecombineerd met het duurzaam opwekken van energie en het creëren van een fundamenteel duurzame bewustwording bij medewerkers en de studenten.

Drie mooie voorbeelden hiervan zijn:

  1. Opwekken van energie bij de opleiding Koudetechniek met behulp van een warmtepomp-installatie waarbij de vrijgekomen warmte wordt gebruikt voor het verwarmen van het leslokaal en op korte termijn zal worden gebruikt voor het verwarmen van de centrale hal (door vloerverwarming).
  2. Het aanleggen van een onderwijs zonnestroom-dak waarbij de opgewekte energie gedurende de tijd dat er geen praktijkonderwijs aan de installatie wordt gegeven, terug wordt geleverd aan het elektriciteitsnet.
  3. Door de opleiding Engineering is een ‘opwekpiramide’ geconstrueerd waarmee zowel mobieltjes als fietsen opgeladen kunnen worden. De opwekpiramide is door het onderwijs in nauwe samenwerking met de service-unit Bedrijfsvoering ontwikkeld waarbij Bedrijfsvoering als opdracht-gevende partij heeft gefunctioneerd. De piramide wordt dit voorjaar op het plein geplaatst.

Eind 2016 heeft een masterclass/brainstormsessie plaatsgevonden met een adviesbureau, het onderwijs en het Facilitair bedrijf waarvan de uitkomsten in 2017 moeten leiden tot verdere ontwikkeling van duurzame oplossingen.

- Samenwerking met onze omgeving

Het Alfa-college heeft het dak van de locatie Admiraal de Ruyterlaan beschikbaar gesteld aan de opwekcoöperatie voor het opwekken van zonne-energie voor en door de buurt in het kader van  de postcoderoos. Bij dit project wordt door Grunneger Power, de omwonenden en de service-unt Bedrijfsvoering intensief samengewerkt om de productie van zonne-energie op het dak van het Alfa-college te realiseren. Fase 1 is gerealiseerd, fase twee en drie zijn in voorbereiding en worden in 2017 gerealiseerd. Met fase 1 wordt door de omwonenden ca. 80.000 kwh opgewekt op het dak van het Alfa-college.

Toptechniek in Bedrijf Groningen

Het project Toptechniek in Bedrijf is gecontinueerd en heeft hiervoor aanvullende middelen ontvangen van de Provincie Groningen. Het programma is uitgebreid met twee scholen in de regio, RSG De Borgen in Leek en het Hogeland College in Uithuizen.

In het schooljaar 2016/2017 worden de nieuwe doorlopende leerlijnen ontwikkeld die aansluiten bij de nieuwe examenprofielen van de vmbo-scholen. In schooljaar 2017/2018 worden deze uitgevoerd. In het nieuwe programma wordt er nu ook extra aandacht aan de vmbo gl/tl- en havo-leerlingen gegeven.

Samenwerking binnen het E-College

De basismodule Energietransitie is door 5 ROC’s gezamenlijk ontwikkeld in het E-College. Deze is bedoeld voor de eerstejaars groepen van de techniekopleidingen op niveau 3 en 4 in Groningen en Hoogeveen en is gestart in het schooljaar 2015-2016. De module heeft een studieduur van 20 studiebelastingsuren en is uitwisselbaar en toepasbaar in de verschillende techniekopleidingen. Zij kan ook binnen loopbaan en burgerschap in de onderwijsprogramma’s ingebouwd worden. De basismodule wordt in de vorm van e-learning aanboden; hierbij is blended learning (een mix van klassikaal en online leren)  toegepast. Het doel van de basismodule is dat studenten zich een beeld vormen van belangrijke ontwikkelingen en innovaties binnen de energietechniek.

De Module Energietransitie heeft nu een jaar gedraaid. Ook heeft de locatie Admiraal de module zonnestroom (onder dak) ontwikkeld voor het E-College. Eind 2016 is de opzet van het E-College behoorlijk aangepast, mede omdat de logistieke problemen de oorspronkelijke opzet belemmerden. Groepen studenten heen en weer laten reizen om specialistische onderdelen te volgen is logistiek zeer complex. Ook bleken niet alle specialismes relevant voor de andere partners. Bij veel ROC’s heeft het onderwerp energie zich inmiddels zeer verbreed, waardoor er geen sprake meer is van ‘smalle’ hotspots. Er wordt van nu af aan niet meer gewerkt met het laten ontwikkelen van specifieke modules per ‘hotspot’ maar er worden gezamenlijke bijeenkomsten voor uitwisseling van expertise georganiseerd, daarnaast leveren alle ROC’s alle ontwikkelde materialen aan elkaar.

