Toelichting op de onderscheiden posten van de balans

B.5 Toelichting op de onderscheiden posten van de balans

1.2 Materiële vaste activa

1.2 Materiële vaste activa
    aanschaf afschrijving        
    prijs cumulatief boekwaarde investeringen mutatie afschrijving boekwaarde
     1/01/16  1/01/16  1/01/16 2016 2016 2016 31/12/16
                 
1.2.1 Gebouwen en terreinen  105.007.283   33.729.916   71.277.367   444.099  -  3.058.654   68.662.812 
1.2.2 Inventaris en apparatuur  32.442.067   25.499.291   6.942.776   884.654  -  1.372.762   6.454.668 
Lease Capgemini  3.792.378   1.854.860   1.937.518   584.714  -  886.951   1.635.281 
  Project Capgemini  4.137.020   4.137.020  - - - - -
1.2.3 Andere vaste bedrijfsmiddelen  274.657   134.248   140.409   25.121  -  62.557   102.973 
                 
                 
  Materiële vaste activa  145.653.405   65.355.335   80.298.070   1.938.588  -  5.380.924   76.855.734 

Toelichting

1.2.2 Inventaris en apparatuur
Lease Capgemini zijn de investeringen als gevolg van het (financial lease) contract met Capgemini (looptijd 4 jaar). Door de financial lease-constructie is het Alfa-college geen juridisch eigenaar van deze investeringen. Het project Capgemini betreft de investeringen in de infrastructuur als gevolg van de outsourcing van de IT-diensten. 
1.2.3 Andere vaste bedrijfsmiddelen
Onder deze post staan de investeringen in het huurpand LOC+ Hardenberg.

1.3 Financiële vaste activa

1.3 Financiële vaste activa
    boekwaarde investering desinvestering resultaat Overige boekwaarde
     1/01/16 verstrekt afgelost deelnemingen mutaties 31/12/16
               
1.3.2 Deelneming LOC+ Hardenberg  9.185.321  -  587.732   450.943  -  9.048.532 
1.3.4 Coop. Netwerk ZON  2.269  - - - -  2.269 
1.3.6 Overige effecten  80.000  - - - ‑80.000 -
               
  Financiële vaste activa  9.267.590  -  587.732   450.943  ‑80.000  9.050.801 

Toelichting

1.3.2 Deelneming LOC+ Hardenberg
In 2006 is de CV LOC+ te Hardenberg opgericht ten behoeve van de bouw van het Lokaal Opleidingencentrum. De totale kapitaalstorting van het Alfa-college bedraagt € 11,0 mln. Het totale belang van het Alfa-college in de CV LOC+ is 37,07%.
Jaarlijks vindt er vanuit de deelneming een terugstorting van kapitaal plaats. Ieder kwartaal wordt er een bedrag van € 146.933 ontvangen. Deze ontvangsten zijn opgenomen onder ‘desinvesteringen afgelost’.
1.3.6 Overige effecten
De ‘overige mutatie’ betreft een reclassificatie van de aandelen Stichting Administratiekantoor Community Network Noord Nederland. In 2015 waren deze als Financiële vaste activa opgenomen in de jaarrekening. Omdat het Alfa-college voornemens is deze aandelen te verkopen zijn deze in 2016 gepresenteerd onder vlottende activa (zie 1.6.3)
 

1.5 Vorderingen

1.5 Vorderingen
    EUR 31/12/16   EUR 31/12/15
             
1.5.1 Debiteuren    366.658       332.789 
1.5.3 Groepsmaatschappijen (EPI)    74.558       266.489 
1.5.5 Studenten/deelnemers/cursisten    1.414.273       673.770 
1.5.6 Overige overheden    1.692.219       2.712.018 
1.5.7 Overige vorderingen (personeel)    20.203       53.480 
           
1.5.8 Overlopende activa          
1.5.8.1 Vooruitbetaalde kosten  504.780       285.304   
1.5.8.3 Overige overlopende activa  28.912       10.267   
  Omzetbelasting 4e kwartaal  282.142       203.097   
       815.834       498.668 
1.5.9 Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid          
1.5.9.1 Stand per 1-1 ‑229.716   ‑249.286  
1.5.9.2 Onttrekking  18.144       65.228   
1.5.9.3 Dotatie ‑72.535     ‑45.658  
      ‑284.107     ‑229.716
             
  Vorderingen    4.099.638       4.307.498 

Toelichting

1.5.5 Studenten/deelnemers/cursisten
De mutatie ten opzichte van 2015 is te verklaren door een grote toename van inburgeraars in 2016 en is mede te verklaren door het vanaf 2016 deels zelf factureren aan deelnemers voor hun aankopen bij de Studieboekencentrale.
1.5.6 Overige overheden
Dit betreft de vorderingen op gemeenten, provincies en andere overheidsinstellingen.
1.5.8.3 Overige overlopende activa
Dit betreft met name de aangifte omzetbelasting 4e kwartaal 2016.
1.5.9 Voorziening dubieuze debiteuren
De voorziening bestaat voornamelijk uit de posten die bij het incassobureau liggen.
 