Stichting Klaas Dijkstra Fonds

In 2015 is voor de eerste maal de Klaas Dijkstra Techniek Prijs uitgereikt aan een groep van vier studenten van de opleiding Engineering. De prijs is uitgereikt door de stichting Klaas Dijkstra Fonds. Dit is een particulier fonds dat zich o.a. ten doel stelt jongeren te ondersteunen die zich op het gebied van de techniek voorbereiden op de zelfstandige uitoefening van een beroep of bedrijf. De prijs, een oorkonde en een bedrag van €1.000, werd uitgereikt tijdens een bijeenkomst waarbij ouders, studenten, docenten en vertegenwoordigers van de stichting aanwezig waren. Doorslaggevend bij het winnen van deze prijs waren vakmanschap, samenwerking en innovatief talent.

Ook in 2016 is de Klaas Dijkstra Techniek Prijs weer uitgereikt. Daarnaast heeft de organisatie een nieuwe prijs in het leven geroepen, namelijk de innovatieprijs , voor die student die het meest innovatieve onderdeel in de proeve uitvindt. Jaarlijks wordt de prijs uitgereikt in aanwezigheid van alle studenten engineering en ouders en familie.

Techniek Innovatie Centrum (TIC)

Het TIC ontwikkelt zich steeds verder en de in 2015 gemaakte keuzes werpen hun vruchten af. De samenwerking met het bedrijfsleven, hbo-instellingen en het toeleverend onderwijs wordt niet alleen verder ontwikkeld maar ook gerealiseerd. Voorbeelden hiervan zijn de carrousel in samenwerking met ISD-noordoost voor de gehele arbeidsmarktregio, de aangepaste opleiding voor de infra voor Abiant, de samenwerking met Entrance van de Hanzehogeschool en het EPI-kenniscentrum.

We zijn nu bezig de projecten in het TIC in kleinere, beter in te plannen vorm om te bouwen, zodat we flexibeler kunnen inspelen op de vragen uit onze omgeving. Het TIC  is afgelopen jaar veelvuldig gebruikt, echter vooral als conferentieruimte voor heel veel verschillende partijen.  Dat heeft veel bezoek aan de locatie en naamsbekendheid opgeleverd maar nog onvoldoende spin-off naar het onderwijs zelf. We gaan kritischer kijken naar wie allemaal van de ruimte gebruik willen maken om te voorkomen dat het onderwijs en de projecten er niet meer in kunnen werken omdat het al maanden van te voren ‘verhuurd’ is.

Er hebben een aantal projecten gedraaid, echter in wat kleinere vorm om het logistiek beter mogelijk te maken (bijv. Human Technology en Sport en Bewegen met de Ontwerpfabriek, Bouw met REVIT en BIM en de plusmodule aardbevingbestendig bouwen).  In 2016 hebben we een nieuwe opzet voor het TIC voorbereid binnen de aanvraag van een nieuw RIF-project. Het concept TIC is uitvoerig geëvalueerd en wordt vervangen door de nieuwe opzet ‘Fieldlab PracTICe’. Dit programma betreft de specifieke Groningse uitdagingen i.v.m. het aardbevingsdossier en betreft het samen met het bedrijfsleven en de overheid ontwikkelen van initieel onderwijs t.b.v. de drieslag ‘versterking, verduurzaming en levensloopbestendig maken’ van woningen in de provincie Groningen.

Doorstroomproject met de Hanzehogeschool

We voeren gezamenlijk met de Hanzehogeschool Groningen het ‘doorstroomproject’ uit voor die niveau 4-studenten Techniek die willen doorstromen. Er zijn met alle scholen samen keuzedelen ontwikkeld voor wiskunde en natuurkunde om de doorstroom te verbeteren.

Ringwegacademie

Op 15 juli 2016 ondertekenden Alfa-college, Noorderpoort, Terra, Herepoort bouwcombinatie en projectorganisatie Aanpak Ring Zuid de overeenkomst voor de zgn. Ringwegacademie. ​​De samenwerking is voor de komende vijf jaar op het gebied van werk-/leertrajecten voor mbo'ers en omvat 63 stageplekken en 24 afstudeerplekken.

De ombouw van de zuidelijke ringweg in Groningen biedt veel kansen om werkervaring op te doen. Ook kan het project helpen in het tegengaan van jeugdwerkloosheid. De Ringwegacademie is vernieuwend vanwege de samenwerking van de aannemer en de onderwijsinstellingen.

De ombouw biedt een unieke kans voor leerlingen om echt in de beroepspraktijk te werken. Bij het woord ‘academie’ denken mensen al gauw aan een gebouw, terwijl het juist gaat om werken in de praktijk. Op de plek waar gewerkt wordt, wordt ook geleerd. Het is dus eigenlijk 'Ringwegleren'.

De Ringwegacademie draait en is ook gekoppeld aan projecten op het Suikerunieterrein.

 

Boumaboulevard

Projectbureaus

De locatie Boumaboulevard heeft zich in 2016 intensief beziggehouden met de ontwikkeling van de projectbureaus. Op elke afdeling vinden we nu een projectbureau, waar studenten betekenisvolle opdrachten vervullen, die echt zijn en een serieus appel doen op het verantwoordelijkheidsgevoel. Deze projectbureaus hebben flitsende namen gekregen zoals Xtern, Xperience, E-Dzign, iXtern.  De projectbureaus matchen o.a. opdrachten uit het bedrijfsleven met praktijkopdrachten van studenten, maar ze doen meer.  Zo zorgt projectbureau eXperience voor de organisatie van de jaarlijkse hbo-voorlichting op de Boumaboulevard, waar zij voor de invulling zo veel mogelijk gebruik maken van alumni. De volgende stap zal zijn dat we de krachten van de projectbureaus meer gaan bundelen, eerst binnen de locatie Boumaboulevard, maar wellicht ook in de regio.

In contact met de wereld om ons heen

Het beleid zoals dat in voorgaande jaren al is ingezet, zet zich voort ook in 2016. We zoeken de relatie zowel op sociaal-maatschappelijk als commercieel vlak (ondernemen). Zichtbaar in de activiteiten van de projectbureaus, maar ook daar buiten.

De secties/afdelingen Creatief, Commercieel, ICT en Handel (BBL) slagen er al heel aardig in de contacten met overheid en bedrijfsleven te verzilveren in een doelbewuste weg naar buiten. De ICT-opleiding werkt bijv. samen met SCN, het grootste technisch en creatief jeugdcentrum in Nederland. Voor de administratieve opleidingen lijkt dat moeilijker, maar de ambitie is om dit van elkaar te leren en met elkaar te delen (kennisdeling is een thema voor het locatiemanagementteam van de locatie Boumaboulevard: hoe doe je dat nu goed?). De eerste stap bij de administratieve opleidingen is gezet met een BBL-opleiding voor zakelijke dienstverlening voor de Belastingtelefoon.

Ondernemen

Ondernemen is een speerpunt in de regio, in het bijzonder op de locatie Boumaboulevard, die daarin het voortouw heeft genomen. Enkele activiteiten zijn:

  • ontwikkeling en gebruik van de Toolkit en Keuzedeel ‘Oriëntatie op Ondernemerschap’, aanvraag Keurmerk Ondernemen bij VNO/NCW. De toolkit wordt inmiddels gebruikt op de locatie, ICT en Creatief werken binnen hun opleiding aan ondernemerschap (kerntaak 3). Er is een excellentieproject in ontwikkeling waarbij excellentie in ondernemerschap wordt meegenomen. Commercieel bevordert ondernemend gedrag door het experiment Social Labs. Studenten nemen deel aan de Ondernemersaward (winnaar dit jaar ICT-student) en wedstrijden zoals Game Jam, Battle of the Schools en Kunstbende.
  • de locatie Boumaboulevard is betrokken geweest bij de voorbereiding van het nieuwe dubbellectoraat met de Hanzehogeschool Groningen ‘Ondernemen in Verandering’. Nu het lectoraat daadwerkelijk van start is gegaan, worden de opleidingen van de Boumaboulevard hierbij ook actief betrokken.
  • afgelopen jaar is Creatief Onderweg 2.0 in co-makership ontwikkeld. De handelsopleidingen werken nauw samen met het bedrijfsleven en geven het onderwijs vorm op basis van de wensen vanuit het bedrijfsleven. Gaming heeft afgelopen jaar in co-makership opdrachten uitgevoerd voor de RUG en DUO.
  • in het ondernemerschapsprogramma Kiemkracht wordt het onderwijs samen met bedrijven vormgegeven. Kiemkracht is een ondernemerschapsprogramma waar studenten Multi Media Design en Mode Maatkleding gedurende 20 weken een dagdeel per week aan een eigen bedrijfsidee werken waarbij ze begeleid worden door coaches uit het bedrijfsleven. Het bedrijfsidee wordt uitgewerkt in een definitief ondernemersplan.

Ontwikkeling excellentieprogramma’s

Per augustus 2016 is het excellentieproject E-dezign gestart met de opleidingen Handel, Interieur, Gaming, Schoonheidsverzorging en Kappers. Internetondernemen op eigen risico is het doel; hierin wordt samengewerkt met coaches uit het bedrijfsleven.

Er is een excellentieprogramma in ontwikkeling ‘Werkplaatsleren en informeel leren’, een cross-over tussen de creatieve opleidingen onderling en de opleidingen Hout en Meubel. Hierbij wordt gewerkt in een meester-gezel concept.

Er wordt deelgenomen aan Skillswedstrijden door studenten van de opleidingen Interieur en Bedrijfsadministratie.