1.6 Effecten

1.6 Effecten
    Boekwaarde Investeringen   Desinvestering Overige Boekwaarde
     1/01/16       mutaties 31/12/16
               
1.6.3 Overige effecten - -   -  80.000   80.000 
               
  Effecten - -   -  80.000   80.000 

Toelichting

1.6.3 Overige effecten
De overige effecten betreffen 8 certificaten aandelen B met een nominale waarde per stuk van € 1.000; daarnaast is € 72.000 in de agio gestort bij de Stichting Administratiekantoor Community Network Noord Nederland. De certificaten staan ter vrije beschikking van het Alfa-college. Over het boekjaar 2016 zijn er uit hoofde van de certificaten geen opbrengsten ontvangen. Het Alfa-college is voornemens deze aandelen te verkopen.

1.7 Liquide middelen

1.7 Liquide middelen
    31/12/16     31/12/15  
    EUR     EUR  
             
1.7.1 Kasmiddelen  25.523       38.079   
1.7.2 Tegoeden op bank- en girorekeningen  15.880.500       10.692.155   
             
  Liquide middelen    15.906.023       10.730.234 

2.1 Eigen Vermogen

2.1 Eigen Vermogen
      stand per resultaat overige stand per
       1/01/16 2016 mutaties 31/12/16
             
2.1.1 Algemene reserve    38.394.887   1.142.637  -  39.537.524 
             
2.1.2 Bestemmingsreserve          
  Reserve vavo    372.000   87.000  -  459.000 
  Reserve contractactiviteiten   ‑442.285  169.802  - ‑272.483
  Reserve educatie      49.803  -  49.803 
  Reserve cursusgeld    1.015.735   205.582  -  1.221.317 
  Boekenreserve    161.752  - -  161.752 
  Excursies/(Stagereserve)    56.301   56.301‑ -  
     1.163.503   455.886     1.619.389 
             
2.1.8 Statutaire reserves (Stichtingskapitaal)    1.066  - -  1.066 
           
  Eigen vermogen    39.559.456   1.598.523  -  41.157.979 

Toelichting

2.1  Eigen vermogen
In lijn met de door de MBO Raad opgestelde ‘Guidelines mbo publiek privaat’ is besloten in de jaarrekening 2016 geen privaat vermogen te onderscheiden.  Er zijn geen bepalingen ten aanzien van reserves in de statuten opgenomen, met uitzondering van het stichtingskapitaal.
2.1.1 Algemene reserve
Ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt het resultaat, met uitzondering van de
mutaties in de bestemmingsreserves, toegevoegd aan de algemene reserve.
2.1.2 Bestemmingsreserve
De reserves contractactiviteiten, cursusgeld, boekenreserve en stagereserves zijn in vorige boekjaren gevormd en er is aan alle door het College van Bestuur een beperkte bestedingsmogelijkheid gegeven.
In 2014 is een bestemmingsreserve gevormd voor het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo), conform het besluit van het College van Bestuur. Deze reserve dient binnen 3 jaar na het vormen ervan te worden benut en er is een plafond gesteld aan de hoogte van de bestemmingsreserve vavo. Deze bestemmingsreserve mag maximaal 25% bedragen van de opbrengsten van het vavo ultimo boekjaar.

De reserve contractactiviteiten is in het verleden gevormd door het College van Bestuur aangezien het regulier onderwijs niet ten koste mag gaan van de activiteiten van contractonderwijs. Momenteel is deze reserve negatief en er wordt aan gewerkt deze negatieve reserve terug te dringen. Aangezien de reserve een negatief saldo betreft, zijn er geen mogelijkheden tot besteding.

De reserve cursusgeld mag worden benut wanneer de ingehouden cursusgelden in enig jaar hoger zijn dan gefactureerd is. Als gevolg van t-2 inhouding is deze bestemmingsreserve in het verleden gevormd.
De boekenreserve is in het verleden gevormd uit het batig saldo van verhuur van boeken die in eigen bezit van het Alfa-college waren. In 2016 hebben hierop geen mutaties plaatsgevonden.