Kardinge

Samenwerking met de regionale talentencentra in Groningen

Wat gestart is als samenwerking met FC Groningen, is nu breder uitgezet met andere regionale talentencentra in de regio (o.a. basketbal, judo, volleybal ennn loopacademie). Juist het geven van trainingen in deze contextrijke leeromgeving is voor onze studenten een meerwaarde. Daarnaast krijgen we steeds meer docenten die bij ons in de school werken, maar tevens bij een talentenschool, waardoor we mooie combinaties kunnen maken en van elkaar kunnen leren.

Duitse taal en cultuur bij Uniformberoepen

Studenten van de opleidingen Beveiliging en Handhaver toezicht en veiligheid krijgen in het eerste leerjaar een lesuur per week Duitse taal en cultuur. Hiermee vergroten zij hun kansen op de arbeidsmarkt, want Duitse taalbeheersing is een pré voor een beveiliger die in het grensgebied werkt. Daarnaast krijgen studenten de kans om een extra stage te lopen in Duitsland. In 2015 hebben docenten van het team Uniformberoepen een werkbezoek gebracht aan de Werner-Heisenberg-Schule in Rüsselsheim. In de loop van 2016 heeft de samenwerking met deze school meer inhoud gekregen.

Contextrijke leeromgeving

De onderwijsontwikkelingen en -vernieuwingen die bij Sport en Bewegen en Uniformberoepen plaatsvinden, worden weergegeven in ‘de droom’ van een contextrijke leeromgeving. De verwoording van deze droom:

We leiden, in lijn met de organisatie-brede strategische koers ‘Doelbewust naar buiten’, samen met het werkveld studenten op in een contextrijke leeromgeving tot (sport/veiligheids)professionals. Tevens leiden we ze op als persoon in de maatschappij, we leren ze leven. De basis voor verbinden is ontmoeten en interactie. Dit betekent dat sprake moet zijn van een leeromgeving of leersituaties waarbij werken, leren en ontmoeten, plezierig en doelmatig plaatsvinden. De uitdaging is om duurzaam gebruik te gaan maken van alle ontwikkelingen die vanuit het lectoraat ‘Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie’ in ons onderwijs kunnen worden geïmplementeerd.

Bij de opleidingen Sport en Bewegen in Assen zijn we in 2015 gestart met hybride onderwijs, het onderwijs geven in leer-werkomgevingen; in 2016 hebben we veel ervaring hiermee opgedaan. We konden daar ons voordeel mee doen bij het starten van dergelijke projecten in Groningen in 2016. Het hybride onderwijs, gestart in Assen, wordt nu verder geïmplementeerd binnen de diverse opleidingen. Zo zijn we in 2016 met het combidossier Dienstverlening van start gegaan. Hier zijn de opleidingen Facilitaire Medewerker (op niveau 2), Helpende Zorg-Welzijn en Sport en Bewegingsbegeleider samen gegaan in het dossier Dienstverlening. Voor de uitstroomrichting sport en recreatie zijn we begonnen om onze studenten op te leiden bij de Bonte Wever, onze externe partner (leer-werkomgeving). We leiden onze studenten van niveau 2 samen op en ontwikkelen ook samen opdrachten. We zullen dit verder moeten uitbouwen en moeten onderzoeken wat een docent nodig heeft in dit veranderende onderwijs. De scheidingslijn tussen beroepspraktijkvorming en het geven van onderwijs wordt steeds vager.

Op diverse locaties zijn dezelfde soort onderwijsvormen gerealiseerd. Bij sportschool  Martijn Dijkman wordt dit concept door het uitstroomprofiel Lifestylecoach niveau 2 uitgerold. Ook op de locatie Sportcentrum Kardinge van de gemeente Groningen en bij het buitenzwembad wordt hiermee geëxperimenteerd.

In 2017 gaan we alle ervaringen met het hybride leren evalueren en we willen op grond daarvan komen tot een kader waarin de basisvoorwaarden, visie, tips en tops komen te staan waaraan het werken op een externe partnerlocatie moet voldoen.

Keurmerk Veilig Ondernemen Oldambt is reeds gerealiseerd voor de Uniformberoepen; dit gaan we continueren. In het schooljaar 16-17 gaan we dit verbreden met andere partners.

Aansluitmogelijkheden naar hbo voor opleiding Uniformberoepen

Voor Uniformberoepen zijn we samen met het hbo aan het onderzoeken hoe we een niveau 4-opleiding richting Veiligheid en/of  een AD-traject kunnen gaan vormgeven. Dit om de aansluitingsmogelijkheden van onze studenten naar het HBO te vergroten.

Samenwerking met Health-i-Port

In 2016 zijn we als regio Groningen een samenwerking aangegaan met de netwerkorganisatie Health-i-Port. Deze samenwerking is een prachtige start van een crossover tussen de locaties Kardinge en Kluiverboom en levert het volgende op:

  1. het realiseren van gezondheidswinst en vitaliteit onder de bevolking in Noord-Nederland.
  2. het vergroten van de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg en de werkgelegenheid in Noord-Nederland.
  3. het realiseren van een netwerkplatform voor bijeenkomsten en geaccrediteerde kennisactiviteiten met betrekking tot zorg, gezondheid en vitaliteit in Noord-Nederland
  4. het bevorderen stimuleren van de onderlinge contacten tussen de verschillende segmenten in de zorg, gezondheid en vitaliteit in Noord-Nederland, het verrichten van alle verdere handelingen, die met het voorstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk zijn.

Kortom: het opzetten en ondersteunen van projecten die een bijdrage leveren aan het vergroten van de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg en de werkgelegenheid in Noord-Nederland. In deze projecten moeten onze studenten van de verschillende opleidingen samenwerken op de verschillende niveaus waardoor we gelijk een bijdrage leveren aan vitaliteit, co-creatie en grotere geschiktheid voor de arbeidsmarkt. We zijn in 2016 gestart vanuit de opleidingen Zorg, Welzijn, Sport en Dienstverlening en nemen de komende jaren opleidingen uit de gehele regio Groningen mee.

Kluiverboom

Onderwijsinnovatie

Wat begonnen is met deelname van docenten en studenten aan innovatiewerkplaatsen (IWP) van het Centre of Expertise Healthy Ageing, bijvoorbeeld de IWP Active Ageing Diabetes, de IWP Clinical Malnutricion, de IWP Active Ageing van mensen met een verstandelijke handicap en de IWP Sport en Healthy Ageing, wordt nu ook in verschillende co-creaties mbo en hbo voortgezet binnen de RIF The (H)ealth Factor Netwerk Zon 2020. Voor de komende 4 jaar zullen de innovatieve onderwijsprojecten weer ruimte krijgen om zich te ontwikkelen en te bewijzen door ondersteunende middelen vanuit deze RIF. Betrokken opleidingen zijn onder andere Sport en Bewegen, Human Technology, ICT en alle opleidingen Zorg en Welzijn. Healthy Ageing wordt nu een vast onderdeel van de curricula van Zorg en Welzijn.

Andere resultaten van onderwijsinnovaties in 2016 zijn:

  • deelname van de opleidingen Haar- en schoonheidsverzorging in het innovatieproject E-dezign.
  • de samenwerking met Sport & Bewegen in het kader van Health-i-Port.
  • de doorontwikkeling van de wijkleerbedrijven in Gildes 2.0 in het bijzonder het wijkleerbedrijf op de Es, een hernieuwde samenwerking tussen ZINN, de gemeente Groningen en het Alfa-college.
  • de Entree-opleiding Horeca wordt per 1 augustus 2016 in het Floreshuis vormgegeven.
  • Dienstverlening niveau 2, een integratie van opleidingen Sport, Facilitair en Helpende Zorg en Welzijn.

Kwaliteitsbewustzijn/Professionele leergemeenschap

Het team leidinggevenden van de locatie Kluiverboom is per 1 augustus 2016  anders samengesteld. Alle resultaatverantwoordelijke teams zijn hierdoor met elkaar verbonden. Daarnaast zijn de ondersteunende teams P&O en O&K vanuit hun expertise en als team krachtiger in positie gebracht en zijn er in 2016 mooie resultaten geboekt, waaronder een dag rondom kwaliteitszorg en een vergevorderde strategische personeelsplanning. De brede pedagogische-didactische visie van de Kluiverboom ligt hieraan ten grondslag. Er is in 2016 een stevige start gemaakt met de Kluiverboom als professionele leergemeenschap.

Op de locatie Kluiverboom gaan we uit van:

  1. werk- en leerplezier voor alle medewerkers en studenten;
  2. ontmoeting en samenwerking van medewerkers en studenten over de verschillende beroepsopleidingen heen;
  3. medewerkers en studenten die zich bewust zijn van hun rol als rolmodel in de school-en werkomgeving.

Deze uitgangspunten worden zichtbaar in de taal die we spreken en uitstralen; taal is het voertuig voor werken en leren. Deze uitgangspunten leiden tot:

  1. een sfeer waarin iedereen zich gezien en gekend voelt en waarin we nakomen wat we beloven.
  2. een sociale plek waar studenten en medewerkers worden uitgedaagd het beste uit zichzelf te halen.
  3. betekenisvol en contextrijk onderwijs dat samen gemaakt wordt met studenten, werkveld en medewerkers.
  4. een organisatie die goed is ingericht en georganiseerd.

2.6.2 Regio Hardenberg

Pedagogische didactische visie

Het schooljaar 2016/2017 zijn we gestart met een bijeenkomst waar Carlos van Kan de medewerkers meenam in zijn onderzoeksresultaten naar pedagogische visies in het mbo. Op basis van die uitkomsten kregen teams stellingen voorgelegd, waarbij ze inzichtelijk kregen wat de leidende waarden zijn in hun team en hebben de teams hun visies daaraan getoetst en aangepast.