De stagereserve mag worden benut voor excursies, wanneer deze niet kostendekkend zijn.

De Educatiereserve is in 2016 gevormd vanwege het opvangen van explosieve groei en krimp in het inburgeringsproces. Educatie heeft behoefte aan een meer flexibele wijze bij het omgaan met overschotten en tekorten. Daarom heeft het College van Bestuur besloten om een bestemmingsreserve voor Educatie in te stellen. De bestemmingsreserve mag geen negatief saldo vertonen en er geldt een bovengrens aan de bestemmingsreserve ter grootte van 25% van de jaarlijkse omzet, waarbij onbenutte positieve resultaten na 3 jaar ten gunste van de algemene reserve vrijvallen.

2.2.1 Personeelsvoorzieningen

2.2.1 Personeelsvoorzieningen
    stand per dotaties ontrekking vrijval stand per kortl dl langl dl
     1/01/16 2016 2016 2016 31/12/16 <1jr >1jr
2.2.1 Personeelsvoorzieningen              
  Wachtgelden  2.347.134   2.157.464   1.247.652   112.170   3.144.776   874.029   2.270.747 
  Langdurig ziekteverzuim -  99.590  - -  99.590   96.375   3.215 
  Transitievergoeding -  164.949  - -  164.949   164.949  -
  Duurzame inzetbaarheid  134.060   275.285   7.655   99.243   302.447   38.401   264.046 
  Ambtsjubileum  1.043.325   232.046   55.795   45.409   1.174.167   61.079   1.113.088 
  Voorzieningen  3.524.519   2.929.334   1.311.102   256.822   4.885.929   1.234.833   3.651.096 

Toelichting

2.2.1. Personeelsvoorzieningen
De wachtgeldvoorziening bestaat uit de toekomstige verplichtingen. Uitgangspunt van de berekening van deze toekomstige verplichtingen is de prognose van het UWV betreffende de maand november 2016, de declaratie WW- uitkering december 2016 en de prognose van WWplus betreffende de maand december 2016. De toekomstige verplichtingen betreffen verplichtingen tot het uitkeren van werkloosheiduitkeringen (tot en met boekjaar 2019) en de bovenwettelijke uitkering (tot en met boekjaar 2028) aan oud-werknemers, aangezien het Alfa-college hiervoor eigen risicodrager is.

De inschatting van de verplichtingen zijn op persoonsniveau berekend. Bij het bepalen van de hoogte van de verplichting is op persoonsniveau door de loopbaanbegeleidster van het Alfa-college en/of de personeelsadviseur een inschatting gemaakt van de kans op het vinden van werk. Hiervoor voeren zij gesprekken met betrokkenen en/of met het door het Alfa-college ingehuurde re-integratiebureau. Voor het bepalen van de kans hanteren zij de volgende criteria:

  1. leeftijd van de ex-mederwerk(st)er,
  2. omstandigheden die geleid hebben tot het ontslag,
  3. persoonlijke omstandigheden/karakter van de ex-medewerk(st)er,
  4. arbeidsmarkt-courantheid.

De voorziening langdurig ziekteverzuim is in 2016 nieuw gevormd. In deze voorziening zijn de loonkosten van de zieke medewerkers en arbeidsongeschikten opgenomen, waarbij het Alfa-college de verplichting heeft tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balansdatum naar verwachting blijvend geheel of gedeeltelijk niet in staat zijn om werkzaamheden te verrichten, waarbij geldt dat:

  1. een zieke medewerker langer dan 42 aaneengesloten weken, hetgeen neerkomt op 294 dagen, verzuim moet hebben;
  2. de ziekte of arbeidsongeschiktheid naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet wordt opgeheven; er zal dus geen sprake zijn van volledige re-integratie.

De voorziening transitievergoeding ad € 0,1 mln. is in 2016 eveneens nieuw gevormd. In deze voorziening zijn de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen voor die personen waarvan bekend is dat het Alfa-college voornemens is het dienstverband te beëindigen.

De voorziening duurzame inzetbaarheid is in 2015 voor het eerst gevormd naar aanleiding van de nieuwe regeling seniorenverlof. De voorziening duurzame inzetbaarheid bestaat uit de toekomstige verplichtingen en is tegen contante waarde gewaardeerd. Bij de berekening is uitgegaan van de populatie vaste medewerkers binnen het Alfa-college in de leeftijdscategorie 52- tot en met 67-jarigen met een dienstverband binnen de cao >5 jaar aaneengesloten en met een werktijdfactor-omvang van minimaal 0,4. Bij de berekening is rekening gehouden met dezelfde blijfkans als is gebruikt voor de ambtsjubileumvoorziening. Er is geen rekening gehouden met indexatie van het salaris van de in de voorziening opgenomen medewerkers. Bij de bepaling is tevens gebruik gemaakt van een inschatting van de gebruikmakingskans.