De vervolgstap die nu gemaakt wordt is dat vanuit elk team een teamlid kartrekker wordt om de pedagogische dialoog aan te gaan met de leden van het team. Er is gestart met 10 collega’s. In 2017 moet dit traject afgerond zijn en daarna een vervolg krijgen.

Regionaal co-makership: Wij DOEN!, maar wel samen

Het Alfa-college leidt op voor de toekomst.  Het is het belangrijk dat studenten buiten hun eigen vakgebied en met andere opleidingen en bedrijven samen leren werken. Wij bieden hiervoor de mogelijkheid in 4 deelprojecten:

  • Projectbureau DOEN!  Bij projectbureau DOEN! kunnen bedrijven en instellingen uit de regio projecten en evenementen aanvragen. Het betreft projecten die altijd door meerdere opleidingen uitgevoerd kunnen worden.
  • Starterhuis DOEN! Hier kunnen startende bedrijven en ondernemende studenten met hun vragen terecht; studenten kunnen met begeleiding experimenteren en zich oriënteren op ondernemerschap.
  • Vitaal DOEN! Organisaties uit verschillende branches zoals zorg, welzijn, techniek e.d. werken met studenten samen aan innovatieve vraagstukken in projecten.
  • Wijkleercentrum DOEN! Inmiddels aanwezig in Hardenberg, Dedemsvaart en binnenkort in Coevorden. Studenten van de opleidingen Entree, HZW en Verzorgende IG gaan op pad naar individuele cliënten of zorgorganisaties om niet-geïndiceerde zorg te verlenen, boodschappen en licht huishoudelijk werk te doen en te ondersteunen bij activiteiten of iemand gezelschap te houden.

Excellentie

Binnen het centraal vastgestelde excellentiebeleid heeft de regio een regionaal excellentieplan opgesteld. Er wordt ingezet op 3 lijnen:

  • MBO+ Binnen MBO+ wordt een breed scala aan modules aangeboden die door de studenten in eigen tijd gevolgd kunnen worden. Voor elke module kan een certificaat behaald worden. De onderwerpen zijn zeer divers: Spaanse fotografie, levensbeschouwing, hbo-doorstroom, Engels, Covey en ondernemerschap.
  • Internationalisering Binnen excellentie is internationalisering meer dan naar het buitenland gaan. Een taalcursus en een verdiepende stageopdracht maken daar ook deel van uit.
  • Innovatie Het vervullen van een voortrekkersrol in een innovatief project en het werken aan 21st century skills zijn criteria waaraan voldaan moet worden om het predicaat excellent te krijgen.

De komende 3 jaar moeten op deze 3 lijnen producten ontwikkeld worden die handvatten bieden om excellentie op deze thema’s vast te stellen, te waarderen en te evalueren. Een eerste werkgroep gaat hiermee aan de slag en zal in 2017 de eerste resultaten opleveren.

Ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid is een onderwerp van groot belang voor het voortgangssucces van de student. In de regio is hieraan een beleidsbijeenkomst gewijd, waarbij we de onderzoeksresultaten uit landelijke rapporten hebben besproken. De teneur is dat wij ouders moeten faciliteren om het ‘goede’ gesprek te kunnen voeren. We gaan in alle teams inventariseren wat er nu al gedaan wordt voor ouders. Een van de zaken die concreet opgepakt gaat worden, is het ontwikkelen van een nieuwsbrief per opleiding met een vast format en een vaste layout, waarbij we regionaal nieuws aanleveren (taal en rekenen, LB-dagen, vakanties etc. ) en de opleidingsspecifieke informatie gaan verstrekken. Verder willen we bij een niveau 1 of 2 team kijken wat we kunnen doen om het oudercontact te intensiveren. Ook willen we een flyer ontwikkelen voor ouders om duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten en wat wij van hen verwachten, hoe we met elkaar willen communiceren en via welke lijnen dat gaat. Verder gaan we een enquête over de verwachtingen die ouders hebben, uitzetten. We sluiten hiervoor aan bij  de eerste informatieavond van het schooljaar en we herhalen de enquête vervolgens na een half jaar.

Studiecentrum

Studenten die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen sinds december 2016 terecht bij het Studiecentrum. Ondersteuning wordt gegeven op het gebied van plannen, organiseren en overzicht aanbrengen. Er is hiervoor veel animo en een volle klas is van start gegaan.

Alumni

De regio Hardenberg heeft met alle teams meegedaan aan de pilot van de X-monitor; een instrument dat school-Ex en de MBO-kaart, waarmee we tot nu toe informatie bij onze alumni 'ophaalden', moet gaan vervangen. We zijn tevreden met het instrument maar we kunnen er nog veel meer uithalen en daarover zijn we nu in gesprek. 

Systematisch werken aan kwaliteit

Het afgelopen jaar is fors ingezet op kwaliteit en dit is beloond met een positief oordeel van de inspectie. Een opleidingsmanager, die specifiek kwaliteitsborging in portefeuille heeft, adviseert en ondersteunt gevraagd en ongevraagd bij audits. Er is een training ontwikkeld voor managementassistentes over kwaliteitsborging en de daarvoor in te zetten instrumenten en vastgestelde uniforme formats met als doel teams beter te kunnen ondersteunen. Voor alle teams zijn teamsites ingericht voor het plaatsen van teamplannen en onderliggende documenten, zodat er maar één vindplaats is. Verder is een training ontwikkeld voor de teams over kwaliteitsborging met als doel om draagvlak en eigenaarschap te vergroten.

2.6.3 Regio Hoogeveen

Ontwikkeling en start brede opleiding op niveau 2

De regio Hoogeveen heeft het initiatief genomen tot de ontwikkeling van een brede niveau 2-opleiding. Afgestudeerden met een niveau 2-opleiding komen tegenwoordig moeilijker aan het werk en een verbreding van de competenties van de student maakt hem of haar aantrekkelijker voor de arbeidsmarkt. We merken ook dat studenten het lastig vinden om meteen een keuze te maken voor een beroep en dat zij behoefte hebben aan oriëntatie op het beroepenveld.

We hebben een projectgroep opgericht die zich bezighoudt met de uitwerking van een nieuw model voor de niveau 2-opleidingen. De insteek daarvan is dat we van het eerste jaar een soort basisjaar maken, waarna studenten pas in hun tweede leerjaar een beroepskeuze gaan maken. In het eerste leerjaar ligt dan de focus op beroepsoriëntatie en vaardigheden voor de beroepspraktijk. Ook bekijkt de projectgroep welke van onze niveau 2-opleidingen kunnen samengaan in het brede basisjaar. Het doel is om in schooljaar 2017-2018 te starten met deze nieuwe opleiding.

Aansluiting Onderwijs en Arbeidsmarkt

Het thema aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt is, net als voorgaande jaren, een actueel speerpunt van de regio. We hebben daarvoor een belangrijke partner in de gemeente Hoogeveen gevonden. We werken nauw samen met en zijn partner van de gemeente en bedrijfsleven in het ambitieuze programma 'Hoogeveen werkt aan Werk'. Het Alfa-college heeft zitting in de stuurgroep van dit programma dat als doel heeft om werk te creëren en werkloosheid te verminderen. Onderwijs is daarbij een onmisbare schakel in het geheel. Het Alfa-college heeft eveneens zitting in de stuurgroep van het regionaal mobiliteitscentrum. In dat kader zijn er in de afgelopen tijd in toenemende mate meer kort-cyclische opleidingen ontwikkeld en uitgevoerd bij bedrijven. Met Hoomark, Ardagh en Expert-cleaning zijn structurele bijscholingstrajecten ontwikkeld die meerjarig uitgevoerd worden.

Zo hebben we voor onze ICT-opleiding samen met AC duurzaam (onderdeel van onze techniekopleidingen) de structurele samenwerking gezocht met het bedrijfsleven voor onze niveau 4-studenten. Zo worden er projecten uitgevoerd door externe opdrachtgevers die ook een belangrijke rol spelen als gastdocent en worden er workshops samen met het werkveld opgezet waar de ontwikkeling van en innovaties in het bedrijfsleven aan bod komen. Met Nidaros, een aangesloten ICT-bedrijf van de ICT-academie wordt een app ontwikkeld voor Esperia, een grote zorgaanbieder om informatie bij een doktersbezoek beter te kunnen verwerken. Bouwkundestudenten zijn onderdeel van het Living Lab NICE in Meppel. In dat lab worden vraagstukken behandeld die te maken hebben met de circulaire economie. Bij NICE zijn bedrijven als AREA, B+O architecten, VEPA en Zuidema betrokken. Engineeringstudenten van AC duurzaam doen mee met een challenge voor het Rode Kruis om een mobiele hulppost te ontwikkelen.

Onze studenten van de Business School zijn ook in 2016 actief bij De Tamboer betrokken. Een dag per week zijn onze studenten daar aan het werk. Om nog beter in te kunnen spelen op de leerbehoeftes van onze studenten hebben we in overleg met De Tamboer afgelopen jaar een wijziging van de werkdag doorgevoerd. Studenten kunnen zo nog meer leren en De Tamboer krijgt ondersteuning tijdens die dagen waarop zij deze ondersteuning nodig heeft. Een win-win situatie dus. Vanuit onze Business School hebben we ook een convenant gesloten met Parc Sandur. Het betreft hier leerwerkplekken voor studenten. Een mooie kans dus voor studenten om het geleerde in de praktijk te brengen.