In 2016 zijn twee categorieën toegevoegd aan de voorziening ten opzichte van 2015. In 2015 was het alleen mogelijk de populatie te voorzien die op 31-12-2015 daadwerkelijk gebruik maakte van de voorziening (categorie B) aangezien geen historische gegevens beschikbaar waren. Per 31-12-2016 zijn aan deze categorie de categorieën C en D toegevoegd. Deze categorieën betreffen werknemers die in 2016 aan alle criteria van de regeling voldoen, echter geen gebruik maken van de regeling (categorie C) en werknemers die binnen 5 jaar aan de criteria van de regeling gaan voldoen (categorie D). Voor beide categorieën is gebruik gemaakt van de gegevens over 2016.

In 2016 is er een schattingswijziging doorgevoerd in de voorziening duurzame inzetbaarheid; hierbij is de bepaling van de contante waarde aangepast. Voor de bepaling van de contante waarde is het rentepercentage op basis van het gemiddelde marktpercentage voor hoogwaardige bedrijfsobligaties 10 jaar gehanteerd in tegenstelling tot het gemiddelde rentepercentage waartegen het Alfa-college zijn langlopende leningen heeft uitstaan in voorgaande jaren. Zonder aanpassing van de berekeningssystematiek zou de hoogte van de voorziening € 295k bedragen, waardoor het kwantitatieve effect van deze schattingswijziging € 7k bedraagt.

De ambtsjubileumvoorziening bestaat uit de toekomstige verplichtingen en is tegen contante waarde gewaardeerd. Bij de berekening is uitgegaan van de populatie vaste medewerkers binnen het Alfa-college per ultimo 2016. Deze populatie bestond uit 23- tot en met 66-jarigen met een blijfkans oplopend van 16% naar 95%. Bij de berekening van de blijfkans is tevens rekening gehouden met de actuele gegevens van het CBS inzake de levensverwachting. Er is geen rekening gehouden met indexatie van het salaris van de in de voorziening opgenomen medewerkers.

In 2016 is er een schattingswijziging doorgevoerd; hierbij is de berekening van de bepaling van de contante waarde aangepast. Voor de bepaling van de contante waarde is het rentepercentage op basis van het gemiddelde marktpercentage voor hoogwaardige bedrijfsobligaties 10 jaar gehanteerd in tegenstelling tot het gemiddelde rentepercentage waartegen het Alfa-college zijn langlopende leningen heeft uitstaan in voorgaande jaren. Zonder aanpassing van de berekeningssystematiek zou de hoogte van de voorziening € 1,1 mln. bedragen, waardoor het kwantitatieve effect van deze schattingswijziging € 0,1 mln. bedraagt.

2.3 Langlopende schulden

2.3 Langlopende schulden
    stand per aangegane aflossing stand per looptijd looptijd rente
     1/01/16 leningen   31/12/16 >1 jaar >5 jaar voet
                 
2.3.5 Overige langlopende schulden              
Ministerie van Financiën  8.170.000  -  430.000   7.740.000   7.740.000   6.020.000  3,39%
Ministerie van Financiën  6.016.666  -  316.667   5.699.999   5.699.999   4.433.335  3,78%
  Ministerie van Financiën  9.600.000  -  9.600.000  - - - 0,62%
  Ministerie van Financiën -  9.600.000  -  9.600.000   9.600.000  - 0,10%
  ING 650118294  13.350.000  -  600.000   12.750.000   12.750.000   10.350.000  4,50%
  ING 650142330  8.900.000  -  400.000   8.500.000   8.500.000   6.900.000  4,95%
  Capgemini  1.180.779   584.714   987.108   778.385   778.385  - 4,50%
                 
  Langlopende schulden  47.217.445   10.184.714   12.333.775   45.068.384   45.068.384   27.703.335   

Toelichting

2.3.5 Overige langlopende schulden
De aflossing voor het jaar 2017 ad € 2,7 mln. is opgenomen onder kortlopende schulden 2.4.1 kredietinstellingen.         
Er is een kredietfaciliteit aangegaan voor LOC+ te Hardenberg, op basis van gemeentegarantie, ad € 9,6 mln. Op deze lening hoeft niet afgelost te worden; deze lening liep af per september 2016. Inmiddels is deze gemeentegarantie verlengd voor 5 jaar voor eveneens € 9,6 mln.; deze gemeentegarantie heeft een looptijd tot en met september 2021.
Er is een recht tot eerste hypotheek afgegeven aan het Ministerie van Financiën op de panden van het Alfa-college, exclusief het pand aan de Boumaboulevard, voor een totaalbedrag van € 41,0 mln.    

Volgens opgave van het ministerie bedraagt de reële waarde van de langlopende schulden die zijn afgesloten bij het Ministerie van Financiën respectievelijk € 9.659.357, € 8.366.463 en € 11.013.850. Om deze marktwaarde te bepalen heeft het ministerie alle toekomstige kasstromen contant gemaakt met de rentecurve van 14 maart 2016.

Bij de ING Bank zijn twee leningen afgesloten inzake de nieuwbouw aan de Boumaboulevard, € 15,0 mln. (rente 4,50% per jaar; rentevast periode 7 jaar tot 1-3-2018) en € 9,0 mln. (rente 4,95%  per jaar; rentevast periode 10 jaar tot 1-3-2021). Over de ING-lening van € 9,0 mln. is afgesproken om de eerste aflossing plaats te laten vinden in het 4de kwartaal van 2016. Als zekerheid voor deze financiering is, door middel van hypotheekrecht, het pand aan de Boumaboulevard als onderpand verstrekt.
Volgens opgave van de ING bedraagt de reële waarde van de langlopende schulden die zijn afgesloten bij de ING respectievelijk € 14.953.014 en € 10.870.729. Om deze marktwaarde te bepalen heeft de ING alle toekomstige kasstromen contant gemaakt met de rentecurve van 8 maart 2016.        
De schuld bij Capgemini betreft de schuld inzake het (financial lease) contract. Aangezien in dit contract geen te betalen rentepercentage wordt vermeld, is de nominale rentevoet gesteld op 4,5%. De nominale leasebetalingen voor de periode niet langer dan een jaar na balansdatum bedragen € 778.385. De leasebetalingen die als last zijn verwerkt in 2016, bedragen € 988.929.

2.4 Kortlopende schulden

2.4 Kortlopende schulden
    EUR 31/12/16   EUR 31/12/15
             
2.4.1 Kredietinstellingen    2.665.437       2.264.178 
             
2.4.2 Vooruitgefact. en -ontvangen term. OHW    1.474.236       1.268.251 
             
2.4.3 Crediteuren    2.298.665       2.004.953 
             
2.4.7 Belastingen en premies sociale verz.          
2.4.7.1 Loonheffing    3.132.068       2.969.293 
             
2.4.8 Schulden ter zake van pensioenen    687.405       671.037 
             
2.4.10 Overlopende passiva          
2.4.10.2 Vooruitontv. geoormerkte OCW subs.  589.119       723.717   
2.4.10.5 Vakantiegeld en -dagen, bindingstoelage  2.466.259       2.309.087   
2.4.10.6 Accountants- en administratiekosten  55.713       36.000   
2.4.10.7 Rente  255.337       281.741   
2.4.10.8 Overige  1.255.665       1.773.770   
       4.622.093       5.124.315 
             
  Kortlopende schulden    14.879.904       14.302.027 

Toelichting

2.4.1 Kredietinstellingen
Onder kredietinstellingen is de aflossing van de langlopende leningen weergegeven voor het kalenderjaar 2016.
2.4.2 Vooruitgefactureerd en -ontvangen termijnen onderhanden werk
Het bedrag ad € 1,5 mln. bestaat uit € 0,5 mln. aan vooruit ontvangen projectgelden, € 0,6 mln. vooruitgefactureerd cursusgeld, € 0,2 mln. vooruit gefactureerde omzet vavo en Educatie en € 0,2 mln. aan vooruit ontvangen keuzevakgelden.  
2.4.10.2 Geoormerkte OCW-subsidies
Voor een specificatie van genoemd bedrag zie hiervoor Model G2-B.
2.4.10.8 Overige
Het betreft hier voornamelijk de subsidies van Lerarenbeurs € 0,3 mln. en Zij-instroom € 0,2 mln. die nog niet zijn besteed; deze zijn opgenomen in Model G1 van de jaarrekening op de volgende pagina.
Tevens is hierin opgenomen de nog te besteden subsidie inzake leermiddelen voor deelnemers uit minimagezinnen ad € 0,1 mln. die eveneens is opgenomen in Model G1.