10 studenten van de opleiding Pedagogisch Werk zijn begonnen aan een nieuw leertraject. Ze lopen stage bij de Stichting Peuterspeelzaal Hoogeveen (S{SH) en krijgen extra lessen van docenten van het Alfa-college en van specialisten Jonge Kind van de SPSH. Wanneer de studenten deze opleiding goed afronden, ontvangen zij bij het diploma een extra certificaat Peuterspeelzalen. Voor dit traject is gekozen omdat het beroepenveld belang heeft bij specifieker én breder opgeleide medewerkers in het peuterspeelzaalwerk dat ook steeds meer de functie van voorschoolse opvang krijgt.

In Hoogeveen zijn in de afgelopen tijd in toenemende mate meer kort-cyclische opleidingen ontwikkeld en uitgevoerd bij bedrijven. Met Hoomark, Ardagh en Expert-cleaning zijn structurele bijscholingstrajecten ontwikkeld die meerjarig uitgevoerd worden.

Toptechniek in Bedrijf Drenthe

Als een van de jongste Toptechniek in Bedrijf-projecten in Nederland hebben we de afgelopen twee jaren met de inzet van Provincie Drenthe, bedrijfsleven, de mbo’s en vertegenwoordigers van het vmbo het techniekonderwijs in de Drenthe een enorme boost gegeven. Toptechniek Drenthe is ook gecontinueerd met extra ondersteuning van de provincie Drenthe.

Er zijn gezamenlijke doelen geformuleerd waar inhoud aan is gegeven. De techniekregio is opgedeeld in drie sub-regio’s: Assen, Emmen en Hoogeveen. Deze drie subregio’s hebben naast de algemene ontwikkelingen hun eigen identiteit en dynamiek op gebied van techniek.

In de schooljaar 2016/2017 worden de nieuwe doorlopende leerlijnen ontwikkeld die aansluiten bij de nieuwe examenprofielen van de vmbo-scholen. In schooljaar 2017/2018 worden deze uitgevoerd

Internationalisering

Een ander speerpunt van onze regio is Internationalisering. We informeren studenten door middel van stagemarkten over de mogelijkheden die onze school biedt en daarnaast bieden onze lesprogramma’s ook mogelijkheden om goed voorbereid op weg te gaan. Zo bieden we sinds dit jaar het keuzedeel Duits aan. Wat hier wordt geleerd, wordt ook in praktijk gebracht door een twee weken durend stagebezoek aan Duitsland  (Berlijn). Binnen ons excellentieprogramma bestaat de mogelijkheid om het vak Spaans te volgen. En net als vorig jaar doen we nu ook mee aan Cambridge Engels. We stimuleren onze studenten om de grens over te gaan, dat kan dicht bij huis in onze omringende landen. Maar we bieden ook de mogelijkheid om verder weg te gaan. Zo is vorig jaar een zestal studenten van de Business School afgereisd naar Vietnam voor hun stage. Deze stage is tot stand gekomen in samenwerking met Hogeschool Stenden en de gemeente Hoogeveen.

Een ander terugkerend internationaal event is de uitwisseling met de partnerstad van Hoogeveen in Slowakije, Martin. We werken met twee scholen uit Slowakije en Tsjechie aan het Erasmus+ project 'The Key to Successful International Entrepreneurship'. Dit project loopt in totaal 2.5 jaar en is gestoeld op het Triple O principe. Alle scholen werken dus op regionaal vlak samen met lokale overheid en ondernemers en dit wordt op internationaal vlak uitgedragen. Voor ons in Hoogeveen is deze werkwijze al bijna gewoon, in andere landen staat deze manier van werken nog in de kinderschoenen.

Vanuit onze opleidingen Trade en Tourism wordt voor lokale bedrijven en organisaties marktonderzoek gedaan in de betrokken landen en de resultaten moeten studenten na elke uitwisseling terugkoppelen. Resultaten voor Trade kunnen zijn: export/import of goedkopere productie (outsourcing) en voor Tourism gaat het om het promoten van de betrokken regio's in de andere twee landen. De gemeenten van alle landen reizen ook steevast mee tijdens uitwisselingen en ook waren er ondernemers van de partij. In 2017 schrijven en presenteren de studenten een businessplan. 

 

De scholen zorgen voor 2 tastbare intellectual outputs: een interactieve website en een syllabus over Internationaal Ondernemen die de komende jaren ook structureel ingezet kan worden.

 

 

Rekenen

Een docent rekenen  heeft de masteropleiding Special Educational Needs afgerond. Dit is van belang voor de ondersteuning van de studenten en de professionalisering van het docententeam. Samen met het Loopbaancentrum wordt de ondersteuning van rekenzwakke studenten vormgegeven. Professionalisering van het team gebeurt door elkaars lessen te bezoeken en intervisie-bijeenkomsten.